Roze Zaterdag in Leeuwarden met LHBTIQAPC. Maar wat betekenen al die letters?

Bij de Elfstedenhal in Leeuwarden heeft presentator Sipke Jan Bousema donderdag 7 oktober samen met een groep ouders een enorme Friese regenboogvlag uitgerold. FOTO ANTON KAPPERS

Liefde, seksualiteit en gender moet je niet in een hokje stoppen, vinden critici. Voorstanders van de uitgebreide afkorting LHBTIQAPC vinden juist dat de reeks recht doen aan seksuele- en genderdiversiteit en bijdraagt aan het maatschappelijke debat. Maar wat betekenen al die letters nu eigenlijk, die op Roze Zaterdag in Leeuwarden over de tong gaan?

L

Lesbisch: Vrouwen die zich romantisch en/of seksueel uitsluitend aangetrokken voelen tot andere vrouwen.

H

Homoseksueel: Iemand die zich romantisch en/of seksueel aangetrokken voelt tot hetzelfde geslacht of gender. Homo betekent hetzelfde. De term geldt eigenlijk voor iedereen, maar wordt vooral voor jongens en mannen gebruikt.

B

Biseksueel: Een bi is iemand die zich (potentieel) romantisch en/of seksueel aangetrokken voelt tot meer dan één geslacht of gender (de verzameling eigenschappen, gedragingen en rollenpatronen die een maatschappij voor elk geslacht heeft bepaald).

T

Transgender: Als sekse (geslacht) niet overeenkomt met genderidentiteit (iemands persoonlijke beleving van zijn/haar/gender).

Non-binair: Iemand die zich niet thuis voelt in de binaire hokjes man of vrouw. Sommige non-binaire mensen noemen zich gender non-conform, agender (zonder gender) of genderfluide. Een deel wordt liever aangesproken met hen en hun in plaats van met hij of zij, hem of haar.

I

Intersekse persoon: Iemand met geslachtskenmerken die buiten de gebruikelijke, medische definities voor vrouwen- of mannenlichamen vallen.

Q

Queer: Iemand die zichzelf niet een vaststaande gender en/of seksuele identiteit toekent of dit afwijst. In het Engels is queer een parapluterm voor alles wat niet heteroseksueel is en/of cisgender (als sekse (geslacht) overeenkomt met genderidentiteit).

Questioning: De Q in de afkorting LHBTIQAPC kan ook worden uitgelegd als de Q van questioning: iemand die (nog) niet weet op welke gender (s) of geslacht (en) hij/zij/hen valt

A

Aseksueel: Mensen die weinig tot geen seksuele aantrekkingskracht voelen tot anderen en/of geen behoefte hebben aan seks met een ander. Dat is anders dan aromantisch: iemand die niet (vaak) verliefd wordt/romantische gevoelens heeft.

P

Panseksueel: Iemand die zich (potentieel) romantisch en/of seksueel aangetrokken voelt tot mensen, ongeacht het geslacht of gender van de ander. Pan betekent alle.

C

Cisgender: als sekse (geslacht) overeenkomt met genderidentiteit, het tegenovergestelde van transgender.

Bron: Gender & Sexuality Alliance en iedereenisanders.nl

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nieuws

Meest gelezen