Herinneringen aan de Elfstedentocht van 1997 van schaatsers, toeschouwers en vrijwilligers. 'Een zee van licht en orgie van gejuich, alsof ik zo de hemel ingleed'

Jan Venema uit Ryptsjerk maakte in 1997 deze foto van een van de rijders die op de finish zijn familie belde met een mobiele telefoon. Toen nog een betrekkelijk nieuw fenomeen. Langs de route stond de ANWB met posten waar rijders een mobiel telefoontje konden plegen om hun familie op de hoogte te stellen van hun vorderingen.

‘Altijd bijgebleven’, ‘Als de dag van gisteren’ en ‘De mooiste dag uit mijn leven’. Veel lezers hebben bijzondere herinneringen aan 4 januari 1997, de dag waarop voor het laatst een Elfstedentocht werd verreden.

‘Mei it ein yn ’e bek’ haalden de toerrijders in het pikkedonker met valpartijen en bezoekjes aan het riet de finish. ‘Tien keer doodgegaan en elf keer weer opgestaan’. En als je dan over de eindstreep kwam: ‘Een zee van licht en orgie van gejuich, alsof ik zo de hemel ingleed’.

Terugkerend in de herinneringen zijn de magische woorden van elfstedenvoorzitter Henk Kroes: ‘It giet oan’, het begin van het tijdperk van de mobiele telefoon, versnaperingen in de vorm van erwtensoep en warme chocolademelk en de wind die de rijders flink dwars zat. Ondertussen was het ook de dag dat ‘het gewone leven’ doorging: het is de dag waarop Wytske Marije, Melanie en Marije werden geboren, een 40-jarig huwelijk en de verjaardag van Jinne en zijn heit werden gevierd.

Retourtje Lima-Leeuwarden

Na de Elfstedentocht van 1986 ben ik naar Zuid-Amerika verhuisd. Na wat jaren Ecuador en Colombia woonde ik in 1997 in Lima, Peru. Zuidelijk halfrond, januari hartje zomer, vochtig, tropisch warm en veel smog. Het tegenovergestelde van een koude Friese winter.
In die dagen kwam het nieuws uit oude kranten en natuurlijk de telefoon. Plots uit Friesland het bericht, kom snel over want het wordt nu wel erg koud! Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Er was maar één vlucht van Lima naar Amsterdam die vertrok ’s avonds en kwam na 14 uur vliegen en tussenstop op Curaçao door tijdverschil pas volgende dag laat in de middag aan. Er was nog wat heisa vlak voor het aan boord gaan van de KLM-vlucht. Bij controle van de handbagage dacht de luchthavenpolitie twee lange messen gevonden te hebben, mijn Friese doorlopers. Deze mensen hadden nog nooit schaatsen gezien. Ik wees naar mijn schoenen waar de ‘messen’ onder moesten en maakte ‘droogschaats-bewegingen’, maar het mocht niet baten. De lokale baas van de KLM moest eraan te pas komen om de agenten te overtuigen dat het hier om onschuldige houten schaatsen ging. Eenmaal op Schiphol aangekomen snel op weg naar Leeuwarden. Daarna naar gastgezin Piebenga voor borrel en hap en paar uurtjes slapen. De volgende ochtend deed de frisse lucht wonderen. Kwam pas rond Harlingen goed in mijn slag en reed de tocht heerlijk uit. Na de finish afscheid genomen van mijn gastgezin en weer naar Schiphol terug naar Lima. Ik was in vier dagen op-en-neer uit en thuis geweest, retourtje Lima-Leeuwarden. Elfstedentocht 1997, een dag om nooit te vergeten! Dank Friesland.

Marcel Krau, Mexico City

De laatste stempel

Aangetrokken door de felle lampen en het gejuich rond de finish op de Bonkevaart in Leeuwarden perste ik nog een keer een lange sprint uit mijn lijf.. Ging ik het voor twaalven nog halen? De laatste slagen, chaos bij de finish, mensen die me wilden tegenhouden. Maar ik liet me na deze barre tocht niet meer tegenhouden. ,,Waar is de laatste stempelpost?’’ Niemand die dat wist en toen begreep ik waarom: op de digitale klok las ik 0 uur 1 minuut en 20 seconden. Dit kon niet waar zijn. Het flitste door mijn hoofd: ,,Verdomme, nog aan toe.’’ Ik had m’n tijd in Dokkum lopen verknoeien met bellen, m’n tenen laten ontdooien. Met de schaatsen aan sprong ik op de kant, dook de menigte in en schreeuwde: ,,Waar zijn de stempelhokjes?’’ Klunend over de straatklinkers zag ik eindelijk wel 20 stempelposten staan. Allemaal verlaten op één na. Ik vloog er op af, stortte me op de tafel van de laatste nog aanwezige stempelaar en drukte mijn stempelkaart onder zijn neus. Ik keek hem bijna smekend aan. Stamelende woorden als ‘alsjeblieft’ en ‘ik kon het niet vinden’ rolden uit mijn mond. Twijfels in de ogen van de official wiens taak er op zat en zijn stempel en stempelkussen juist in het plastic zakje wilde doen. Een paar seconden stilte die een eeuwigheid leken te duren en wederzijdse twijfel. De laatste stempel van de vijftiende Elfstedentocht belandde op mijn kaart.

De volgende dagen vermeed ik elk contact met de mensen die belangstellend waren naar mijn ervaringen. Op een oproep naar de paar rijders uit het dorp die de zware tocht hadden gehaald en in het zonnetje zouden werden gezet, gaf ik geen gehoor. Nadat ik me een week lang in stilzwijgen had gehuld, was het mijn vrouw die met mij wilde praten. ,,Waarom neem jij jezelf een unieke ervaring, iets wat je altijd al graag wilde af? Dat jij je grote droom, die begon met de helden van 1963 en nu als mijn held van 1997 laat overschaduwen door iets wat tijd heet?’’ Ik brak en de tranen stroomden over mijn wangen. Huilend van onder uit mijn tenen haalde ik nu echt de ’finish’.

