O, o Den Haag: De Randstad waakt over de Lelylijn

O, o Den Haag. ILLUSTRATIE LC

Een wekelijkse kijk op Den Haag. In deze aflevering: de kaarten zijn geschud en de portefeuilles verdeeld. De eerste sof voor de Lelylijn is daar.

Infrastructuur en Waterstaat was in Den Haag sinds jaar en dag typisch een portefeuille voor regionale Tweede Kamerleden. Ze konden er punten scoren met het ijveren voor knelpunten in hun eigen landsdelen. De verdubbeling van de N35 Zwolle-Almelo, het spoorlijntje Nijmegen-Venraij, de sluis bij Kornwerderzand of de Lelylijn, ieder had zo zijn eigen stokpaardjes. De Kamerleden heetten Betty de Boer of Stieneke van der Graaf, Roy van Aalst of Rutger Schonis.

Na de verkiezingen van 17 maart is alles anders. De afgelopen week zijn de portefeuilles binnen de fracties verdeeld. Het departement Infrastructuur en Waterstaat gaat bij de grootste zes fracties grotendeels naar de Randstad. En zo is de eerste domper een feit voor Noord-Nederland en de Lelylijn-lobby in het bijzonder.

De Tweede Kamerleden waar de spoorlijn het de komende periode van moet hebben wonen in Schiedam (VVD, Fahid Minhas), Mijdrecht (D66, Kiki Hagen), Voorthuizen (CDA, Jaco Geurts), Amsterdam (SP, Mahir Alkaya) en Easterein (PvdA, Habtamu de Hoop). De PVV heeft de verdeling nog niet rond.

Binnen het Samenwerkingsverband Noord-Nederland hebben ze hun knopen geteld; de jonge Fries De Hoop torst een zware last op de schouders. Hij wordt binnen deze belangrijke Haagse Kamercommissie de man die de Lelylijn moet binnenslepen.

Hoe belangrijk een regionale stem is binnen Kamercommissies heeft de historie bewezen. Op de Haagse ministeriële burelen, waar nut en noodzaak graag in euro’s worden uitgedrukt, gaat het oplossen van files in de Randstad meestentijds vóór het realiseren van een weg of spoorlijn in het dunner bevolkte achterland. Tweede Kamerleden kunnen dit beleid bijsturen door onverminderd te blijven sleuren en trekken. Op deze wijze kwamen de afgelopen kabinetsperiode de Nedersaksenlijn, de brede sluis bij Kornwerderzand en de Lelylijn op het netvlies van politiek Den Haag.

De belangen zijn groot en de tijd dringt. Het is namelijk de Lelylijn die als eerste aan bod komt in een voor Noord-Nederland belangrijk overleg. Op 19 mei vergadert de nieuwe Tweede Kamer over het Toekomstbeeld OV 2040. Het Toekomstbeeld huldigt het principe ‘de basis op orde’. De Lelylijn staat er niet in. Die hoort niet bij de basis. Het wrange: de Amsterdamse Noord-Zuid-lijn wél.

In het noordelijke lobbycircuit is het inmiddels alle hens aan dek, want ook de opzet van het Groeifonds, die andere reddingsboei voor de Lelylijn, dreigt meer en meer een Randstedelijk feestje te worden. Een amper ingewerkte nieuwe lichting politici van de Kamercommissie Infrastructuur moet de spoorlijn alsnog in alle stukken zien te fietsen.

Hoop is er op een spoedige terugkeer van Stieneke van der Graaf, het Groningse ex-Tweede Kamerlid van de ChristenUnie die bij haar partij net buiten de top vijf viel. Na een eventuele regeringsdeelname van de CU - sinds gisternacht steeds waarschijnlijker - en/of een nieuwe dienstbetrekking van partijgenote Carola Schouten kan zij terugkeren in politiek Den Haag.

Van der Graaf zette zich de voorbije periode onvermoeibaar in voor noordelijke thema’s en zou na de formatie met Habtamu de Hoop een sterke tandem kunnen vormen.

Er is één portefeuille waar regionale Kamerleden wel overheersen. Dat is die van de Mijnbouw (Groningen, Waddenzee). Hier mogen Aukje de Vries (Leeuwarden, VVD), Agnes Mulder (Assen, CDA), Sandra Beckerman (Groningen, SP) en Henk Nijboer (Groningen, PvdA) de kolen uit het vuur slepen. Waarmee ‘Groningen’, zo klinkt het, indirect tot een regionaal probleem is verklaard.

saskia.van.westhreenen@lc.nl

Nieuws

Meest gelezen