Het verhaal van Lisl die vluchtte voor naziregime en dochter Sue. 'Ik ben hier door Truus, hoeveel duizenden levens heeft zij wel niet een toekomst gegeven?'

Sue Smeding met in haar hand het paspoort van haar moeder en en daaronder het rekenschriftje uit de oorlog. FOTO CATRINUS VAN DER VEEN

Op 15 juni 1939 wordt een zevenjarig Joods meisje uit Wenen door haar ouders en broer uitgezwaaid als ze op de trein stapt om aan het naziregime te ontkomen. Lisl Lichtenstein mag één klein koffertje meenemen en belandt via Nederland in Engeland. Door deze vlucht overleeft ze de Tweede Wereldoorlog. Haar hele familie komt om, is de wetenschap die ze in haar graf meeneemt. Haar dochter, Sue Smeding uit Harlingen, weet sinds kort beter. Zij vond twaalf familieleden terug.

De moeder van Sue Smeding uit Harlingen overleed in 2014. Haar dochter bewaarde de oude documenten die ze in een koffer verzameld had. Omdat haar werk bij het Anne Frank Huis in Amsterdam stil kwam te liggen tijdens de lockdown kreeg zij eindelijk tijd om de koffer met spullen uit de oorlog eens grondig door te nemen. Want die mededeling van haar moeder, dat al haar familie zou zijn omgekomen tijdens de oorlog, zat Sue altijd al niet lekker. Zou zij, en dus ook haar drie kinderen van inmiddels 25, 22 en 20 jaar, dan helemaal geen familie hebben?

Ooit stuitte ze op de naam van een oom van haar moeder, die in de oorlog in Frankrijk was beland. Zijn naam kwam voor in museumstukken. Hij bleek in het Franse Drancy in een internering- en doorvoerkamp terecht gekomen te zijn en is van daaruit naar Auschwitz getransporteerd, waar hij stierf. Zijn vriendin stuurde hem brieven toen hij vastzat in Drancy. Die brieven zijn in een Frans museum bewaard gebleven.

Brieven zijn ook het enige tastbare dat Sue van haar Oostenrijkse oma, Isabella Lichtenstein, heeft. Via het Rode Kruis schreef ze briefjes naar de adressen waar haar gevluchte dochtertje Lisl was ondergebracht. Natuurlijk niet onder haar eigen naam. ,, Mutti spreekt haar kind aan met dear Evi, één van de schuilnamen die Lisl in de oorlog had. Het is hartverscheurend om te lezen.’’ Uit een bewaard gebleven rekenboekje van haar moeder weet Sue dat er meerdere schuilnamen en dus meerdere opvanggezinnen zijn geweest in Engeland. ,,Ze oefende haar nieuwe naam in dat schriftje uit Wenen. Pickerell staat er dan als nieuwe achternaam of Linda Bloom.’’

Als enig aanknopingspunt voor een zoektocht heeft Sue het gegeven dat één van de oudooms van haar moeder destijds naar Shanghai vluchtte. Hoewel van andere familieleden na de oorlog duidelijk werd dat ze niet meer leefden, werd van deze familietak niets meer vernomen. ,,Mijn oma en oom zijn omgekomen in een kamp in de buurt van Minsk, mijn opa in het Poolse Nisko en mijn overgrootouders aan beide kanten stierven in Theresiënstadt.’’

Sue had al familieonderzoek gedaan via World Jewish Congress en Association of Jewish Refugees maar zij beseft dat ze voor een zoektocht naar een familielid in Shanghai de hulp nodig heeft van de Wiener Holocaust Library in Engeland. Het land waar ze tot vijftien jaar geleden woonde met haar Nederlandse man Sjaak Smeding. Ze leerden elkaar kennen toen Sjaak studeerde op de universiteit in Londen. Later zou ze zich aansluiten bij en actief worden voor het ‘tweede generatienetwerk’ in Engeland, waar nazaten van Joodse oorlogsslachtoffers steun bij elkaar zoeken, informatie uitwisselen en bijeenkomsten organiseren. Daardoor weet ze nog steeds haar weg in Engeland te vinden.

Terwijl haar verzoek bij de Library uitstaat, pingt er tijdens het boodschappen doen in Harlingen ineens een bericht op in haar telefoon. ,,Hi, volgens mij zijn wij familie’’, luidt het bericht via Messenger. Het blijkt om een kleinkind van de oudoom te gaan naar wie ze al op zoek was. ,,Het meest bizarre is wel dat dit kleinkind in de tijd dat wij in Engeland woonden nog geen 2 kilometer van ons vandaan woonde.’’

Dna-testen

Door middel van dit contact komt Sue twaalf familieleden op het spoor die ze in een Zoom-meeting ontmoet. Dna-testen wijzen uit dat ze inderdaad familie zijn. ,,Door corona kan ik ze nog niet echt ontmoeten, maar dat gaat zeker gebeuren. Ik heb nooit familie van mijn moeders kant gehad, niemand. Het is heel erg om te beseffen dat mijn moeder in die wetenschap gestorven is. Wat had het haar kunnen helpen als ze met familieleden had kunnen praten.’’

Haar moeder deed de deur naar het verleden dicht toen ze ergens rond 1950 op de televisie Russische krijgsgevangenen zag. De beelden zorgden ervoor dat ze een black-out kreeg. Toen haar moeder haar vader ontmoette, zette ze definitief een streep onder de geschiedenis. ,,Toen heeft ze voor zichzelf besloten: ik ga door. Ze werd heel actief in de gemeenschap. Zat in de gemeenteraad en bracht tot op hoge leeftijd eten bij oudere mensen. Niemand kende haar verhaal.’’

