Friese drugsbende voor de rechter: regels ten aanzien van inzet criminele burgerinfiltrant niet geschonden

Een groot geldbedrag. FOTO OM

Criminele burgerinfiltrant ‘A-4110’ was van groot belang bij het oprollen van een internationale drugslijn, opererend vanuit Friesland. Zijn rol wordt vrijdag besproken tijdens de pro-formazitting bij de rechtbank in Leeuwarden.

Het onderzoek kreeg de naam Vidar. Negen verdachten staan vrijdag afwisselend voor de rechter. Er zitten elf verdachten in voorlopige hechtenis die worden verdacht van witwassen, vuurwapenbezit, het bezit van harddrugs, internationale handel in harddrugs en/of deelname aan de criminele organisatie.

Voor het eerst in twintig jaar

Voor het eerst in twintig jaar werd een criminele burgerinfiltrant ingezet bij een onderzoek. De rechtbank zal vrijdag oordelen over de inzet van deze speciale infiltrant. De advocaten van de verdachten zijn kritisch op de inzet van de criminele burgerinfiltrant. De officier van justitie benadrukt dat er voor de inzet toestemming is gevraagd van de minister van justitie Ferd Grapperhaus.

Naast de criminele burgerinfiltrant zijn er nog vier andere infiltranten gebruikt: een burger en drie politie-infiltranten. Daarnaast zijn er veel andere opsporingsmiddelen ingezet, zoals taps, observaties en het afluisteren in auto’s.

Het onderzoek is langdurig, en loopt nog steeds. Daarom wordt de zaak vrijdag behandeld in een pro-formazitting: voor de vorm betekent dat. Er zullen ook nog aanhoudingen van medeverdachten volgen, zo meldt het Openbaar Ministerie.

Inmiddels zijn 22 verdachten aangehouden. Naar verwachting zal de inhoudelijke behandeling plaatsvinden tijdens 25 zittingen tussen oktober en december volgend jaar.

Advocaten zijn kritisch op inzet criminele burgerinfiltrant

Als eerste van de negen verdachten was het vrijdag de beurt aan de 55-jarige verdachte uit Zurich. De man zou een sturende rol hebben gehad bij het organiseren van drugstransporten naar het buitenland.

Zoals verwacht plaatsten de advocaten van de eerste twee verdachten, een 34-jarige man uit Franeker en de man uit Zurich, grote vraagtekens bij de inzet van een criminele burgerinfiltrant tijdens het onderzoek. Raadsman Bart Canoy zei dat de rol van zijn cliënt, de Franeker, slechts beperkt was tot de uitvoer van 86 kilo harddrugs op 2 maart van dit jaar, terwijl de inzet van een criminele burgerinfiltrant feiten van zeer zware aard vergt.

Ook advocaat Erik Stoeten, die de verdachte uit Zurich verdedigt, zei niet overtuigd te zijn van de noodzaak. Zijn cliënt wordt behalve (het voorbereiden van) de uitvoer van harddrugs onder meer witwassen en wapenbezit verweten. Het Openbaar Ministerie stelt de criminele burgerinfiltrant onder meer ingezet te hebben omdat sprake was van een zeer professionele criminele organisatie die beducht was op de mogelijke controle van gebruikte communicatiemiddelen.

Infiltrant begon steeds over drugs

Advocaat Tony Boersma vond dat het OM niet ontvankelijk verklaard moest worden vanwege de inzet van de infiltrant. Zijn cliënt, een 34-jarige Leeuwarder, zou zijn uitgelokt, terwijl er geen redelijk vermoeden van schuld was. Niet deze Leeuwarder, maar de infiltrant zou steeds over drugs begonnen zijn. Ook zou niet voldaan zijn aan de voorwaarde van degelijke verslaggeving met betrekking tot de inzet. ,,Ik ben heel boos over de manier waarop ik in deze zaak terechtgekomen ben’‘, zei de verdachte. ,,Als hij me niet had gepusht had ik nooit iets gedaan.’‘

Ook advocaat Richard van der Weide, die een 49-jarige verdachte uit Leeuwarden verdedigt, stelde dat het middel niet proportioneel was en dat zijn cliënt door de infiltrant was uitgelokt, terwijl hij al twintig jaar geen contact met justitie had gehad. ,,De contacten zijn geïnitieerd door de infiltrant.’‘

Officier van justitie Henk Mous stelde dat de inzet wel rechtmatig was. Uit het dossier bleek volgens hem duidelijk dat geen sprake was van uitlokking en dat de verdachten zelf hadden aangegeven belang te hebben bij een afnemer van harddrugs in het buitenland.

Nieuws

Meest gelezen