LC Klimaatpanel: Urgenda-arrest kan nadelig uitpakken voor het klimaat

Youth Climate demonstreert tegen klimaatverandering. FOTO ANP

Met klimaatverandering, klimaatontkenners en klimaatstakingen was het klimaat één van dé onderwerpen van 2019. Klimaatwetenschapper Leo Meyer blikt terug.

Het jaar 2019 was er een vol temperatuurrecords, apocalyptische bosbranden, overstromingen en tyfoons. Dat de door de mens veroorzaakte wereldwijde opwarming meer weerextremen veroorzaakt, is voor de klimaatwetenschappers inmiddels gesneden koek. En in de komende jaren wordt het zeker nog erger: nu is de aarde gemiddeld al 1.1 graad warmer dan in de negentiende eeuw.

En de temperatuurstijging gaat voorlopig nog decennia door. Het Parijs-akkoord stelt als doel de opwarming te beperken tot ruim beneden de 2 graden, liefst niet meer dan 1.5 graad, maar vooralsnog zijn we op weg naar minstens 3 graden in 2100 – wereldwijd gemiddeld.

Op de Klimaattop in Madrid in december slaagden de landen er niet in een akkoord te bereiken om de regels voor de uitvoering van het Parijs-akkoord compleet vast te stellen. Veel animo om de broeikasgassen harder aan te pakken, lijkt er bij een aantal grote spelers niet te zijn, ondanks nieuwe alarmerende rapporten van het VN Klimaatpanel IPCC en de oproepen van de klimaatstakers. Maar in Nederland hebben we sinds 2019 gelukkig een Klimaatakkoord – wij moeten de uitstoot van broeikasgassen halveren in 2030 ten opzichte van 1990, en naar vrijwel nul terug brengen in 2050.

Veel animo om de broeikasgassen harder aan te pakken, lijkt er bij een aantal grote spelers niet te zijn

De Staat heeft vorige maand nog een extra duw in de rug gekregen van de Hoge Raad door de Urgenda-uitspraak. Nederland moet dit jaar 25 procent minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990, terwijl we volgens het Planbureau voor de Leefomgeving niet verder zullen komen dan 20 tot 21 procent.

Dit betekent 9-11 Mton CO2-equivalenten extra reduceren. Een dergelijk grote klapper lukt binnen onze landsgrenzen alleen door nog deze maand de twee gloednieuwe en hyper-efficiënte kolencentrales te sluiten (Eemshavencentrale en Centrale Maasvlakte). Dat gaat niet – en zelfs als zou het lukken met acute draconische noodwetten, dan zal Nederland aardgascentrales weer moeten aanzetten en stroom inkopen, die geproduceerd wordt door minder efficiënte en veel CO2-uitstotende bruinkool of steenkoolcentrales in het buitenland.

We hebben nog niet genoeg elektriciteit uit zon en wind om die sluiting op te vangen, en we lopen dan het risico dat de uitstoot van broeikasgassen door Europa juist toeneemt in plaats van afneemt. Zo vegen we ons eigen straatje schoon en dumpen we de rommel bij de buren. Bovendien zijn er dan stevige claims door de energiebedrijven RWE en UNIPER te verwachten, en moet er een oplossing komen voor de mensen die in die centrales hun brood verdienen.

Het is overigens niet zo dat de rechter de Nederlandse Staat aan zijn eigen doelstellingen houdt. Dat klinkt prachtig, maar die 25 procent is nooit een politiek doel van Nederland geweest. Het is een interpretatie van Urgenda en de rechterlijke macht van een IPCC-rapport uit 2007, en van niet-uitgevoerde beleidsvoornemens van de EU in 2009.

De rechterlijke macht motiveert haar uitspraak door te verwijzen naar de zorgplicht van de staat en de Rechten van de Mens – maar die lijken hiermee met het onmiddellijk sluiten van de kolencentrales juist niet gediend te zijn. Er is misschien wel een alternatief dat uitkomst kan bieden.

Onder het Kyoto-protocol (de voorloper van het Parijs-akkoord) bestaat nog dit jaar de mogelijkheid om ‘carbon credits’ in te kopen uit behaalde emissiereducties in ontwikkelingslanden. Dat kan onder het zogenoemd Clean Development Mechanism (CDM). Die reducties mag je dan toerekenen aan je eigen land (zie Emissierechten.nl: ‘Hof laat in arrest klimaatzaak ruimte via carbon credits aan vereiste reducties te voldoen’).

Dat is wél effectief voor het klimaat, draagt bij aan de duurzame ontwikkeling van ontwikkelingslanden, is kosteneffectief, en leidt niet tot momentane paniek in onze elektriciteitsvoorziening. En de atmosfeer maakt het niet uit waar op aarde je de broeikasgasuitstoot vermindert. Aan de andere kant zal deze route ook op politieke weerstand van scherpslijpers stuiten.

In ieder geval heeft het kabinet naast stikstof er nog een stevig hoofdpijndossier bij. Deze maand moet het met de oplossingen komen.

Leo Meyer (1948) werkte in de energiesector, bij VROM, PBL en IPCC. Hij is nu onafhankelijk klimaatwetenschapper en –adviseur.

Nieuws

menu