Sue vertelt dat het heftig is om te leven met iemand met zo’n verleden. Die ervaring deelt ze met anderen uit het tweede generatienetwerk. ,,Mijn moeder had last van survivor’s guilt. Deze mensen hebben gewoon een beschadigd leven met veel onbeantwoorde vragen. Ik hoorde over haar Joodse verleden toen ik dertien was. Je wilt van alles weten, maar je weet niet wat je moet en kan vragen. Door de oorlogsgebeurtenissen en het verdriet verkeren deze mensen vaak in een identiteitscrisis. Ze weten zelf niet wie ze zijn, laat staan dat ze jou iets kunnen vertellen.’’

Wat Sue ook deelt met de tweede generatie is het feit dat zij alles betekende voor haar moeder. ,,Voor wie de oorlog overleeft, zijn hun kinderen alles. Je betekent dus heel veel voor je ouders, maar tegelijkertijd kun je ze niet gelukkig maken. Je kunt de leegte niet vullen.’’ Het enige verhaal dat Sue meekrijgt over de vlucht van haar moeder is het verhaal van de sieraden. Die had haar oma in de schoen van de kleine Lisl gestopt. Tijdens de treinreis voelde ze zich vertrouwd bij een ouder meisje. Maar toen ze in slaap viel, bleek dat deze ‘vriendin’ de sieraden had gepikt.

Pas van haar net ontdekte familie hoort Sue dat haar Oostenrijkse opa en oma het aanbod kregen om hun dochter mee te geven met haar oudoom naar Shanghai. ,,Dat hebben ze niet gedaan omdat hun plan was om met het hele gezin te gaan vluchten.’’ Eén van haar ‘nieuwe’ familieleden is net iets ouder dan haar moeder en weet zich nog dingen van Lisl te herinneren uit Wenen.

Boom in rekenschift

Sue beseft dat ze haar bestaan te danken heeft aan die vlucht van haar moeder, die op 15 juni 1939 uit Wenen vertrok met de trein naar Hoek van Holland en van daaruit met de boot naar Harwich. Het laatste stuk naar Londen werd weer met de trein afgelegd waar Lisl op 22 juni arriveerde. ,,Op die dag tekent ze een huis met boom in haar rekenschrift.’’

De grote organisator achter deze kindertransporten is de Nederlandse Truus Wijsmuller. ,,Ik ben hier door Truus. Maar niet alleen ik, hoeveel duizenden levens heeft zij wel niet een toekomst gegeven? Kijk alleen maar naar mij. Ik heb ook weer drie kinderen.’’

Van Wijsmuller is bekend dat ze 10.000 Joodse kinderen via transporten heeft gered. ,,Het is bizar dat haar verzetswerk na de oorlog niet veel aandacht heeft gekregen’’, vindt Sue. Daar kwam verandering in met de film Truus’ Children die vorig jaar in Amsterdam als preview uitkwam en nu op Netflix te zien is. De sterke vrouw die maatschappelijk werkster was, toog zelfs naar Berlijn om met de nazi Eichmann te praten over het lot van Joodse kinderen.

,,Hij heeft haar uitgelachen. Ze was er op een donderdag en voor de grap zei hij dat als ze de zaterdag daarop 600 Joodse kinderen voor een transport kon regelen dat ze haar gang mocht gaan. Hij dacht: dat lukt toch nooit op de Shabat. Maar het lukte haar wel vanuit Wenen.’’ In Engeland had Wijsmuller weer connecties die opvanggezinnen regelden. ,,De Engelse regering had zich bereid verklaard de vluchtelingen op te nemen, maar het mocht niks kosten. Door alle haast werd er helemaal geen onderzoek gedaan naar de opvanggezinnen. Mijn moeder heeft bij een gezin gezeten waar ze werd gepest en mishandeld. Ze werd in een kast gestopt als ze huilde.’’

,,Mijn moeder heeft Engeland desondanks altijd gezien als het land dat haar heeft gered’’, vervolgt Sue. ,,Die eerste generatie sprak er verder weinig over en probeerde het leed te vergeten door hard te werken. Wij, als tweede generatie, vinden dat dat leed niet vergeten mag worden en onze kinderen zijn nog meer overtuigd van het feit dat dit nooit had mogen gebeuren. Mijn kinderen voelen zich Joods omdat ik hun Joodse moeder ben.’’

Iets terug doen

Zelf zal Sue niet nalaten over het werk van Truus Wijsmuller te vertellen en haar bekender te maken. ,,Het is mijn manier om iets terug te doen voor mijn familie. Om ervoor te zorgen dat de Jodenvervolging nooit vergeten wordt. Er wordt wel gezegd dat wij de oorlog moeten vergeten, maar die zit altijd in ons hoofd.’’

Het is ook de reden dat Sue bij het Anne Frank Huis ging werken, waar ze introductieprogramma’s verzorgt. Het is een programma dat in een aparte zaal geboekt kan worden en waar ze in feite een geschiedenisles geeft. Een les die begint in 1929 toen Anne Frank werd geboren en schetst hoe de situatie toen was in landen als Amerika, Engeland en Duitsland. ,,Ik wil duidelijk maken wat er kan gebeuren als je gelooft in stereotypen en zondebokken gebruikt. Kinderen wil ik meegeven dat je altijd naar de persoon moet kijken en niet naar de groep.’’

,,Otto Frank zei eens: Om een toekomst op te bouwen, moet je het verleden kennen. Wat is gebeurd, kunnen we niet meer veranderen. Het enige wat we kunnen doen is van het verleden leren en beseffen wat discriminatie en vervolging van onschuldige mensen betekenen.’’

Nieuws

Meest gelezen