Hoe de Leeuwarder vliegbasis voor miljoenen wordt klaargemaakt voor de F-35

F-35. FOTO ANP

Een waas van geheimzinnigheid hangt over de bouwactiviteiten die de Leeuwarder vliegbasis klaar moeten maken voor de F-35. We mochten even kijken.

De Leeuwarder vliegbasis wordt – het duurt nog tot 2023 – verbouwd voor zo’n 140 miljoen euro. Zo wordt de basis gereed gemaakt voor de komst van de F-35 (ook JSF genoemd), de straaljager die bij de Nederlandse luchtmacht de F-16 vervangt. ,,Van een Volkswagen naar een Formule 1-wagen’’, zegt Hans Schimmel, bouwbegeleider namens de Rijksvastgoedbedrijf.

De eerste F-35 komt in het najaar naar Leeuwarden. Hier komen er, zoals het nu lijkt, zestien. Nederland koopt er 37, een aantal gaat naar de basis in Volkel, een aantal blijft in de Verenigde Staten. Daar worden de piloten en de crew getraind.

Modderig

Het terrein is niet ,,één grote bouwput’’ geworden, zoals een vorige basiscommandant voorspelde. Er wordt ook nog gewoon gevlogen en gewerkt. Maar sommige plekken zijn dat wel: daar staan rijen bouwbusjes, het is er modderig en er verrijzen opvallende gebouwen.

,,Op de drukste momenten zijn hier driehonderd bouwers aan het werk’’, zegt Schimmel. Dat stelt eisen aan de beveiliging. Want de basis kom je niet zomaar op. Bouwbedrijf Friso uit Sneek heeft mensen in dienst die de busjes van de bouwers van de hoofdingang naar de werkplek begeleiden.

Schimmel is er van meet af aan bij betrokken (de eerste plannen werden in februari 2014 gemaakt) en gaat nu over vijftien deelprojecten. Er zijn er nog meer – nieuwe vliegtuigreminstallaties op de banen, een nieuwe verkeerstoren – maar die vallen niet onder zijn portefeuille.

Paradepaardje

Wel een hangar, die vanaf februari verbouwd zal worden, een brandstofbunker die plaatsmaakt voor een opslag voor gronduitrusting, een nieuw gebouw voor alle voorraden, van wc-papier tot motoronderdelen. Die zaken liggen nu in verschillende gebouwen. Zestien shelters (van de 34) worden aangepast.

'Op de drukste momenten werken hier driehonderd bouwers'

Met Schimmel en twee militairen, Rik van infra en Maikel van veiligheid, rijden we naar een van de vijftien deelprojecten, het duurste (30 miljoen) en geheimzinnigste. Een betonkolos met een metalen huid aan de noordkant van de basis, naast het pand van squadron 322, dat naar Engelandvaarder Jan Plesman is genoemd. Beide gebouwen zijn van dezelfde architect, Alberto Kerkhof. ,,Het is ons paradepaardje’’, zegt Schimmel.

Soortgelijke gebouwen verrijzen op allerlei vliegbases, in Israël, Turkije, Denemarken, Australië – overal waar de F-35 komt. Ze moeten voldoen aan allerlei eisen die door de Amerikanen zijn opgelegd, en er komen tijdens de bouw ook voortdurend Amerikanen om te kijken of ze goed worden uitgevoerd.

Operaties

En toch zijn er per land verschillen. Waar het in Amerika niet ongewoon is om in een bunkerachtig kantoor onder tl-buizen te werken, is in Nederland daglicht wettelijk verplicht. Schimmel leidt ons om het gebouw heen, en aan de west- en zuidkant zitten ramen. ,,Dit gebouw is uniek’’, zegt hij. ,,Een Nederlands gebouw, dat voldoet aan Amerikaanse eisen. In 2021 staat er een tweede, in Volkel.’’

Wat hier precies gaat gebeuren krijgen we niet te horen. Het gebouw zal gebruikt worden voor de planning van operaties met de F-35 en voor de training van vliegers, dat is de omschrijving. ,,Er zitten bijzondere bouwkundige dingen in’’, zegt Schimmel. ,,Maar die mag ik niet vertellen.’’

Ook de betrokken bouwers en militairen weten er niet het fijne van. ,,Iedereen krijgt informatie op een need to know -basis’’, zegt veiligheidsman Maikel. ,,Wat je niet hoeft te weten wordt je ook niet verteld. Dat geldt voor iedereen, ook de mannen die de tekeningen maken of leveranciers. Het maakt het makkelijker om het te beveiligen.’’

Reusachtig

Veiligheid, daar draait het ook om. Zelfs wie toegang heeft tot de vliegbasis komt hier straks niet zomaar binnen. Dit gebouw wordt als het ware een eiland binnen de basis. ,,Je kunt niet met je autootje overal heenrijden.’’

Verder is het een bouwproject als alle andere. Schimmel: ,,Het is de schaal waar je aan moet wennen, alles is reusachtig. Maar we moeten aan milieu-eisen voldoen, er zijn bouwvergunningen nodig, het gaat naar de welstandscommissie.’’

En is het energiezuinig? ,,We proberen alles zo energieneutraal mogelijk te maken. Met terugwinning, zonnepanelen, klimaatinstallatie. Voor warmte- en koudeopslag is de bodem hier helaas ongeschikt. Helemaal nul is het nog niet.’’

In dit artikel is sprake van een projectmanager van de Rijksgebouwendienst. Dat had het Rijksvastgoedbedrijf moeten zijn. Zo heet de organisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken die in 2014 is ontstaan door samenvoeging van verschillende vastgoedonderdelen van het Rijk. Ook de Rijksgebouwendienst is daarin opgegaan.

Nieuws

menu