Een bolhoed vraagt een rechte rug. Na 50 jaar stopt Gorrit Kuipers (73) als jurylid bij het KFPS

Gorrit Kuipers (73) bergt zijn bolhoed op en stopt na 50 jaar als jurylid bij het KFPS. Hij was getuige van een wonderbaarlijke wederopstanding en zag hoe de Fries als afgedankt slachtpaard bij de wal opklauterde en fier de wereld veroverde. ,,Dit hynder kin noch folle mear.”

Gorrit Kuipers was 50 jaar keurmeester bij het KFPS.

Gorrit Kuipers was 50 jaar keurmeester bij het KFPS. Foto: niels de vries

Hij ziet de veewagen nog het erf afrijden. Tien beste enters en twenters, mooie fokmerries in de dop gingen voor een grijpstuiver weg. ,,In auto fol en de beurs riisde net iens op.” Om te janken, als hij er over nadenkt. ,,Doe yn de jierren sechstich wie it op syn beroerdst”, zegt Gorrit Kuipers. ,,De slachter joech 1200 gûne. As dyn bod 25 mear wie, hiest in bêst hynder foar 1225 gûne.”

Onvoorstelbaar bijna. Want kijk nu. Een beste fokmerrie gaat op een veiling weg voor soms 25.000 euro. En voor dekhengsten worden tonnen neergeteld. Het gaat hosanna met het Friese paard dat rondstapt in meer dan zeventig landen over de hele wereld.

Taak is gedaan

,,Hy is foar de dongwein weikaam en komt no út yn dressuer. Moatst neigean.” Kuipers heeft het wonder voor zijn ogen zien voltrekken. En heeft vanaf de bijna ondergang tot de victorie een vinger in de pap gehad als jurylid namens het Koninklijk Friesch Paarden-Stamboek. Samen met Haike van der Meulen – die vorig jaar de vijftig jaar volmaakte en stopte – hoort hij bij de oud strijders binnen het stamboek. De oud-boer uit Oudemirdum legt zijn functie na dik vijftig jaar neer. Zijn taak is gedaan.

In 1969 zette de 22-jarige boerenzoon uit It Heidenskip voor het eerst een bolhoed op. Hij was in het breedbestuur benoemd van fokvereniging It Fryske Hynder in Blauwhuis en moest namens zijn club opdraven als jurylid bij zusterverenigingen. In Wolvega maakte Kuipers zijn debuut als keurmeester. Inspectie-opleiding of een cursus keuren? Niks van dat alles. ,,Elk die it út eigen kennis.” Met dat gevolg: ,,Der wie elk wolris in sjuery dy’t better wie yn kofjedrinken as hynders op streek sette.”

Het ging niet best met de Friezen. Hij weet nog dat hij en andere keurmeesters nog vrolijk een borrel dronken op het 90-jarig bestaan van het stamboek. Maar ondertussen keken ze elkaar aan en wisten: dit wie it lêste feestje. Het Friese ras was ten dode opgeschreven. Met nog maar 20 dekhengsten en 400 fokmerries was het een kwestie van tijd en het ras zakte door de hoeven. ,,We seagen oankommen dat it net goed komme soe.”

N a de oorlog rolde een mechanisatiegolf over het boerenland. Op alle boerenerven werden de paarden verdreven door de trekker. Niet bij Kuipers. Tot 2000 werkte Gorrit met paarden op zijn veehouderij met 40 melkkoeien, 100 Texelse fokschapen en 40 hectare grond. De trekker werd heus gebruikt voor grote klussen als kuilen en hakselen, maar dan waren ze van het loonbedrijf. Zelf spande Kuipers een beste merrie in om te maaien of te schudden. Machines kon hij voor een prikje kopen van collega’s die massaal overstapten op mechanische pk’s. ,,Alles foar âldizerpriis.”

