Een tweeluik over twee opvallende onderwijsmannen, Albert Helder en Philip Messak: 'Gelijke kansen bestaan niet, eerlijke kansen wel'

De een zet er een punt achter en kijkt terug op zijn loopbaan in het onderwijs (Albert Helder). De ander, oud-beroepsmilitair, rolde er bij toeval in (Philip Messak). Wat valt hen op in het onderwijs? Wat heeft het hen zelf gebracht? Een tweeluik.

Albert Helder neemt afscheid, hier bij de Aventurijn in Leeuwarden, één van de scholen van Proloog.

Albert Helder neemt afscheid, hier bij de Aventurijn in Leeuwarden, één van de scholen van Proloog. FOTO NIELS WESTRA

De onderwijsman die de frontlinie verlaat

Na een leven in het onderwijs zet Albert Helder er een punt achter. Hij vertrekt als bestuurder bij Proloog, de koepel van openbare basisscholen in Leeuwarden en omgeving. ,,We schuren langs de rand van de afgrond.’‘

De coronacrisis heeft ook wel goede dingen gebracht, zegt Albert Helder (65) met een lachje. ,,Bijvoorbeeld dat ik nu een afscheidstoer langs de 23 scholen van Proloog maak. Dat past veel beter bij mij dan een officiële afscheidsreceptie.’’

In 2013 trad hij aan bij Proloog. De koepel verkeerde financieel in zwaar weer en er moest flink gesneden worden. Nu staat er een stabiele organisatie. Zijn opvolger is Arjette de Pree.

Een effect van de pandemie dat scholen niet slecht is bevallen: het verdwijnen van de onofficiële oudergesprekjes die elke ochtend in elk lokaal plaatsvonden als de kinderen naar hun lokaal werden gebracht. Nu nemen ouders bij het schoolplein afscheid. ,,Willen we die stroom gesprekjes tussen kwart over 8 en tot na half 9 wel terug? Daar moeten scholen eens over nadenken.’’

Wat heeft onderwijs jou gebracht?

,,Heel veel. Ik ben opgegroeid in het mooie Augustinusga, in een gezin met nog drie broers. Wij hadden het goed maar niet breed.’’

Bekeken met de maatstaven van nu, zegt hij, ,,kwamen we uit de kwetsbare hoek. Mijn ouders waren van het slag: iedereen krijgt een kans, dat wil zeggen: één kans. Wij kregen onze kans, maar die moesten we wel pakken.’’

Zijn broers hadden gevoel voor techniek, Albert niet. Na de havo, waarvan de laatste twee jaren in Drachten werden gegeven, stapte hij over naar de pedagogische academie. ,,Die zat in hetzelfde gebouw. Dat leek me wel wat. Niet te ver van huis ook.’’

Eind jaren zeventig was er bepaald nog geen schaarste aan leerkrachten. Van de 33 studenten die samen met hem afstudeerden vonden er drie snel een baan in het onderwijs. Helder was een van de gelukkigen. Hij ging aan de slag in Munnekeburen, later in Minnertsga.

Schaarste is er nu wel, al slagen de Friese koepels er meestal nog in vervangers te vinden voor zieke juffen en meesters. Maar, zegt Helder, ,,we schuren wel langs de rand van de afgrond’’.

Krijgen kinderen in het onderwijs gelijke kansen?

Helder schudt zijn hoofd. ,,Gelijke kansen bestaan niet, want het maakt nogal wat uit waar je opgroeit, hoe je gezin functioneert, welk inkomen er is. Maar éérlijke kansen, die bestaan wel – en daar heeft ieder kind recht op.’’

Dat is niet uitsluitend een taak van het onderwijs, voegt hij er meteen aan toe. ,,Het gaat om zorg en onderwijs, in die volgorde. Een kind moet veilig zijn. Een kind moet gezien worden – en dan maakt het nogal wat uit of je in een klas met 15, 20 of 25 leerlingen zit. Een kind moet ‘geraakt’ worden – dan heb je het over de vakkennis van de leerkracht. Als aan die voorwaarden wordt voldaan kan een kind zich ontwikkelen en leren.’’

Na het basisonderwijs is er nog een wereld te winnen, vindt Helder. ,,Nu is het voortgezet onderwijs een sjoelbak. Als je eenmaal in een vakje zit kom je er bijna niet meer uit. Van vakje 1 naar 4 is bijna onmogelijk. De selectie is veel te vroeg.’’ Proloog heeft in Leeuwarden nu een Tienerschool, samen met Piter Jelles. Maar het liefst zou Helder de selectie pas doen als een kind 16 jaar is.

Hoe belangrijk is openbaar onderwijs?

,,Voor mij is openbaar onderwijs de enige route naar inclusief denken. Het is heel belangrijk om diversiteit te omarmen. We hebben tegenwoordig geen zuilen meer, maar bubbels. Mensen zitten in bubbels van gelijkgestemden: ze wonen in dezelfde buurt en sturen hun kinderen naar dezelfde scholen.’’

Dat gezegd hebbende: vrijheid van onderwijs vindt hij ook een groot goed. ,,Ouders hebben wat te kiezen. Scholen kunnen zich allemaal profileren.’’

Hoe kijk je terug op de coronatijd?

Lachend: ,,Het was een bijzondere tijd. Het werd duidelijk dat onderwijs ertoe doet. Alleen: we stonden niet in de schijnwerpers, maar in het licht van bouwlampen. Corona is één grote stresstest geweest voor ons systeem, alles lag onder een vergrootglas. Ik denk dat scholen het best goed gedaan hebben. Voor kwetsbare kinderen zijn we nooit dicht geweest en achterstanden zijn, naar mijn overtuiging, goed in beeld.’’