Willem Feijten

Oorkonde in de linnenkast


Ze lagen onder in de linnenkast. De envelop met oorkonde en kruisjes rammelde altijd een beetje als ik er stiekem naar keek. Vijf kruisjes had mijn vader en ooit zou ik er ook eentje halen. Het werd er niet één, het werden er drie en vooral de laatste heeft de meeste waarde. Hij overleed veel te jong en heeft nooit geweten dat zijn zoon in zijn schaatssporen reed, maar hij zal ongetwijfeld trots zijn geweest. Hij heeft gelukkig ook nooit geweten dat ik begin jaren negentig ernstig ziek ben geweest en vreesde nooit meer te kunnen lopen, laat staan schaatsen. Wat mij mankeerde is niet zo belangrijk. Belangrijker is dat ik er boven verwachting van herstelde. De tocht van ’96 kwam er niet, maar die van ‘97 wel en gelukkig was de ziekte onderdrukt met een paardenmiddel. Ik heb die tocht dus met doping gereden, dat kan ik nu wel verklappen, want na 25 jaar is dat vergrijp wel verjaard. De kruisjes van mijn vader rammelen niet meer in een envelop onder in de linnenkast, maar zijn ingelijst tezamen met de oorkonde die een rijder krijgt na vijf uitgereden tochten. Ze hangen op een ereplaats bij mij thuis. Die drie van mij hangen er ook. Onder die van hem, want ik moet mijn plaats weten.

Eddie Huitema, Goutum

Tussen de bedrijven

4 januari 1997 blijft voor altijd een belangrijke datum, op die dag is ons eerste dochter geboren. Als echte schaatsfans dachten we de tocht ‘tussen de bedrijven’ wel te kunnen zien maar dit viel tegen. Om 4:00 ochtends kwamen we aan in het ziekenhuis, in de hal stond een groot scherm waar de tocht op te zien was. Eenmaal op de kamer, waar ook een tv was, kregen we wat flarden mee van de tocht. Onze dochter moest echter met de keizersnede gehaald worden en om 9:15 waren we de trotse ouders van onze dochter Melanie. Vervolgens waren we zo verwonderd over dit nieuwe leven dat we de tocht vergaten. Totdat we goede vrienden belden om te zeggen dat we een dochter hadden gekregen, de vriend reageerde: ,,Wacht, wacht even, ze zijn nu op de Bonkevaart!’’

Ann de Haan

Valt er nog een kamertje te boeken?

Het is 1 januari 1997. Henk Kroes spreekt op 2 januari de woorden uit. ‘It giet oan’. Ik sta op 1 januari achter de bar van mijn bedrijf hotel café ‘t Anker. Nieuwjaarsborrels. Maar dan belt Frits Spits van radio 1 om middernacht. ,,Mag ik u wat vragen,’’ zegt hij, ,,u bent live op de radio en ik heb aan de andere lijn Jan Stekelenburg van de NOS. U bent het enige hotel wat open en bereikbaar is, wat denkt u dat er gebeuren gaat als de elfstedenverenigjng morgen bij elkaar komt?” Mijn antwoord: ,,Nou die gaan de uitspreken dat de tocht door gaat en ik ga me alvast voorbereiden.’’ Stekelenburg wil de rem er wat ophouden en zegt: ,,Als ik Van der Leij mag geloven is het al klaar en gaat het door. Ik denk dat hij wat te hard van stapel loopt maar we gaan het zien.” Frits vraagt: ,,Van der Leij, u denkt dat het door gaat en hebt een hotel. Valt er nog een kamertje te boeken als het door gaat?’’ Volmondig zeg ik ,,Jazeker, geen probleem.” Sindsdien weet ik wat landelijke media is. Toen het gesprek ten einde was ging de telefoon: ,,U heeft nog een kamer vrij?’’ Aaai, de zeven uren daarna is de telefoon continue over gegaan, zonder pauzes, krijgen we te horen. In de ochtend heeft de ontbijtmedewerkster de hoorn van de telefoon ernaast gelegd. Diezelfde avond werden de legendarische woorden gesproken. En wat een weekend werd het. Kan alleen daar al een boek over schrijven, nadat ik in 1996 op eigen houtje de tocht had gereden die toen ook mogelijk was geweest. Nu tegen beter weten in hopen op een nieuw moment met een goede koudeperiode maar zal zeker niet meer roepen dat ik nog wel kamers vrij heb ten tijde van een tocht. #hotelkomttochwelvol

Chris van der Leij, Leeuwarden

‘Dat kenst dou toch niet’

Tjalling Dreijer, onze broer, zwager, man en vader heeft de tocht gereden op 4 januari 1997. In 1985 kwam hij na een val met een hersenschudding in het ziekenhuis terecht. Op zijn werk en waar hij kwam, hoorde hij voor zijn deelname op ‘sien Snekers’: ,,Dat kenst dou toch niet.’’ Dan wordt het januari 1997. Dat het de vorige keer zo gelopen was, was zijn eer te na. Nu kon hij het eindelijk laten zien, dat het hem wel zou lukken. Eerst nog wat oefentochtjes gemaakt en ja het was 4 januari, ‘it giet oan’. De tocht kon gereden worden. Het was zwaar, maar het einde werd gehaald. Wat een trots en opluchting en vooral blijheid, nu had hij bewezen dat hij het wel kon. Voor hemzelf, maar zeker ook voor de familie. Het is eind januari, het elfstedenkruisje is nog niet binnen. Er heerst een akelige griep in Nederland, waar veel hoofdpijn bij hoort. We vieren verlaat de verjaardag van zijn jongste zusje op zondag 26 januari in Beverwijk, want 6 januari, de dag van haar verjaardag, was een beetje te vroeg na de tocht om dan de verjaardag te vieren. Tjalling heeft ontzettende hoofdpijn. We denken dat het de griep is. In de nacht van maandag op dinsdag raakt Tjalling in coma en overlijdt op woensdag 29 januari aan een aneurysma in zijn hoofd. Het elfstedenkruisje heeft hij nooit gezien, maar werd door de elfstedenvereniging eerder opgestuurd, zodat dit op zijn kist kon staan en iedereen het bewijs kon zien dat hij het gehaald heeft. Wat zou hij trots geweest zijn. En later ook nog eens een tegeltje op de tegeltjesbrug. Wat een eer!

