'Nieuw klimaat' is warmer en natter

Na ieder decennium worden de klimatologische normaalcijfers aangepast. De nieuwe normalen liggen gemiddeld 0,4 graden hoger dan de oude. Op jaarbasis valt daarbij circa 10 millimeter meer neerslag.

Prachtige luchten boven Deinum, maar nog geen ijsweg ernaartoe. FOTO BENNERT BEEKSMA

Prachtige luchten boven Deinum, maar nog geen ijsweg ernaartoe. FOTO BENNERT BEEKSMA

De nieuwe normaalcijfers waarmee de komende tien jaar gewerkt gaat worden zijn de gemiddelden over de periode 1991-2020. De afgelopen jaren werden de gemiddelden over 1981-2010 als normaal gehanteerd.

Vergelijking tussen beide leert dat het jaar gemiddeld 0,4 graden warmer is geworden. De normaalwaarde van Leeuwarden stijgt van 9,5 naar 9,9 graden. De grootste stijging (+0,6 graden) wordt gemeten in april en december, maar alle maanden doen aan de stijging mee.

De opwarming blijkt ook duidelijk uit de toename van het aantal warme dagen en de afname van vorst- en ijsdagen. Het aantal zomerse dagen met 25-plus temperaturen stijgt in Leeuwarden van 13 naar 15 en het aantal warme dagen (20-plus) van 58 naar 67. Daar staat het verlies van twee ijsdagen tegenover: van tien naar acht. Bij een ijsdag blijft het kwik het hele etmaal onder nul. Het aantal vorstdagen gaat terug van 57 naar 51.

Opwarming

‘Normaal’ heeft als bijbetekenis: gewoon, gebruikelijk. Het nadeel van de aanpassing van de normaalwaarden is dan ook dat de opwarming als iets gewoons kan worden gezien. Een januarimaand met een gemiddelde van 3 graden wordt straks ‘iets aan de koude kant’ genoemd, terwijl het in werkelijkheid een graad warmer is dan voor de opwarming.

Daarom is het verhelderend om het gemiddelde van de 20ste eeuw als normaalwaarde te beschouwen. We zien dan dat de periode 1991-2020 op jaarbasis een volle graad warmer is dan het eeuwgemiddelde. De verwachting is dat die afwijking steeds groter wordt. Nu al heeft Leeuwarden qua temperatuur het klimaat van Brussel veertig jaar geleden. De Elfstedentocht op de schaats lijkt een puur 20ste-eeuws verschijnsel te blijven.

De opwarming gaat zo snel, dat de nieuwe normaalwaarde van 9,9 graden eigenlijk al weer achterhaald is. Tot het jaar 1999 kende Leeuwarden maar twee jaren met een gemiddelde van 10 graden of hoger (1988 en 1990). Sinds 1999 echter waren er nog maar vijf jaren met een lager gemiddelde dan 10 graden. Over de laatste tien jaar komt de Friese hoofdstad gemiddeld op 10,3 graden uit. Dat is al 0,4 graden boven de nieuwe „normaal”.

Lente droger, zomer natter

Uiteraard worden ook de normaalcijfers voor de neerslag aangepast. De trend daarbij is veel minder duidelijk, maar op jaarbasis wordt het ruim 10 millimeter natter. Niet alle maanden doen daaraan mee. Zo is maart aanzienlijk droger geworden (van 63 naar 53 mm) en ook november levert een paar millimeter in. Daar staat een forse vernatting tegenover van augustus (van 82 naar 93 mm) en december (van 79 naar 86 mm). De lente is droger geworden, de winter en de zomer juist natter.

Ook bij de neerslag is een vergelijking met het 20ste-eeuwse gemiddelde interessant. Dan blijkt dat in alle maanden meer neerslag valt, behalve in april. De grasmaand is 6 millimeter droger geworden. De grootste winnaars zijn februari, augustus en december.

Het natter worden van de wintermaanden heeft alles te maken met het steeds vaker optreden van (zuid)westelijke circulaties. Die verhogen zowel de temperatuur als de neerslag. De nattere augustus is vooral het gevolg van de toenemende frequentie van zware buien.

Zonuren

Het aantal uren zonneschijn vertoont een sterke toename. De vliegbasis gaat van 1655 naar 1789 uren zon op jaarbasis en alle maanden delen in die stijging. Dit is echter vooral een gevolg van een veranderde meetmethode die sinds 1992 wordt toegepast.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland