Het tragische verhaal van een Joodse verzetsman die zijn plek niet meer kon vinden

Lucien en Margot van Gelder.

Levie van Gelder overleefde de oorlog maar daarna kwam de klap. ,,Na de bevrijding is zijn levensweg tot een lijdensweg geworden.” Het tragische verhaal van een Joodse verzetsman in Friesland, die zijn plek in de naoorlogse samenleving niet meer kon vinden.

Lucien van Gelder praat honderduit over zijn vader Levie. De 80-jarige Lucien is een van de Joodse kinderen die in Friesland zaten ondergedoken. Hij zoekt contact met de redactie achter het project De Terugkeer van de Joodse Kinderen, om het verhaal van zijn vader vertellen, een vergeten verzetsheld.

Van Gelder woont al 42 jaar in Luxemburg, maar zijn band met Friesland blijft hecht. ,,Ik ben al een hele tijd van plan naar Friesland te gaan. Maar ja, corona ..” Van Gelder is een selfmade-man, vertelt hij met gepaste trots. ,,Ik ben ook in een typisch Joods vak beland: de confectie. Ik heb de hele wereld rond gereisd met knoopjes. Nee, dat verwacht je niet hé?” Op zijn tachtigste zit hij niet achter de geraniums. Van Gelder kijkt vooruit. ,,Mijn vrouw Margot en ik laten zelfs een huis bouwen.”

Terug naar het verleden. Vader Levie van Gelder had een vooruitziende blik. ,,Door de Kristallnacht in 1938 zag hij het gevaar van de nazi’s al ver voor het begin van de oorlog, maar toen wilde niemand luisteren”, zegt zijn zoon. Lucien, Luukje voor intimi, werd in augustus 1940 in Amsterdam geboren. ,,Ik zou eigenlijk Levy heten, maar mijn vader vond dat te Joods. Daarom besloten mijn ouders mij Lucien te noemen, naar de Franse zangeres Lucienne Boyer van wie mijn moeder groot fan was.”

‘Vakantie’

De Van Gelders krijgen in de zomer van 1942 een oproep zich te melden in Westerbork, maar besluiten daar geen gehoor aan te geven. ,,Ze lieten de winkel in verlichtingsartikelen in Amsterdam, compleet met inventaris, achter en gingen ‘op vakantie’ naar Garderen.” Alle spullen werden vervolgens uit de winkel geroofd, vertelt Van Gelder misnoegd. ,,We werden ‘gepulst’ zoals dat heette. Het transportbedrijf Puls uit Amsterdam nam alles mee.”

In Garderen volgde een toevallige ontmoeting met verzetsman Theo Dobbe. Die was al vanaf het begin van de oorlog in verzet tegen de Duitsers. De Groep-Dobbe is onder meer bekend van diverse sabotageacties en de overval op het distributiekantoor in Joure op 14 oktober 1942. Dobbe vroeg of Van Gelder bij het Friese verzet aan wilde sluiten en zo belandden vader, moeder, Lucien en zijn broer John in Friesland.

Lucien van Gelder dook eerst onder bij de familie van der Zee in Sneek. Door verraad moest hij al snel naar een andere plek. ,,Mevrouw Van der Zee is met mij op de fiets naar de markt gevlucht”, vertelt Lucien. ,,Daar kwam ze Iebeltje Schuurmans-Bakels tegen. Ze begreep het direct en zonder een woord te zeggen, nam zij mij met fiets en al mee.” Schuurmans-Bakels had een internaat voor schipperskinderen en daar overleefde hij de oorlog. ,,We waren heel close”, vertelt Lucien overde band met zijn pleegmoeder. ,,Zij had bij een miskraam een jongetje verloren en daarom behandelde ze mij waarschijnlijk als haar eigen kind.”

Van Gelder had het goed in het schippersinternaat. ,,Ik heb nog steeds contact met mijn pleegzus Foekje en ging alle vakanties naar mijn pleegfamilie toe.” Het afscheid van de familie viel hem in 1945 zwaar. ,,Als troost had mijn pleegmoeder mij een hondje gegeven. Ik was helemaal gek van dieren. De hond ging zelfs met mij mee naar school en bleef voor de deur van het klaslokaal zitten”, vertelt Van Gelder.

Luukje kon zich vrij bewegen in de Waterpoortstad. Hij mocht naar school en ging mee naar de Gereformeerde Kerk. De ondergrondse had intussen veel meer moeite met het in veiligheid brengen van moeder Judikje en broer John. ,,Zij moesten meerdere keren naar een ander adres toe”, zegt Van Gelder. Ondertussen zat zijn vader diep in het verzet.

Kaasfabriek

Hij heeft veel voor het verzet betekend, zegt Lucien van Gelder. ,,Hij overviel een kaasfabriek want die zou worden leeggeroofd door de Duitsers en verdeelde de buit onder de hongerlijdende bevolking, deed mee aan wapendroppings en hij bracht veel Joden uit Amsterdam naar Friesland om onder te duiken.’’ Van Gelder ging zelfs leningen aan om de onderduikers te onderhouden.

Zijn verzetskompanen vertellen vol lof over zijn verzetsactiviteiten. In een rapport uit maart 1971 schrijven Haitze Wiersma en Jacob Russchen, bestuursleden van de Stichting Sneek 1940-1945, dat Van Gelder altijd op zijn tenen moest staan, omdat hij als KP’er taken deed die ver boven zijn krachten gingen. Sjoerd Wiersma uit Joure schrijft dat Van Gelder veel Joden en andere onderduikers onderbrengt én verzorgt, lid is van een sabotage- en gevechtsgroep en aan sabotagedaden meedoet.

,,Ik heb voor van Gelder, het kleine Joodje, meer respect dan voor vele KP’ers, want hij durfde niet, maar dééd het toch”, schrijft Haitze Wiersma in een ander rapport uit maart 1971 over zijn verzetsmaat.

De rapporten komen uit de jaren zeventig. Zijn kornuiten kwamen destijds in actie om een oorlogspensioen voor de aan lager wal geraakte Van Gelder te regelen. Met lede ogen zagen zij hem steeds verder afglijden.

Zo goed en zo kwaad als het ging, had Levie van Gelder de draad opgepakt na de oorlog. In Amsterdam was hij weer een bedrijfje in verlichtingsartikelen begonnen, met hulp van de Stichting Sneek 1940-1945. Van Gelder ging vaak met zijn vader mee wanneer die voor zijn werk naar Groningen of Friesland moest. ,,Over alle plekken die wij bezochten, kon hij wel vertellen wat hij daar in de oorlog had meegemaakt”, zegt Van Gelder. Zo kwam hij al op jonge leeftijd veel te weten over het oorlogsverleden dat zijn vader als een last met zich meedroeg.

De verzetsactiviteiten, alle mensen die hij niet had kunnen redden én het feit dat zijn vrouw en twee kinderen elders waren ondergedoken, eisten hun tol. Na de oorlog brak hij. ,,Zijn energie en moed had hij in de bevrijding totaal verbruikt zodat hij in werkelijkheid tot een psychisch wrak geworden is”, beschrijft Haitze Wiersma zijn toestand.

Al snel na de oorlog liep het huwelijk tussen Judikje en Levie spaak. Ze scheidden in 1947. Ook een tweede huwelijk eindigde in een scheiding en in 1963 ging zijn bedrijf op de fles. De dappere verzetsman belandde volgens zijn maten van destijds uiteindelijk ‘op de laagste trap van de maatschappelijke ladder, die men zich denken kan’.

Kortsluiting

,,Ook de mensen die hij niet had weten te redden, spookten door zijn hoofd”, vertelt Van Gelder. ,,Zoals de 16-jarige Rosa Lisser uit Amsterdam. Voor haar had hij een adres maar voor de ouders niet en die wilden haar niet laten gaan. De volgende dag werd Rosa bij een razzia opgepakt en naar Auschwitz gedeporteerd. Haar ouders overleefden de oorlog in onderduik, dankzij mijn vader. Maar het stapelt zich dan allemaal op elkaar”, zegt Van Gelder over de kortsluiting die bij zijn vader ontstond.

,,Hij stierf in 1982. Eenzaam en berooid in de Sinaï-Kliniek. Een centrum gespecialiseerd in psychiatrische zorg voor Joodse Tweede Wereldoorlog overlevenden te Amersfoort”, vertelt kleinzoon Alain Eskinasi. ,,Tot aan zijn dood zat de overheid achter hem aan voor de leningen die hij had afgesloten om de onderhoudskosten te betalen voor de Joden die hij had laten onderduiken.”

Nieuws

Meest gelezen