Japke Dreijer

1300 politiemensen

Op 4 januari 1997 werd ik als politieman van de waterpolitie ingezet bij de Elfstedentocht. Ongeveer 1300 politiemensen werden toen opgeroepen. In het holst van de nacht werd ik neergezet bij Koudum, bij de Galamadammen. Lange onderbroek, dikke handschoenen en beremuts hielden me een beetje warm. Het vroor ongeveer 6 graden. Ik moest er voor zorgen dat de rijders ongehinderd onder het wegdek door konden. Ondanks de kou en de stevige wind hadden zich al toeschouwers verzameld. Het was nog donker toen de eerste wedstrijdrijders langskwamen. Het publiek was fantastisch en volgden onze aanwijzingen probleemloos op. Voor warme dranken en een hapje werd gezorgd door hotel Galamadammen. Ik heb die dag ondanks koude voeten, genoten van de sfeer en de rijders. Er werd gezongen en rijders die het moeilijk hadden werden aangemoedigd door te gaan. Het blijft een prachtige herinnering.

Carl Brock

Waarom heb jij wel spliterwten?

Het is 2 januari 1997. Ik werkte in de slagerij van een supermarkt, ergens in een van de elfsteden. We stonden met een heel stel collega’s om een radio die de filiaalmanager had meegenomen van thuis. Om 11.17 uur klinken de woorden van voorzitter Henk Kroes: „It giet oan!” We vliegen elkaar om de hals en meteen gaat de slager aan het werk. Al het varkensvlees wordt gesneden, de vriezer wordt nagekeken op wat er bruikbaar is en ik krijg de melding „Moet je nog snertingrediënten hebben? Dan moet je het nú pakken!” In een snelle run door de winkel grijp ik alles wat we nodig hebben voor een flinke pan snert.
Nog geen kwartier later barst het los. De hele winkel staat van voor tot achter vol met klanten. Bij de slagerij is het een gekkenhuis en al snel zijn de varkenslappen, krabbetjes, hamlappen, fricandeau en zelfs de karbonades compleet uitverkocht. We verkopen zelf biefstuk en kipfilet voor in de snert. Dan komt de domper. Het hoofdkantoor geeft geen toestemming voor sluiting tijdens de Elfstedentocht. De filiaalmanager is laaiend! Iedereen is boos, maar zelfs de hoogste baas verbied ons om dicht te gaan. „Dan gaan we staken!” klinkt het. Gelukkig draait men op het hoofdkantoor later die dag nog bij en mogen we toch dicht Aan het eind van de dag is de winkel een chaos. Meters en meters aan vakken zijn leeg en in de slagerijtoonbank is niet veel meer te halen Als ik met mijn mandje met boodschappen bij de kassa sta is een klant ontzettend boos. „Waarom heb jij wel spliterwten en ik niet?” Ik kijk haar even aan. „Werk je hier?” „Nee, natuurlijk niet.” „Nou, daarom dus!”

Froukje van der Wal

Friese trui

Al mijn drie elfstedentochten heb ik in de door mijn moeder gebreide Friese trui gereden. Goed herkenbaar voor mijn volgers.Bij mijn ouders halverwege de tocht in Witmarsum, een korte stop met snert en suikerbrood. Ongeveer op de plek waar ik Paping er in 1963 bij het klunplak vandoor zag gaan. Elke keer finishte ik rond 16.00 uur en als rechtgeaarde turncoach met een koprol over de finish. De Friese trui heb ik nog en daarin heb ik ook voor het elfstedenbrevet de elfsteden gewandeld.

Tjalling Dirk van den Berg

Pink Panther

Wanneer de elfstedenschaatsers het knusse Aldtsjerk binnenreden, ging ik hen toejuichen. Ik zat op de aanlegpaal bij de brug. Daarna begeleidde ik al dansend het muziekorkest van Bicycle Showband Crescendo uit Opende op de ijsvloer. Met de vrolijke noten kwamen de ruggen van de vermoeide schaatsers omhoog. Een glimlach kwam op hun gezichten. Vaak gingen ze meezwaaien of meedansen. Voor hen een mentale opkikker. Hierna begonnen de schaatsers weer met volle moed aan het laatste traject van vijf kilometer richting de Bonke Feart. Op naar de finish om daarna hun felbegeerde elfstedenkruis te kunnen bemachtigen. Deze vrolijkheid en spontaniteit van het dorp Aldtsjerk werd door menig tv-kijker gewaardeerd.

Na het interview met mij kwamen brieven en verzoeken uit heel Nederland binnen. Met slechts het adres ‘De Pink Panther Friesland’ wist de postbode het adres wel te vinden. Er kwam zelf een verzoek om met mij in Den Haag te gaan dineren, maar daarvoor had de ‘Pink Panther’ een te drukke agenda. Afgelopen kerst was het zeven graden onder nul. Op dat moment wordt het Pink Panther-kostuum weer aan de kapstok gehangen en wacht met groot verlangen op de volgende Elfstedentocht.

De Pink Panther, Wiepie Tolsma

De handtekening van Kroes

Ik zat achteraf in het clubje dat voor het oog van de camera’s werd neergezet als de ‘teleurgestelden’ die het net niet gehaald hadden. Zelf voelde ik dat niet zo. Geen kruisje uiteraard. Maar dat loste ik op door om kwart over twaalf even het eindinterview van de NOS met Henk Kroes af te wachten. Daarna schoot ik de voorzitter aan met de vraag of hij in het laatste lege stempelvakje zijn handtekening kon zetten. Dat deed hij met plezier. Zo haalde ik precies vijfentwintig jaar geleden nota bene de journaalbeelden. En het vervult me nog steeds met trots dat ik de vijftiende Elfstedentocht volbracht heb!

Menno Wiersma, bistedokter te Reduzum

Een slagveld onderweg

Het meest dramatische gedeelte is de circa vier kilometer met tegenwind naar Oudkerk. Velen konden dit niet meer opbrengen en het leek wel een slagveld onderweg; links en rechts rijders in de berm, liggend of hangend over andere rijders, geheel verdwaasd stilstaand of langzaam verder strompelend. Tientallen ben ik hier voorbij gegaan, beseffend dat hulp bieden geen zin had, omdat het in deze laatste kilometers echt ‘ieder voor zich’ was. EHBO’ers uit Oudkerk reden af en aan om slachtoffers van het ijs te halen of te begeleiden naar de post. Mensen langs de kant schreeuwden ons toe hoeveel tijd we nog hadden en hoe ver het nog was. Ik raakte echter niet in paniek, zoals sommigen achter mij die met de moed der wanhoop huilend en vloekend hun laatste krachten probeerden aan te spreken om de ‘Bonke’ op tijd te halen. Na Oudkerk kwam de Murk. Gelukkig weer voor de wind en ik vloog dan ook richting Leeuwarden ondanks enkele laatste stuiters door scheuren en stilstaande of liggende rijders. Toen kwam het moment dat ik nooit meer zal vergeten. De laatste bocht naar de Bonke en ineens baadde ik in een zee van licht en orgie van gejuich, alsof ik zo de hemel ingleed! Zo langzaam als mogelijk, met de handen omhoog, heb ik de laatste honderd meters afgelegd om deze geweldige indrukken zolang mogelijk vast te houden en van dit moment te genieten. Eindelijk is daar dan de gele eindstreep en is een echte Elfstedentocht volbracht. Om 23.40 uur stempelde ik af, waarna ik nog een volkomen uitgeputte man die niet meer op zijn benen kon staan van het ijs hielp. Toen eindelijk de schaatsen uit en op sokken naar de bus richting Frieslandhal, waar vrouw en zoon me met een angstige blik in de ogen opwachtten. „Heb je het gehaald” „Was je nog op tijd” ? „Natuurlijk”, antwoordde ik, „wat had je anders verwacht?” Maar dit was wel een beetje grootspraak van mij. Thuisgekomen kon ik niet slapen en beleefde alles nog een keer: „Wat een prachtige dag.” „Wat een dramatische nacht.” „Wat een schitterende tocht.”

Anna Bremer

Geld tellen

De Elfstedentocht van 1997 was voor mij een bijzondere. Enkele jaren daarvoor waren ABN en Amro samengegaan. De Vereniging de Friesche Elf Steden bankierde (ook) bij ABN en na de fusie dus bij ABN Amro. Als snel werd aan medewerkers gevraagd wie als vrijwilliger wilde helpen bij de organisatie als er een Elfstedentocht zou komen. Als rasechte Fries is de Elfstedentocht het summum. Dus ik had me direct aangemeld. Begin januari 1997 was het inderdaad zover. Op 3 januari 1997 verzamelden de medewerkers die gingen helpen zich rond 7 uur in de kantine van ABN AMRO aan de Willemskade. We kregen kleding (ABN AMRO sweaters en een rode bodywarmer). Het was ijzig koud met wind, dus ik hield lekker warm mijn gewone kleding aan en trok trui en bodywarmer erover heen. In de kantine kregen we te horen welke taken we kregen.

Samen met nog een aantal collega’s ging ik de inschrijving van de wedstrijdrijders doen. Omdat we in een van de hal met landbouwplastic afgesloten ruimte zaten hadden we helemaal niet door hoe druk het in de hal was met toerrijders die na melding en betaling hun startkaart kregen. Dat zagen we pas aan het eind van de middag toen we de hal in kwamen. Gigantisch! Ik weet dat ik daarna nog geholpen heb met geld tellen. Dat gebeurde in een kleine caravan die achter de loketten stond. Af en toe kwam er een geldtransport weer geld halen om af te storten.

Wieke van Gosliga, Nijeholtwolde

Drie broers, drie kruisjes

De wekker is meedogenloos. Om klokslag 4.00 uur is het zover. Binnen een minuut sta ik naast mijn bed en haal diep adem. Dit wordt een zware dag. Het vriest een graad of 10-12 en het waait hard. De 15e Elfstedentocht zal zo beginnen. ‘s Avonds ben ik nog druk in de weer geweest met de voorbereidingen. Alles ligt nu klaar. Ik tape mijn enkels in. Smeer mijn tenen in met vaseline en trek laag voor laag aan. Mijn vrouw Imi maakt een stevig ontbijt; brood met eieren, spek en worstjes. Misschien wat erg stevig op de vroege morgen, maar mijn ervaring is dat het goed valt en erg lang meegaat. Broers André en Winfried slaan vanuit hun slaapzak mijn activiteiten gade. Zij zullen om 08.00 uur starten, ik kan om 06.45 uur al los.

Dan nadert de laatste bocht. Ik heb absoluut geen haast meer. Het is volbracht. Hier en daar staan al mensen op het ijs. Deze prachtige bocht gaat over in een tempel van licht. De Bonkevaart met de finish in zicht. Nu goed opletten. Ver voor de finish staan misschien de familiehelden weer. Die de bijtende kou trotseerden voor mij en natuurlijk voor André en Winfried. En jawel, ik heb het spandoek alweer gezien. Met stralende gezichten erboven. ‘Ben jij dat Hans, we dachten dat je er misschien al was’. Nee, het schema is uitgelopen. De Hel van het Noorden liet een hoger tempo voor mij niet toe. En dan omhels ik twee lieve zussen. Ze bellen naar Heerenveen en ik krijg Hilde aan de lijn. ‘Met Papa, ik sta hier bij de finish’. ‘Je hebt het gehaald schreeuwt ze enthousiast. Wat goed. Mama staat onder de douche’. ,,Vertel het maar’’, zeg ik. ,,Ik ga de laatste stempel halen. Tot straks.’’ Onvergetelijke momenten. Het gevoel van blijdschap kan niet op.

Tegen 23.30 uur arriveert André. We hadden al gehoord dat hij steeds een dik uur achter me zat. Goed gedaan André! Nu broer Winfried nog. Waar hangt hij verdikkeme uit. Om 00.30 uur komt het verlossende telefoontje. Winfried klinkt goed en brult dat hij het gehaald heeft. Schitterend schreeuw ik terug. Wat een prachtige dag. Drie broers die deze Elfstedentocht uitrijden.
Het wachten op Winfried duurt lang. André ligt al te ronken op de bank. De rest is allang naar bed. Ik blijf op om hem op te wachten. Dan om 03.00 uur in de nacht is ook Winfried terug. Vele verhalen komen los en we drinken er nog wat op. Drie broers, drie kruisjes.
Om 03.30 uur stappen we in bed. Bijna 24 uur na het aflopen van mijn wekker. Wat bezielt een mens.

Hans van Meerendonk, Oudehaske

Ingehaald door Yep

Wij stonden ‘s morgens heel vroeg bij de stempelpost in Hindeloopen toen de vader van Sven (Yep Kramer) als een raket voorbij schoot. Op oude video beelden hoor ik mijzelf en anderen schreeuwen „stooooop!” maar het heeft niet mogen baten. De rest van de dag hebben we op het ijs voor het huis van mijn zus aan de Kalverstraat gestaan. Regelmatig stopte er een schaatser die mij een plastic zakje in de hand duwde. Met een kwartje en een briefje met telefoonnummer. Of ik even wilde bellen. Heel leuke herinnering.

Ronald Dominicus. Alphen aan den Rijn

Kruisje op de schoorsteenmantel

Zodra de eerste nachtvorst zich aandiende kwam het elfstedenkruisje van schoonvader tevoorschijn en werd het kruisje door schoonmoeder met trots op de schoorsteenmantel geprikt. Mijn zwager en ik konden goed schaatsen, maar steeds werden wij geconfronteerd met het feit dat schoonvader de tocht had volbracht en wij niet. Hij had de tocht in 1956 gereden op houtjes en in colbert. Zo ging dat vroeger. Na steeds weer die confrontatie hebben mijn zwager en ik besloten lid te worden van de vereniging elfsteden. Ondanks de harde wind en de kou heb ik de tocht van 1997 zonder problemen kunnen rijden. Helaas moest mijn zwager halverwege met bloed in de schoenen afstappen. De nieuwe schaatsen deden hem de das om. Daarnaast had hij natuurlijk niet kunnen trainen. Wel heeft hij zijn revanche gekregen door de elfsteden nog te fietsen en te wandelen. Hij is in het bezit van het Brevet Friese Elfsteden Tochten. Ik heb wel drie kruisjes, maar ik ben niet in het bezit van het brevet en dat zal hem ook niet worden. Een vierde keer de elfstedentocht schaatsen zit er ook niet meer in. Ik heb mijn lidmaatschap opgezegd om de jongeren de kans te geven te genieten van deze onvergetelijke tocht. Misschien is er wel een (schoon)moeder die het elfstedenkruisje van (schoon)vader op de schoorsteenmantel prikt bij de eerste nachtvorst en de jeugd prikkelt om ook lid te worden van de vereniging en de Elfstedentocht te schaatsen. Wie wil dat niet.

Simon Vis, Leeuwarden

Bartlehiem als Lourdes

Waar mijn vriendjes vroeger Maradonna en Madonna adoreerden, was mijn held een klein boertje met kromme poten uit Sint Jansklooster. Evert van Benthem. Tweemaal achtereen had hij het mythische rondje Leeuwarden–Leeuwarden als snelste volbracht. Voor mij betekende de Tocht der Tochten het absolute summum op sportgebied. Zodra mijn broer 18 werd en lid mocht worden van de ‘Vereeniging De Friesche Elf Steden’ schreef ik hem in. Onder zijn naam, maar met mijn pasfoto. Ik was 14 en wilde rijden. Vier jaar later, 4 januari 1997 spreekt Henk Kroes de legendarische woorden ‘It giet oan!’ en kan heel Nederland opeens Fries verstaan. Een onvergetelijke dag.

Bartlehiem is vandaag voor de schaatser als Lourdes voor de katholieken, Jeruzalem voor de joden en Mekka voor de moslims. Maar dan in één. Kilometer na kilometer tel ik de afstand naar het beroemdste bruggetje van Nederland af. Zelfs als de grote verlichte televisiemast in zicht is, lijkt Bartlehiem maar niet dichterbij te komen. ,,Nog 500 meter!’’, schreeuwt Tjeerd. In Calgary deed ik dat in 39 seconden, flitst er door mijn hoofd. Nu duurt het viermaal zo lang. Op het moment dat we het schaatsbedevaartsoord uiteindelijk hebben bereikt, blijven we eerst een poosje over de dranghekken hangen. Desondanks valt er hier iets van mij af. Right, het is nog 36 kilometer, maar de afstand tot de finish valt nu te overzien.

Xandrijn Bakker, Zwolle

Zwartrijders

In 1985 had ik samen met Max de Haan en Haaye Wittermans de Tocht der Tochten gereden. Wat een geweldige ervaring, een hoogtepunt in ons leven. Dat smaakte naar meer. In 1986 zaten we echter de hele dag knarsetandend voor de buis omdat we werden uitgeloot. Dat was stevig balen, dit zou ons niet weer gebeuren. Op 4 januari 1997 opnieuw een kans, helaas mochten we wederom niet starten. De vervelende ervaring van elf jaar eerder waren we nog niet vergeten en het gevoel om voor de tweede keer in ons leven met de handen in de lucht op de Bonke te finishen was te sterk. We gingen zwartrijden. Met Foppe Storm en Max de Haan ging ik opnieuw het avontuur aan, zij het met enig angstzweet want er zou worden gecontroleerd op zwartrijders. Maar vooral de sociale controle van het publiek baarde ons zorgen. Met een zelfgemaakte oranje armband met een getekend Elfstedenkruis (de vereniging had bij de inschrijving deze ‘aanvoerdersbanden’ aan de deelnemers uitgereikt), gingen we van start. Bij de Swettehaven snel over het hek, in de massa tussen de nog lopende schaatsers, snel de schaatsen onderbinden en gas geven. De nagemaakte stempelkaart durfden we niet te laten stempelen uit angst voor ontdekking. De geheime controle werd overleefd en ook werden we door de toeschouwers niet herkend als zwartrijders. We beleefden een fantastische dag. Op de Bonke kregen we door Max een nep-kruisje opgespeld. Deze hangt bij mij nog steeds naast het originele kruisje van ‘85 en voelt zeker niet minder verdiend. We hadden opnieuw een topprestatie geleverd.

Gerard Veenstra

Van rijder tot wedstrijdleider

In 1997 volgde ik de opleiding voor makelaar tezamen met ene Jan Bakker en Margriet Ausma. Als drie Friezen naar Emmen en Groningen in de avonduren. Eerst afzonderlijk rijdend, maar al gauw in één auto die kant op. En toen kwam er die mooie dag op 4 januari waarbij Jan aangaf dat hij die tocht ook ging rijden. Wel ja jong. Niet wetende dat hij een echte natuurijsliefhebber was en is. En zo zaten wij voor de tv te kijken naar die momenten waarop hij in beeld kwam. Nota bene in de kopgroep. We waren gewoon trots op onze studiemaat. Helaas moest hij er op een gegeven moment ‘van af’. Maar hij volbracht de tocht en dat vonden wij al een topprestatie van formaat. Een kleine 10 jaar later werd ik door diezelfde Jan Bakker benaderd om bij hem te komen werken. Bijna vijftien jaar hebben we lief en leed gedeeld totdat Jan de zaak verkocht begin 2020. Inmiddels is Jan wedstrijdleider voor de wedstrijdrijders en de toertocht en heeft hij mij aangesteld als hoofd doping. Zo blijft onze band na die speciale dag in 1997 nog altijd.

Gerard Bouwmeester

It Houtsje

Ik zag de oproep in de Leeuwarder Courant en moest gelijk denken aan de trofee die ik heb gewonnen: It Houtsje. De LC had eind december 1996 een prijsvraag over welke dag de Elfstedentocht zou plaatsvinden en hoe lang de winnaar er over zou doen. Ik had 4 januari ingevuld en dat bleek ook daadwerkelijk de dag te zijn dat de Elfstedentocht werd verreden. Toen de kopploeg richting de finish ging werd de aankomsttijd steeds spannender. De aankomsttijd werd voor mij belangrijker dan wie er zou winnen. Op een gegeven moment zag ik dat de eindtijd in de buurt zou komen van wat ik naar de LC had gestuurd op een briefkaart. Toen dacht ik: jullie moeten wat inhouden, anders zijn jullie te snel voor mijn opgegeven eindtijd. Gelukkig kwam alles goed. Er zat uiteindelijk maar 56 seconden tussen wat ik had ingevuld en de tijd van Henk Angenent. Zodoende ben ik tot op dit moment de eerste en enige winnaar van het LC -Houtsje.



Sipke Veltman, Nij Beets

Klasbak

‘Reedride’ zit in onze genen, mijn beide zusters en ik staan stevig op de ijzers. Maar nergens hebben we de klasse van ‘ús heit’ kunnen benaderen. Topper op de korte baan en later in het marathonschaatsen, een stylist met boerenkracht. Hij trainde hard en oefende zijn slag tot in perfectie. De Elfstedentocht had hij ook al meerdere keren gereden. Zijn meest memorabele prestatie is dat hij op 52-jarige leeftijd aan de wedstrijd van de Elfstedentocht mee mocht doen. Hij reed als veteraan in de landelijk marathoncompetitie. Een unieke kans. Ik vergeet nooit dat we Heit vlak na Hylpen op zijn tweede tussenstop zagen aankomen. Hij bungelde aan het ‘elastiek’ en moest keihard werken om bij zijn groep te blijven. Met de wind pal op de kop moest hij zeker niet alleen komen te zitten, vertelde hij later. Aanklampen dus. Hoe hard het ook ging. In de ochtendschemer keken we in twee ijskoude en holle ogen, vol concentratie greep hij de tas met eten. Hij oogde bekaf en was nog niet eens op de helft. Ik kreeg bijna medelijden. Wat deed die man hem zelf aan. Nu ben ik zelf bijna 50 en snap ik wat hem toen bezielde. Hij kreeg een unieke kans om de elfstedenwedstrijd mee te schaatsen. Een keer meten met de toppers. Tja, dan boor je oerkrachten aan. Hij kwam ruim binnen de limiet over de meet, ongeveer 1 uur na de winnaar Angenent. Hij finishte als 63e. Wat waren wij apetrots. Klasbak, die ouwe kerel.

