Ondernemers gooien de handdoek in de ring: 'Horeca is beleven, proeven, ruiken en voelen. Daar blijft straks niet veel van over'

De horeca, waar vriendschappen ontstaan, afscheid wordt genomen en liefdes worden gevierd, rijmt slecht met de 1,5-metersamenleving. Reden voor sommige ondernemers om de handdoek in de ring te gooien.

Jeroen en Chantal Kaag van pizzeria Achterom Oost.

Jeroen en Chantal Kaag van pizzeria Achterom Oost. FOTO NIELS DE VRIES

,,I k wil niet anderhalve meter horeca doen. Het gastheerschap, de horeca, is maatwerk. Het wordt straks klinisch. Productie. Ik... Ik... Wij willen dat niet. En dan kan je straks met minder mensen... Wie kies je dan? Wie van je personeelsleden ga je wel meenemen, wie niet? Het is klaar.’’

Huilend, zoekend naar woorden doet Chantal Kaag (42) in een filmpje op Facebook uit de doeken waarom zij en haar man Jeroen (43) na bijna negentien jaar stoppen met hun bedrijf, pizzeria Oost Achterom aan de Kalverstraat in Hindeloopen. Zeventien tafeltjes binnen, negen buiten op het terras. Ze hadden vier mensen in vaste dienst en even zoveel losse krachten.

,,Dit is niet te doen. En als het wel te doen is, ik wil het niet, ik doe het niet. Ik ga niet op anderhalve meter afstand een bordje aangeven. Of een glas. Daar zit het ’m niet in. Het zit ’m in de mensen. Het zit ’m in het fysieke contact. Het openhouden van de deur, een aai over de bol, een kussentje aanreiken. Het is fijn als mensen bij je langs komen en je een hand geven: we zijn er weer.’’

Het filmpje riep ontzettend veel reacties op. Lieve berichten van gasten, maar ook een uitnodiging van de Friese afdeling van Koninklijke Horeca Nederland en de Toerisme Alliantie Friesland voor een gesprek. Chantal kan inmiddels zonder tranen over hun besluit praten. ,,Je horecahart klopt gewoon niet meer, letterlijk en figuurlijk’’, zegt ze aan de telefoon.

,,Wij zien geen heil in de anderhalvemeterhoreca’’, stelt ook echtgenoot Jeroen. ,,Het is niet ons ding. Wij zijn heel erg persoonlijk met ons eten en onze gasten bezig. Als dat niet meer mag, kunnen we net zo goed in een fabriek gaan staan.’’ Chantal: ,,Het is ongastvrij. Horeca is beleven, proeven, ruiken en voelen. Daar blijft straks niet veel van over.’’

Einde aan onzekerheid

Met hun besluit om te stoppen komt er een einde aan de slopende onzekerheid die het echtpaar kwelde. ,,Stilstaan is voor een ondernemer het allerergste. Het is duidelijk nu. Op de zondag van de persconferentie (15 maart, red.) waren we aan het werk. Een half uur later moesten we dicht. Sindsdien is het afwachten; wat mogen we straks en hoe? Daar heeft nog niemand een antwoord op.’’

De tranen mogen dan gedroogd zijn, de pijn van het verlies is nog niet weg. ,,We zijn hier ooit met z’n tweetjes aan begonnen, dit bedrijf was ons levenswerk. Voor een ondernemer is een bedrijf onderdeel van zijn wezen, van alles. Net als het personeel, waar we nu afscheid van hebben moeten nemen, ook daar heb je een band mee.’’

Bang dat ze de stekker er te vroeg hebben uitgetrokken, is Chantal niet. ,,Ik geloof niet dat er snel een vaccin voor iedereen is en alles weer gewoon wordt. Dan zijn we zeker een jaar verder. Er zijn mensen die zeggen: dan ga je in de tussentijd toch pizza’s bezorgen. Maar dan zit je met al dat verpakkingsmateriaal, terwijl wij een biologisch en duurzaam bedrijf zijn...’’

