Kerstkaarten

Pake nam een hap van zijn kaasboterham en veegde de kruimels van zijn overhemd. ,,Fuort’’, zei hij en hij maakte een wegwerpgebaar. ,,Se binne lokkich allegear fuort.’’ Ik had hem gevraagd naar de stapel kerstkaarten, die al zeker een week lang een groot deel van zijn tijd opslokte.

Wieberen Elverdink.

Wieberen Elverdink. FOTO MARCEL J. DE JONG

Ze zeggen dat Kerstmis dit jaar vroeg valt, maar voor mijn grootvader is het eerder traditie dan uitzondering dat hij al ruim voor sinterklaasavond met kerst- en nieuwjaarswensen strooit.

Dat is een complexe operatie. Het vinden van de juiste namen bij de juiste adressen, het bedenken en neerpennen van persoonlijke boodschappen, het gepruts om die kaarten in passende enveloppen te steken – wíj draaien er onze hand niet voor om, maar als je ruim in de negentig bent, je vingers stram en je inwendige administratie nevelig, dan zijn die handelingen geen sinecure.

Toen pake een paar dagen geleden een stapeltje op de bus wilde doen, was hij teruggefloten door personeel van het zorgcentrum. Sommige enveloppen bleken nog onbeschreven, ze zouden de bezorgdiensten voor een mysterie hebben geplaatst.

,,Dat kaam sa net goed, seine se.’’

Hij haalde zijn schouders op, verongelijkt bijna.

Ik vroeg me af waarom hij toch elk jaar weer aan zo’n slepende kerstkaart-exercitie begon. Iedereen zou er begrip voor hebben als hij er de brui aan gaf, zich die moeite en stress bespaarde.

En terwijl ik daarover peinsde, dwaalden pakes ogen af, over mijn schouder, naar het raam. Met driftige vleugelslagen streek daar net een koolmees neer op het plexiglazen vogelhuisje dat met zuignappen aan het venster kleefde.

Het beestje pendelde gretig heen en weer tussen de plakjes kaas en de homp kruidkoek die mijn grootvader in het transparante hokje had gelegd. Zo nu en dan keek het naar binnen, naar ons, aan de ronde tafel met het kleedje, om zich daarna weer met woeste halsbewegingen aan de traktatie te laven.

Pake veerde op. ,,Ah, dêr is datselde paapke wer.’’

De koolmees was een vaste gast aan het raam op de tweede etage van het zorgcentrum. Soms bleef het vogeltje dagenlang weg. Waarschijnlijk had het bij deze zachte temperaturen nog genoeg aan de zaden en insecten op de grond, beredeneerde pake. Maar eens in de zoveel tijd zwichtte het voor de verlokkingen van de delicatessen in het plexiglas. Triomfantelijk meldde de mees zich dan aan het kozijn, alsof het wilde zeggen: ‘Kijk, ik ben er nog!’

Ineens zag ik het.

Ineens begreep ik waarom pake zich zo’n werk op de hals haalde met die kerst- en nieuwjaarskaarten. De laatste jaren was zijn actieradius gestaag kleiner geworden. Ouderdom had zijn mobiliteit en ondernemende geest steeds verder beteugeld. In virustijd waren verjaardagsbezoekjes en andere uitstapjes al helemaal taboe geworden.

Zijn wereld, dat was nu vooral het zorgcentrum.

Maar met die kerstkaarten meldde hij zich weer even aan de vensters van zijn naasten, een beetje als die mees.

Met Prettige kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar wilde hij eigenlijk zeggen: ‘Kijk, ik ben er nog!’

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink


Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland