Insecten hebben het beter naar de zin in de stad dan op het platteland

,,In steden vind je juist heel veel mensen met leuke tuintjes met ontzettend veel variatie erin.'' Foto: Siep van Lingen

Insecten hebben het in de stad beter naar de zin dan op het platteland. Juist in stedelijke gebieden zitten er ,,waanzinnig veel’’.

Dat vertelde Arjen Strijkstra, lector bijen en biodiversiteit aan Hogeschool Van Hall Larenstein, dinsdag tijdens een digitale lunchlezing van de Friese Milieu Federatie (FMF).

Strijkstra: ,,Als het in stedelijk gebied allemaal Japanse tuinen zouden zijn met minimalistische bonsai, zou het waarschijnlijk anders zijn. Maar over het algemeen vind je in steden juist heel veel mensen met leuke tuintjes met ontzettend veel variatie erin.’’

Dit maakt dat dorpen en steden, samen met erkende natuurgebieden, positief in het oog springen bij inventarisaties en op kansenkaarten voor herstel van de insectenstand. Op de kaarten die Strijkstra tijdens zijn lezing liet zien, steekt Friesland flets af bij de rest van het land.

Kansenkaart

Studenten van Van Hall Larenstein maken voor de provincie een kansenkaart voor het repareren van biodiversiteit. In een eerste studie hebben Charlotte Kraft en Maikel Menting op basis van 380.000 waarnemingen van 28 insectensoorten (variërend van generalistisch tot juist heel specialistisch) uitgezocht waar deze het goed doen en waar kansen liggen voor het versterken en logisch verbinden van hun leefgebieden.

Wanneer waarnemingen van soorten en gebiedseigenschappen over elkaar heen worden gelegd, wordt inzichtelijk op welke plaatsen het zinvol is maatregelen te treffen. Aan het onderzoek zullen meer soorten worden toegevoegd om de provincie aan een completere gereedschapskist te helpen.

Complexer denken

Strijkstra pleit voor blijvende verbindingen tussen kleine en grote leefgebieden van insecten, om die te laten overleven in ,,een marginaal landschap waarvan een heel hoog percentage vrij intensief wordt gebruikt’’. Welk deel van het landschap zou moeten worden gereserveerd voor natuurlijke processen? Daarvoor verwees de lector naar de 30 procent die oud-hoogleraar natuurbeheer Frank Berendse vorig jaar noemde tijdens een FMF-lezing.

Strijkstra benadrukte dat maatregelen buiten de steden (,,Daar mag je van alles doen.’’) moeten aansluiten bij het landschap. ,,Voor insecten iets doen, valt niet mee. Het zijn er een heleboel en ze willen allemaal iets anders. Ze houden elkaar in de stokken en dat is ook het nut van biodiversiteit. Dat betekent ook dat wij complexer moeten denken. Bloemen zijn natuurlijk leuk, maar een stabiel landschap is beter.’’

Nieuws

menu