Om zes uur 's avonds is er het vaakst brand en op woensdagochtend gebeurt er nooit iets: deze inzichten haalt de brandweer uit data

Data. Niemand lijkt zonder te kunnen tegenwoordig. Dat geldt ook voor de brandweer. Wat is er zoal bekend aan cijfers en percentages? En volstaat die informatie?

Brandweermannen oefenen met het losknippen van een verkeersslachtoffer.

Brandweermannen oefenen met het losknippen van een verkeersslachtoffer. FOTO KEES VAN DER MARK/BRANDWEER FRYSLÂN

Wat is het veiligste moment van de week in Friesland? Wanneer zijn er weinig branden? Marko Fennema en Rutger de Groot vallen met de deur in huis. Beide mannen zijn data- en informatiespecialist bij de Friese brandweer en hebben een paar vragen klaarliggen in de categorie ‘Wist u dat’.

In het hoofdgebouw van de brandweer in Leeuwarden, aan de Aldlânsdyk, laat De Groot op een groot scherm allerlei tabellen en grafieken voorbij flitsen. De brandweer weet veel, zo blijkt. Jarenlang worden er al gegevens verzameld. Zo is december de maand met de meeste branden (gebouwen). Over de dag bekeken zijn er in Friesland om zes uur ’s avonds de meeste incidenten; branden en ongevallen op de weg en het water opgeteld. En het veiligste moment van de week, afgezien van de rustige nachten? Dat is woensdagochtend om tien uur.

,,Rond die tijd gebeurt er weinig’’, zegt De Groot, die naar een grafiek op het scherm wijst. ,,Kijk, er zijn dan amper gebouwbranden, blijkt uit onze data over de jaren 2008 - 2018. Goed om te weten. Dat is dus het beste moment om onderhoud te plegen aan onze wagens. Of om de apk te regelen. De reden van de dip is nu even minder van belang.’’ ,,En ook de herstart van de server doen wij op woensdagochtend’’, gaat Fennema verder. ,,Dat is af en toe nodig en duurt niet lang. Maar als je toch moet kiezen, doe het dan op het rustigste moment.’’

Verdeling

De percentages, tabellen en grafieken komen ook goed van pas om wagens en ander materieel van de brandweer op de beste manier over Friesland te verdelen. Fennema: ,,De vraag is: waar zet je wat neer? Wij hebben 65 kazernes en bijvoorbeeld maar 5 hulpverleningsvoertuigen. Deze voertuigen beschikken over zwaarder gereedschap en een kraan. Zij kunnen niet alleen helpen als er twee auto’s op elkaar zijn gebotst - dat kan elke brandweerwagen - maar ook als het om grote vrachtwagens gaat.’’

De hulpverleningsvoertuigen staan in Leeuwarden, Franeker, Joure, Drachten en Oosterwolde; allemaal brandweerposten dicht bij grote wegen en netjes verspreid over de provincie. ,,We willen een juiste spreiding, maar er moet natuurlijk ook ruimte zijn in de bewuste kazerne’’, zegt Fennema. ,,Bovendien moeten er genoeg vrijwilligers beschikbaar zijn in dat gebied om ook voor de aanvullende voertuigen mensen te hebben.’’ De Groot: ,,Met twintig jaar aan data wordt ons beleid meer gedegen, en dus ook onze adviezen aan gemeenten.’’

Inzetten voorspellen

De heilige graal, zoals Fennema het noemt, is Canada. Daar worden in sommige gebieden ambulances ingezet op basis van voorspellingen. ,,In Canada zijn hulpverleners al veel verder met data. Ambulancepersoneel staat er op doordeweekse ochtenden tijdens spitsuren op nauwkeurig gekozen plekken langs snelwegen. En in de weekenden zetten zij hun wagens op vaste plekken neer in bepaalde woonwijken, waar het bijvoorbeeld vaak misgaat bij het klussen. Dat weten zij dankzij die data. Zij voorspellen als het ware hun inzetten. Daar wil je uiteindelijk naartoe, om ergens zo snel mogelijk te kunnen zijn.’’ De brandweer in Twente is bezig met een enigszins vergelijkbare proef om schoorsteenbranden te voorspellen, op basis van weer- en woningtypen.

Toch kan de brandweer absoluut niet zonder de ervaring van de spuitgasten zelf, geven De Groot en Fennema meteen toe. Al is het maar omdat er niet altijd genoeg gegevens zijn. ,,Soms heb je simpelweg méér branden nodig om met data iets zinnigs te kunnen zeggen’’, weet De Groot, die het scherm met de cijfertjes nu laat voor wat het is. ,,Hoewel natuurlijk geldt: hoe minder branden, hoe beter.’’

Rare luchtjes

Die ervaring – Fennema noemt het ook wel vakmanschap – komt iedere dag weer van pas. In het vroege voorjaar bijvoorbeeld, tijdens het eerste mooie, zonnige weekend van het jaar. ,,Dan zijn er altijd veel meldingen van stankoverlast. Dat voelen wij gewoon aankomen. Mensen gaan buiten klussen. Zij schilderen hun woning, schuurtje of tuinhuisje en gooien weer benzine in hun motor of grasmaaier. De restjes smijten zij in een putje of de wc. Het spul komt uiteindelijk in het riool terecht, blijft daar drijven en gaat dampen. En bij de buren komt de stank weer naar boven via hun wc.’’ Hetzelfde geldt voor de eerste fikse regenbui na een lange periode van droogte. Kolken gaan dan vaak stinken, waarop inwoners de brandweer bellen vanwege rare luchtjes.

Een ander voorbeeld is de aanleg van glasvezel. Dit gebeurde onlangs op grote schaal in woonwijken in Heerenveen en iets langer geleden in Leeuwarden. Fennema: ,,Dan weten wij vaak al: dit kan ons zo tien tot vijftien meldingen per dag opleveren aan gaslekken en gaslucht. Bij de aanleg raken ze een leiding en worden wij opgeroepen. Terwijl het geen groot probleem is, omdat het gat meestal niet groot is en het niet gaat om een hogedrukleiding. Bovendien is er altijd iemand bij. Maar het telt bij ons wel als een melding.’’ Ook achter deze data zit dus een verhaal, wil hij maar zeggen.

En dan zijn er nog de Waddeneilanden, een wereld op zich, zo heeft De Groot al vaak ervaren. Statistieken doen er daar niet al te veel toe. ,,Allereerst gebeurt er relatief weinig op de eilanden. En als er wel brand is, zit men al in de wagen.’’ De mensen kennen elkaar en gaan meteen helpen. Vaak melden zij het niet in het systeem. ,,Ze zijn al bezig. Het is al geregeld. Dat is ook wel weer mooi hè.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
brandweer
Aanrader van de redactie