Anne de Jager

Een zwarte wolk stress

Vrijdag 23 januari 1997. Mijn leven wordt beheerst door de Elfstedentocht. Ik ben nauwelijks aanspreekbaar wat betreft andere zaken. Ik haal samen met nog vier andere dappere strijders mijn stempelkaart en na betaling van 100 gulden mag ik mij officieel deelnemer noemen. Het is gezellig druk in het FEC. Stands met souvenirs en schaatsattributen bepalen hier het beeld. Teruggekomen van de eerste noodzakelijke rit naar de hoofdstad pak ik mijn tas met (schaats)kleding in. Ik ga de nacht vooraf aan de tocht der tochten logeren in Beetgumermolen, bij een gastvrije familie van familie. Eerst probeer ik nog mijn pas gekochte kniebeschermers uit. Zo zit ik inde kamer op de stoel, kniebeschermers over de lange onderbroek heen en maar voelen of ze ook knellen. Ondertussen naai ik het pas gekochte zeemleertje in mijn oude, groene Wâlde-voetbalbroekje. Het zal mijn ‘lyste man’ goede diensten bewijzen. Zo bezig met de voorbereidingen stijgt de spanning en dochterlief ziet boven mijn hoofd een zwarte wolk stress hangen, ik voel hem alleen maar. De met zorg toebereide spaghettischotel moet ik door mijn sterk vernauwde keelgat wurmen. Tactisch wijst liefhebbende echtgenote me op het feit dat uitspugen niet is toegestaan en bovendien het koolhydraatgehalte in mijn body niet ten goede zal komen.

Jan Dijkstra, Balk

Lallende mensen op de brug

Februari 1985, ik ben 12 jaar. Opgegroeid op de boerderij aan het water, bij het bekende brugje van Bartlehiem. Opgegroeid met verhalen van de Elfstedentocht. Thuis stond er chocolademelk in de keuken en de hele dag kwamen er mensen langs. Even opwarmen, even op de televisie kijken hoe het verderop in de tocht ging. We voelden ons verbonden met elkaar. Sterke mannen ( en vrouwen) trotseerden de kou. We waren trots op Friesland. Januari 1997, wederom is het koud en lijkt het er op dat we weer een Elfstedentocht krijgen. Het Friesland-gevoel is ver te zoeken. We zijn ingehaald door de media en de ‘Hollanders’. Een dagje voor de tocht der tochten staan lallende mensen op de brug van Bartlehiem. Bierflesjes komen op het ijs. Zelf mogen we niet meer op het ijs komen. Het wordt drukker en drukker. Januari... Heb hier afgelopen jaren bussen vol met handhavers zien stoppen bij het bekende brugje. Alles is uitgewerkt voor een eventuele volgende Elfstedentocht. De wegen zullen worden afgezet. Misschien mag er een handjevol mensen met QR-code door. Voor aanmoediging of om schaatsers van eten te voorzien Waarschijnlijk draait het in deze tijd uit op rellen en baldadigheid. De ‘Hollanders’ zullen onze bruggen en landen bestormen. Op zoek naar een feestje? De nuchtere Fries zal het aanschouwen, zich terugtrekken en in alle rust de tocht gade slaan. Ik blijf die echte Fries. Opgegroeid met schaatsen, als het ijs begint te kraken hoop ik de tocht der tochten door het mooie Friesland te rijden en het gevoel te vinden waar we mee opgegroeid zijn.

Ynse Vellenga, Hallum

Thermokleding en zeemleer

‘s Ochtends de persconferentie, ik werk bij de zeeman in Leeuwarden. Gespannen staan we te luisteren in de winkel, It giet oan! Snel worden al het lange ondergoed en thermokleding naar voren gebracht in de winkel, en al het zeemleer wordt opgezocht, want ook dat moest voor in de winkel liggen als bescherming voor de heren. Wat een gezellige drukte die dag, nooit vergeet ik de sfeer van die dag in de winkel.

Jessica Steinvoorn

Bevangen door de kou

Het was drie dagen voor mijn 13e verjaardag. Mijn vader werkte bij de provincie Fryslân en moest standaard werken bij eerdere elfstedentochten, waardoor hij altijd de finish op tv keek. Deze keer was hij vrij en hij keek ernaar uit om zijn beide dochters mee te nemen naar de Bonkevaart om eindelijk de finish eens live te zien. Ik ben nooit dol op kou geweest, maar was dik ingepakt en aangestoken door het enthousiasme om me heen. We stonden bij de Bonkevaart tussen de mensen te wachten, toen ik me ineens niet lekker begon te voelen. Ik werd steeds slapper en alles begon wazig te lijken om me heen. Mijn vader en zus hebben blijkbaar de EHBO gealarmeerd, want het volgende moment zat ik in een bus van RTL en werd warm gewreven door mijn vader en zus. Ik was bevangen door de kou en was net niet flauwgevallen, dankzij het snelle ingrijpen van mijn familie. In de bus hingen schermen van RTL, zodat we toch nog wat meekregen van de commotie van buiten. En zo kwam het dat mijn vader die dag de finish van de Elfstedentocht alsnog alleen op televisie kon zien.

Karien van der Mei

Fata morgana

Behalve het juichgeluid op mijn trommelvlies heb ik ook een hardnekkig beeld op mijn netvlies bewaard. Een beeld van iets dat niet bestaan heeft. Het lukte tot Bartlehiem goed om in het donker te rijden en vallende medeschaatsers te ontwijken. Daarna in een mooi groepje van acht naar Dokkum. Op enig moment wilde ieder van de acht nog wel op kop maar niemand kon dat meer. Vallen bij de entree van Dokkum over een halfingevroren schaatsriem. Sneller overeind geholpen door een vrijwilliger dan ik kon vallen. De stempel. Een kop soep. Omkeren en door naar Leeuwarden. De Dokkumer Ee is ook met wind in de rug lang. Gelukkig: voor Birdaard nog een koek-en-zopie-kraam. Zie de tekening van het beeld dat tot vandaag op mijn netvlies staat. Maar ik zat in de berm en niet op een bank. En geen koek-en-zopie in velden of wegen. Een elfstedentocht fata morgana. Gelukkig toch wakker genoeg om door te schaatsen. In Oudkerk een kop chocomelk, wind in de rug en om kwart over 10 over de finish. Wat een dag. Met letterlijk niet te vergeten beelden, geluiden en ervaringen. Iedereen die dat mogelijk maakte, alsnog hartelijk dank.

