Henk Kuindersma schreef een boek over kindertheologie: 'Natuurlijk is er op zich niets mis met een kleurplaat, maar er kan zoveel meer'

Een kind maar eens goed vertellen hoe het geloof in elkaar zit, is niet meer van deze tijd, vindt de Dokkumer godsdienstpedagoog Henk Kuindersma (75). Gezamenlijk ontdekken en verwonderen, daar gaat het volgens hem om. Samen met pedagoog en theoloog Maartien Hutter schreef hij een boek over kindertheologie.

Godsdienstpedagoog Henk Kuindersma.

Godsdienstpedagoog Henk Kuindersma. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Stilzitten en luisteren naar een volwassene die maar doorpraat over een man in een lang, wit gewaad, is voor kinderen in de 21ste eeuw niet heel inspirerend, vindt Henk Kuindersma. Als godsdienstpedagoog verdiept hij zich al zo’n 35 jaar in de theologische wereld van kinderen. Zelfs tien jaar na zijn pensioen blijft het onderwerp hem nog fascineren.

Kindertheologie is volgens Kuindersma een actieve, ontdekkende manier van omgaan met de Bijbel en het geloof, zowel voor kinderen als ouders en docenten. Samen op een gelijkwaardige manier ontdekken, staat centraal. ,,Als ouder of docent moet je er niet bij voorbaat vanuit gaan dat jouw zienswijze beter is dan die van het kind. Kinderen kunnen en weten veel meer dan wij denken, maar ze moeten wel de ruimte hebben om zichzelf te kunnen uiten.”

De theorie achter kindertheologie wordt op een begrijpelijke manier uiteengezet in Nooit meer een kleurplaat . ,,De titel van het boek verwijst naar de eenzijdigheid waar kinderen vaak mee te maken hebben als het gaat om godsdienstonderwijs. Natuurlijk is er op zich niets mis met een kleurplaat, maar er kan zoveel meer”, aldus Kuindersma.

Gesprek, spel, verhaal of knutselwerkje

Voor ouders en docenten is het volgens de schrijvers in eerste instantie vooral van belang om goed te kijken en te luisteren naar hoe kinderen reageren. Zijn het denkers, zijn het doeners, zijn het praters? ,,Het is belangrijk om je aan te sluiten bij de talenten van het kind, op die manier kun je ook het beste interesse wekken voor de Bijbel en het geloof.”

De ideeën van kinderen over het geloof en de Bijbel zouden volledig de ruimte moeten krijgen in bijvoorbeeld een gesprek, spel, verhaal of knutselwerkje. De ouder of docent vaart mee op de ontdekkingen van het kind en dat vereist een open en onbevangen blik. Niet altijd gemakkelijk als je heilig overtuigd bent van bepaalde ideeën.

Toch is het volgens Kuindersma de moeite waard om een kind zijn gang te laten gaan in zijn perceptie op geloof en de Bijbel. ,,Een van onze kleinkinderen is een groot fan van Harry Potter. Zij weet mij haarfijn uit te leggen welke verhalen over goed en welke verhalen over kwaad gaan. Zij heeft daar een bijzondere zienswijze op en daar sta ik dan als pake versteld van. Dan denk ik: goh, zo had ik het nog helemaal niet bekeken. Ouders en grootouders kunnen dus ook heel veel van hun eigen kinderen en kleinkinderen leren.”

Fantasie kinderen vaak eindeloos

Het voordeel van deze aanpak is dat ouders en docenten het ‘goede’ antwoord zelf niet hoeven te weten en het kind daar ook niet naartoe hoeven te begeleiden. Samen een antwoord ontdekken, daar gaat het volgens de schrijvers om.

De fantasie van kinderen is vaak eindeloos en dat komt ze niet altijd ten goede. Zo kunnen kinderen ook bang worden voor God of bepaalde Bijbelverhalen. Dan is het volgens de schrijvers wel nodig om even bij te sturen, om ze vervolgens weer los te laten in hun eigen denk- en beleefwereld.

In het boek staan verschillende praktijkvoorbeelden voor verschillende leeftijden die in de kerk, op school of thuis kunnen worden ingezet. Veel van de theoretische randvoorwaarden voor kindertheologie komen daarin terug, bijvoorbeeld gelijkwaardigheid, onbevangen kijken en luisteren, open vragen stellen en het aanbieden van een creatieve en rijke omgeving waarin kinderen met hun talenten aan de slag kunnen. Bijbelverhalen kunnen op die manier aansluiting vinden bij de wereld van kinderen en andersom.

Stelregels

Behoorlijk wat stelregels dus, maar die moeten volgens de schrijvers maar niet te veel als regels worden gezien. Niet alles hoeft perfect. ,,Het zijn eigenlijk basisprincipes waar je eindeloos creatief mee kunt zijn. En daar komt bij: je kunt theoretiseren wat je wilt, maar je moet je uiteindelijk laten corrigeren door de praktijk.”

Eén van de praktijkvoorbeelden in het boek gaat over de kleinkinderen van Kuindersma. Zij willen samen met pake graag het verhaal lezen over ‘de man met het gat in het dak’ (Lucas 5:19). Want, zo zegt kleinzoon: ‘dat waren nog eens echte vrienden. Ze deden heel erg hun best voor hun vriend die niet lopen kon’. Kuindersma: ,,Daar zie je zo mooi die aansluiting van zijn beleefwereld bij die van de Bijbel. Hij betrekt spontaan zijn ervaring van vriendschap nu op de ervaring van vriendschap toen.”

Kinderen kunnen dus al veel zelf bedenken, maar af en toe kunnen ze ook wel een zetje gebruiken. Kuindersma: ,,Kinderen hebben een beperkte woordenschat. Het woord farizeeër kan bijvoorbeeld nogal wat vragen oproepen. In dat geval kan je kinderen een weetje meegeven. Zo’n weetje kan je zelf bedenken, maar ze staan ook in de Samenleesbijbel. Bij het verhaal van ‘de man met het gat in het dak’ lazen de kinderen een weetje uit de Bijbel. Daar kunnen ze dan zelf wel weer op voortborduren. Als je daar als grootouder zelf een heel verhaal over gaat vertellen, ontneem je de kinderen de kans om er zelf over na te denken.”

Werkwijze vader

Eenzijdige overdracht wordt dus niet meer aangeraden. Die methode was in de kindertijd van Kuindersma heel populair bij veel mensen, maar niet bij zijn vader. Vader Kuindersma las zijn kinderen graag Bijbelverhalen voor, waarbij zijn eerste vraag dan was: wat vinden jullie van dit verhaal? Als vrijwilliger in het kinder- en jongerenwerk opereerde hij op dezelfde manier.

Kuindersma’s interesse voor kindertheologie is dus voor een groot deel ontstaan door de werkwijze van zijn vader. ,,Zelfs vandaag de dag komen er nog wel eens mensen op mij af die zeggen dat ze bij mijn vader op de zondagsschool hebben gezeten. Ze zeggen dan bijna altijd dat het contact ze nog goed bij staat. Ze mochten meedoen en dat onthoud je.”

Reageren? nynke.bruinsma@lc.nl

Auteurs Maartien Hutter en Henk Kuindersma

Titel Nooit meer een kleurplaat

Uitgeverij Nederlands – Vlaams Bijbelgenootschap

Prijs 19,95 euro

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Bewustzijn