Luxe positie

Over de toekomst maken Chantal en Jeroen zich voorlopig geen zorgen. ,,Komende maand denken we na over wat we willen. Gaan we solliciteren, eerst bij anderen in dienst. Wij zijn ondernemend en creatief dus we vinden vast wel iets dat bij ons past. En als alle corona-ellende echt helemaal voorbij is, dan zal het wel weer gaan jeuken en beginnen we vast wel weer een eigen bedrijf. We blijven ondernemers.’’

Ze beseft dat ze in een luxe positie zitten, met hun bedrijf zonder schulden en een eigen pand. ,,Veel ondernemers kunnen niet stoppen. Die moeten noodgedwongen door, of ze er nu zin in hebben of niet, omdat ze er tot over hun oren in zitten. Leningen moeten afbetalen. En misschien ben ik ook niet zakelijk genoeg. Maar ik ga het niet doen: een bedrijf runnen dat niet bij ons past.’’

Dromen bruut verstoord

Het is precies wat ook Siepie de Jong (57) en Franke Kooijker (61) voelen, die in 2013 in Nij Beets een theetuin begonnen. Halte Leppedijk. Het echtpaar ontving er vorig jaar zo’n vierduizend gasten. Ze stopten ziel en zaligheid in hun bedrijf aan huis, maar de corona-crisis heeft hun dromen bruut verstoord.

,,Helaas hebben wij het moeilijke besluit moeten nemen om de theetuin per direct te sluiten. De anderhalve meter economie waarin wij moeten werken is niet de manier waarop wij onze gasten willen ontvangen. Bij ons stond en staat het sociale samenzijn voorop. De tafel voor de grote verhalen waar ieder bij aan kon schuiven, is niet meer mogelijk.’’

Het is een korte mededeling op hun website. Siepie en Franke zijn dan ook niet zo lang van stof. Ze stonden dicht bij hun gasten, voor iedereen was er een luisterend oor. Daar past geen afstand bij, vinden zij. En al zouden ze het willen - investeren in aanpassingen voor de anderhalvemeterhoreca - het is niet haalbaar in de tuin die 4 are groot is.

‘Myn hert wol trochgean, mar soms moat jo ferstân foarop’

,,It is hjir sa grut. Asto efter bist, foarby de fiver, dan sjochsto net wat der foarby ús oerdekte ‘halte’ bart’’, stelt Franke, die bovendien niet van plan is om ,,as in plysje-agint by de dyk’’ het aantal gasten dat het terrein betreedt te gaan monitoren. Siepie: ,,Myn hert wol trochgean, mar soms moat jo ferstân foarop. It wurdt noait wer de teetún sa’t dy wie.’’

De gastvrije, goedlachse Siepie begon op haar vijftigste met de pleisterplaats. Haar verjaardag was een kantelpunt: gaan we door op de oude weg of beginnen we aan wat nieuws. Het werd het laatste. En samen met Franke verbouwde ze de garage tot Halte Leppedijk, de poort naar de theetuin met twee houten prieeltjes en een populair zithoekje op de vlonder langs de vijver.

Abrupt einde

Hun gasten waren vakantiegangers van ver, maar ook bewoners van omliggende dorpen die een paar keer per week aankwamen voor een bakje. Franke: ,,Minsken sûnder tún op in flatsje yn Drachten. Minsken mei in aow’tsje.’’ Siepie: ,,Us tún wie harren tún. Dat wy holden de prizen bewust leech.’’ Franke: ,,Wy dienen it net om der ryk fan te wurden. It wie ús passy.’’

Ze hadden over een paar jaar – op Franke z’n 65ste – een punt achter hun passie willen zetten met een feestje voor alle vaste gasten. Nu kwam het einde wel heel abrupt voor iedereen. Hoewel er een klein beetje aanloop blijft – Siepie stopt niet met de verkoop van zelfgemaakte jam, gebak en snert – zal het stil worden op de Leppedijk. ,,Wie hienen graach oars ôfskie nimme wollen.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Coronavirus