Als ik minister van onderwijs was geweest…

,,… dan zou ik op de apenrots in Den Haag een hogere positie hebben gepakt. Het onderwijs had een sterkere persoonlijkheid verdiend de afgelopen periode. Die scholen de ruimte geeft, maar ook consequent en congruent optreedt. De minister had duidelijker moeten zijn, het was nu too little, too late.’’

Helder laat zelf het stuur los. ,,Als ik ergens kan helpen, dan wil ik dat graag doen. Maar niet meer als eindverantwoordelijke. Ik ga uit de frontlinie, heb een bedrijfsnaam bedacht die dat illustreert: Sydtsjil, het Friese woord voor zijwieltje. Ondersteunend, maar verder ga ik uit de frontlinie.’’

De beroepsmilitair die geduld oefent in het onderwijs

Als militair maakte hij de val van Srebrenica mee, als ondernemer startte hij een skischool in Assen, maar zijn hart verloor hij aan het onderwijs. Philip Messak, bestuurder van katholieke scholenkoepel BMS, wil ‘buiten de lijntjes kleuren’.

Het bord met de kaart van Friesland, waarop met gekleurde magneetjes de 33 basisscholen van de BMS staan aangegeven, doet in de nabijheid van Philip Messak (56) toch een beetje denken aan een stafkaart. De aanval kan elk moment beginnen.

Daar is geen sprake van, sterker nog: Messak spreekt vooral over verbinding en samenwerking met andere scholenkoepels in de provincie. Samen optrekken als het gaat om grote uitdagingen, zoals zorgen voor voldoende leerkrachten.

Dat het beeld van de stafkaart toch opdoemt komt door zijn verleden als beroepsmilitair, waarover hij vertelt. De uitzending met Dutchbat III naar Srebrenica in 1995 is daarin een belangrijke episode. Messak was er commandant van het eerste beveiligingspeloton en maakte de inname mee van de enclave door Servische troepen. Die liep uit op de moord van naar schatting achtduizend moslims.

Lessen leren

Messak ontsnapte er aan de dood toen een militair voertuig achter hem op een mijn reed. Een soldaat van zijn eenheid raakte daarbij zwaargewond. ,,Wat nu als ik een beetje meer naar links had gereden, dan was die mijn bij mij geëxplodeerd.’’ Deze ervaringen en een ternauwernood goed afgelopen duikongeluk op Curaçao brachten hem tot het besef: ,,Het leven is niet vanzelfsprekend, het wordt je gegund. Doe er dan de goede dingen mee, dingen waar je energie van krijgt en die van waarde zijn voor een ander.’’

Eigenlijk belandde hij bij toeval in het onderwijs. Het Alfa-college in Assen vroeg hem als projectleider de opleiding sport en bewegen op te zetten, later werd hij er teamleider. Voor zijn benoeming tot voorzitter van het college van bestuur bij BMS was hij directeur van scholengemeenschap Vincent van Gogh in Assen.

Messaks missie is: anderen helpen zich te ontwikkelen. ,,Verbinden, dienstbaar zijn en inspireren, mensen leren zelf regie te nemen over hun leven. Ik heb met mezelf afgesproken nooit meer de slachtofferrol aan te nemen. Die houding heeft me veel gebracht. Hier bij de BMS vinden we leren belangrijk, maar ook vorming. Het is prachtig om kinderen te leren stevig in de maatschappij van morgen te staan. Leren leren en leren leven.’’

Achterstanden

Maar: ,,Relatie gaat voor prestatie. Dat geldt ook voor de kinderen op onze scholen. Als een kind zich niet veilig voelt, moet je daar eerst voor zorgen. In veiligheid durven kinderen zich kwetsbaar op te stellen, dat is de basis om te leren.’’

De BMS vierde vorige maand het 25-jarig bestaan als scholenkoepel. Alle scholen krijgen dezer dagen een grote som geld overgemaakt van het ministerie van onderwijs. Dat is geen verjaardagscadeautje: het geld komt uit de pot met 8,5 miljard euro, die het kabinet beschikbaar stelt om de komende jaren corona-achterstanden in het onderwijs weg te werken.

,,Achterstanden, en vermeende achterstanden’’, zegt Messak met een glimlach. ,,Het onderwijs is ondanks de coronamaatregelen over het algemeen goed op peil gebleven. We zien wel als rode draad dat bij het lezen in groep 3 achterstanden zijn ontstaan.’’ Met een bijdrage van zo’n 700 euro per kind betekent het voor de BMS-scholen (met 6200 leerlingen) grofweg 4,3 miljoen.

Geduld oefenen

Goed onderwijs, vindt Messak, wordt vooral bepaald door goede leerkrachten en goede directeuren. ,,Het kenmerk van een professional is voor mij: altijd beter willen worden dan de dag van gisteren.’’ En eerlijk is eerlijk, hij heeft bij zijn overstap vanuit Defensie naar het onderwijs wel moeten wennen. ,,Als militair moet je altijd omgaan met onzekerheid en teleurstellingen, steeds denken in scenario’s. In het onderwijs merkte ik dat er meer behoefte is aan zekerheid en veiligheid. Er is minder flexibiliteit. Ik heb geduld moeten oefenen.’’

Maar ook hier zoekt hij naar moed, naar ideeën. Omdat dat mensen vooruithelpt, zegt hij. Messak onderzoekt de oprichting van een lectoraat met als thema persoonlijk leiderschap en identiteit, onder leiding van bijzonder hoogleraar sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, Gabriël Anthonia. Dat gaat helpen om onderzoekend gedrag aan te jagen bij alle medewerkers, zegt hij. ,,Zo’n lectoraat gaat stimuleren en inspireren, dat weet ik zeker.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Onderwijs