Klimaatadaptatie, maar hoe?

De voorstelling 'WE HAVE NEVER BEEN MODERN' op Oerol 2018 nodigde bezoekers uit zich te bezinnen op het langzaam stijgende water. FOTO ANKE TEUNISSEN/HOLLANDSE HOOGTE Foto: Anke Teunissen / Hollandse Hoogt

Tijdens onze wandeling op Terschelling vertel ik mijn kinderen over het samenspel van water, zand en natuur. Met trots leg ik uit wat we in Nederland hebben gedaan om te kunnen leven in de delta. Soms vechtend tegen het water met dijken en keringen, maar ook samenwerkend met het water door het uit te nodigen en ruimte te geven.

In het verleden werden polders onder water gezet als militaire verdedigingsstrategie of om voedingsstoffen toe te voegen aan landbouwgrond. En recenter is meer ruimte gegeven aan de rivier om zo overstroming van huizen elders te voorkomen. Steeds meer beseffen we dat het natuurlijke systeem de basis moet zijn voor onze waterbeheerstrategie en dat we daar onze ingenieurskennis aan moeten toevoegen.

Klimaatadaptatie

Met enige zorg vertel ik echter ook over wat ons in Nederland en in andere kustgebieden te wachten staat. De gevolgen van klimaatverandering zijn nu al merkbaar: droge zomers, bosbranden en temperatuurrecords. Het stabiliseren van klimaatverandering is belangrijk om gevolgen te beperken. Echter, ook als we in staat zijn het Parijsakkoord te halen en als klimaatverandering beperkt blijft tot 1,5 of 2 graden Celsius, is aanpassen aan klimaatverandering nodig. Klimaatadaptatie is dus onvermijdelijk.

Klimaatadaptatie kan door weerstand te bieden, mee te bewegen of terug te trekken. Dat klinkt simpel, maar is in werkelijkheid complexer. Wat gunstig is voor de een, kan ongunstig zijn voor de ander. Maar ook: een maatregel die op de korte termijn effecten beperkt, kan op de lange termijn ongewenst zijn. Bijvoorbeeld als er na het plaatsen van dijken door gebrek aan financiën of ruimte het niet meer mogelijk is dijken te onderhouden en op te hogen, of als het risico als gevolg van mogelijk falen te groot wordt.

Water tegenhouden

Wat betreft adaptatie aan zeespiegelstijging zijn er vier strategieën. Ten eerste, beschermen door het water tegen te houden. Dat kan door de huidige kust te verstevigen en hoger te maken. Al zal dat zoutindringing niet volledig tegenhouden. Soms is daar geen ruimte voor.

Nieuwe kust aanleggen

Een andere beschermingsstrategie is om een nieuwe kust aan te leggen in zee; ook wel zeewaarts genoemd. Beschermen kan gedaan worden met harde infrastructuur zoals een dijk of kering, maar kan ook met zachte maatregelen zoals duinen of kwelders. Deze laatste worden ook wel ‘natuurlijke’ (nature-based) maatregelen genoemd. Wereldwijd zijn ze in opmars, al is nog niet duidelijk of dat altijd en overal voldoende zal zijn, vooral voor dichtbevolkte gebieden. Dan is een combinatie met harde infrastructuur nodig.

Water de ruimte geven

Een derde strategie is het meer ruimte geven aan en meebewegen met het water en het landgebruik aan te passen. Bijvoorbeeld door gewassen te verbouwen die beter tegen natte of zoute omstandigheden kunnen. Of door gebouwen op palen te bouwen of drijvend, of zo te bouwen dat als er water binnenkomt de gevolgen beperkt blijven. Bij een hoge zeespiegelstijging zijn deze maatregelen vaak onvoldoende.

Huizen verplaatsen

Een vierde strategie is het verplaatsen van huizen en gebouwen, ook wel terugtrekken genoemd. Wereldwijd is dit onvermijdelijk in laaggelegen kustgebieden. Deze strategie wordt vaak gezien als laatste optie en toegepast als het kwaad al is geschied. Niet verrassend dat het dan wordt gezien als ‘opgeven’. Echter, door terugtrekken te zien als een serieuze optie en in samenhang met andere maatschappelijke doelen en ontwikkelingen te beschouwen, kan dit op termijn tot gunstige uitkomsten leiden.

Ook bij adaptatie geldt: voorkomen is beter dan genezen. Deze strategie, die aanvullend is op de andere strategieën, heeft tot doel ontwikkelingen in risicovolle gebieden te vermijden en/of alleen te laten plaatsvinden als deze tijdelijk zijn of bestand zijn tegen klimaatverandering.

Integrale benadering

Adaptatie staat niet op zichzelf. Ondertussen hebben we te maken met maatschappelijke ontwikkelingen, die de noodzaak van adaptatie groter maken en soms adaptatie in de weg staan. Omdat veel van deze ontwikkelingen nog lang in de toekomst merkbaar blijven, is het belangrijk dit integraal te bekijken. Neem bijvoorbeeld het bouwen van nieuwe woningen in laaggelegen kustgebieden. Dat vraagt weer om meer bescherming. Of de aanleg van windmolens en zonnepanelen, dat kan zandwinning, dijkversterking of wateropslag ten behoeve van klimaatadaptatie belemmeren.

Veel is al mogelijk. Toch is innovatie voor de opgave waar we wereldwijd voor staan essentieel. De beste adaptatiemaatregel is wellicht wel mitigatie: het beperken van klimaatverandering. Elk beetje extra opwarming is relevant en kan op de lange termijn meters aan zeespiegelstijging verschil betekenen. Dat is wel een verhaal dat ik graag aan mijn kinderen vertel als ik met hen geniet van de prachtige Nederlandse kust.

Dr. Marjolijn Haasnoot is wetenschapper klimaatadaptatie en water bij kennisinstituut Deltares en de Universiteit Utrecht. Ze ontwikkelde een adaptieve aanpak om ons voor te bereiden op onzekere klimaatverandering. Marjolijn is hoofdauteur voor het 6de assessment van het IPCC en schreef eerder over gevolgen van zeespiegelstijging voor de adaptatie in Nederland.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Klimaatpanel