Maarten Vrolijk, Dronten

Tweeling

Het zijn tweelingbroers, de een is potentieel lid geworden en spoort de ander aan om dit ook te doen, na een jaar de ander toch ook potentieel lid geworden. In de eerste jaren is het dan de een en het andere jaar weer de ander die mee mag doen. Dan komt 1997 en mogen we alle twee meedoen en dus maar hopen dat er een Elfstedentocht komt en dat we alle twee ingeloot worden. En ja, hoe bestaat het er komt een elfstedentocht en we worden alle twee ingeloot. Daar de een een slagerij heeft en de ander de dagen voor kerst meehelpt hebben we veel te weinig kilometers in de benen (maar 97 kilometer) en we zijn ook geen van Benthems, maar we er toch voor. Alhoewel we pas om ongeveer half elf mogen starten hebben voor ons gevoel één tegenstander en dat is de tocht op tijd binnen zien te komen. De harde wind heeft ons niet tegen gehouden om de tocht met succes te voltooien en is een grote wens in vervulling gegaan en hebben we nu alle twee een elfstedenkruisje en mooie herinneringen aan de Elfstedentocht van 1997.

Gosse Hoeksma

In skitterende dei

Siebrand en ik binne ‘s moarns yn de auto nei Burdaard riden. Der binne wy oer it iis nei Bartlehiem kuiere. It wie stjerrende kâld. De ‘gefoelstemperatuer’ wie yndie min tweintich. Yn ûs rêchpûde hawwe wy wat broadsje en in fleske bearenburch. Oan it ein fan ‘e midje ha wy yn in kafeetsje, wer fan ik de namme net mear wit, in bierke dronken en binne wy wer op hûs oan gien. It wie in skitterende dei.

Janneke de Jong

In lytse Erik

Op 3 jannewaris rieden we nei it sikehûs yn Snits wêr ’t ús earste berntsje berne wurde soe. We fantasearden yn de auto noch oer de namme. At it in jonkje wurdt, kenne we de mogelike Alvetsêdetochtwinnaar wol ferneame. We wieden yn de ferûnderstelling dat dat misskyn wol Erik Hulzebosch wurde soe haha, in lytse Erik. Uteindelik wie dat net noadich, want dy deis noch wurde Wytske Marije berne, in prachtich lyts famke fan amper 5 pûn.

Janna de Boer

Het kwam razendsnel

Mijn herinnering aan de Elfstedentocht van 1997 is dat het razendsnel kwam: met de kerst kon er nog amper worden geschaatst en op de vierde dag van het nieuwe jaar was het zover. Verder herinner ik me dat ik de dag ervoor mijn zoon Ido per auto heb begeleid, omdat hij als slachtoffer van de toenmalige ledenstop van de vereniging beslist de tocht wilde schaatsen. En dat heeft hij gedaan als een van de minstens 3000 ‘mede-slachtoffers’. De dag erna mocht ik van hem de steun onderweg ontvangen en die heb ik mede door de krachtige noordoostenwind beslist nodig gehad. Beide hebben we de tocht volbracht en mijn kruisje is later voor hem.

Willem de Haan, Kimswert

Alles befersen, allegear waarm

Taskogger wiene wy, kluunmaten. Yn de kloft minsken rekken wy de grun net. We wurden hifke troch de massa. It iis lake, de riders fleachen, de sinne switte: de oare wrald hie alles oernommen. Alvesteden as metropoalen. Alles befersen, allegear waarm.

Andries van der Vliet

Ongetraind en illegaal

Jan Bakker krijgt in 1997 een dag voor de Elfstedentocht een startkaart van een vriend. Ondanks kramp en wind tegen haalt hij zijn kruisje. Bakker - vader van drie jonge kinderen, en midden in de verbouwing van hun huis in Kûbaard - denkt: ‘Sa’n kans krij ik miskien noait wer.’ Hij slijpt zijn schaatsen en probeert op de sloot even of hij de slag te pakken kan krijgen. Van zijn broer leent hij een mobiele telefoon. ,,Ien fan de earste modellen.’’ Op 4 januari om half negen rent hij met honderden anderen naar de Zwette.

Even na tienen arriveert hij in Sneek. Bij Sloten valt hij en laat zich masseren. ,,Ik hie kramp yn beide skonken.’’ Wat wil je, hij heeft niet getraind. Het hele stuk tussen Sloten en Dokkum hebben de schaatsers wind tegen. ,,By Bolsert haw ik wat iten. Ik belle myn heit, want ik hie dy tillefoan. Dy sei net Sukses, mar Tinkst oan dyn trije bern thús?’’

Die drie kinderen zitten de hele dag voor de televisie, want er doet ook een Jan Bakker mee in de wedstrijd. Eenmaal bij Franeker wordt het donker. Bakker ‘skarrelt’ over de Blikfeart naar Harlingen. In Bartlehiem krijgt hij enorme dorst, hij vindt een flesje AA op het ijs en drinkt dat leeg. Als hij net de stempelpost in Dokkum gepasseerd is, hoort hij hoe achter hem anderen niet meer verder mogen.

Nu heeft hij wind mee en kan hij slagen maken. Als hij bij Aldtsjerk stempelt, ziet hij de grote lichten in verte. ‘Ik gean it rêde’, denkt hij, en prijst zich gelukkig dat hij alleen rijdt en met niemand rekening hoeft te houden. Op de Bonkevaart finishen twee mensen op 200 meter voor hem. Ze worden als helden onthaald, en hij daarna ook. ,,Gûle fansels.’’

Zijn vriend - uitgerust als schaatser - neemt zijn stempelkaart mee en levert die in. Een paar weken later brengt die ook het kruisje langs. Bakker weet, zo mooi als deze keer wordt het nooit meer. ,,Ik haw de tocht yllegaal riden, mar dêr skamje ik my net foar.’’

Nieuws

menu