Stuk of twintig Friezen op stal

Een trekker. ,,Ik ha der noait oer prakkesearre.” Hij zou wel gek zijn. Waarom zou hij een ronkend, stinkend stuk ijzer op het erf halen als hij ook met z’n liefste sterkste makker in alle rust de klus kon klaren. Een stuk of twintig Friezen stonden op stal, waarvan hij zo’n acht voor het werk gebruikte. ,,Mei it hynder wurkje, midden op’e romte yn’e natoer. Ien mei alles. Soks binne de moaie dingen yn it libben”, zegt Kuipers. ,,In gefoel dat net te omskriuwen is.”

Rond de eeuwwisseling was het gedaan, om een simpele reden: ,,Doe wie it ark op. Der wie neat mear te krijen.” De paardgetrokken apparaten waren stuk voor stuk versleten. De schudder gaf de geest, de hooihark viel half uit elkaar en de maaimachine was tot de draad versleten. ,,Ik koe der net iens mear messen by krije.”

Maar de paardenman uit It Heidenskip was een uitzondering. De werkpaarden werden in de jaren zestig massaal aan de slager verkocht. Het waren mannen als Cees Faber en jonkheer Baerdt van Sminia, die de redding van de Fries op poten zetten. ,,Sy seagen dat it in sporthynder wurde moast, wolst it behâlde.” Friezen waren tot dan werkpaarden. ,,Robúst, mei in soad ribbekast. In hynder mei kilo’s” Ze konden trekken als de beste. Maar het dier was afgeschreven door de boer en moest geliefd worden bij de particulier die erop kon rijden of mee kon mennen en in de sport kon uitkomen. En dus moest de Fries sportiever worden en atletischer. Een taak voor Kuipers en zijn medejuryleden. Zij moesten moderner keuren om de Fries generatie na generatie die kant op te sturen.

Promotie

T egelijk kwam de promotiemachine op stoom. Faber organiseerde de bekende ‘Kruistocht’ door Friesland om de naderende ondergang van de Friese trots op de kaart te zetten. Kuipers en zijn maten van fokvereniging Blauwhuis gingen ook de boer op. Met een eenspan, tweespan, tandem, klavertje drie, vierspan en vijfspan, maakten ze een show. De zes aanspanningen werden een visitekaartje voor het Friese ras. Ze gingen er het hele land mee door. ,,Op lânboudagen yn Seelân en doarpsfeesten by Rotterdam, oeral waarden we frege. Sa groeide de fraach nei it hynder en waard de fokkerij grutter.”

In de jaren negentig maakt de Fries een sprong. Boeren die vroeger nog met paarden hadden gewerkt gingen rentenieren, kochten voor de hobby wat Friezen om mee te fokken. Het stamboek groeide en het ras kreeg de benen weer onder het gat. Inmiddels is de populatie gegroeid tot dik 70.000 dieren en geniet de trouwe fiere Fries ongekende mondiale populariteit. Tijdens de jaarlijkse hengstenkeuring in Leeuwarden, de hoogmis van het Friese paardenras, zit het WTC Expo tot de nok vol met duizenden fans van over de hele wereld.

De druk op juryleden is met dezelfde gang gegroeid. Hoe duurder het paard hoe meer belangen spelen en geld en macht factoren worden. Toch is er in de basis niet zoveel veranderd. Het boerenbroekje dat 50 jaar geleden voor het eerst de ring instapte in Wolvega en het seniore jurylid dat Gorrit nu is zetten met dezelfde intentie hun bolhoed op. ,,Frij en ûnôfhinklik.” Dat is de basis, zegt Kuipers. En is dat moeilijk? Nee, voor hem niet. ,,Moatst mei kennis en autoriteit keure kinne.” Dat kan alleen door afstand te bewaren. ,,Hâld jo paad rjocht. Net by fokkers oer de flier komme of in bierke drinke. En altyd it nûmer keure, net de man dy’t der neist stiet.”

Zo heeft hij het een halve eeuw fluitend gedaan. ,,Ik ha alle suverings oerlibbe, der binne genôch sjueryleden útdondere.” Want in een stamboek met zoveel leden lopen de meningen en belangen soms ver uit elkaar, ontstaat ruzie en trammelant. Kuipers ziet het, is er niet blij mee maar houdt zich er verre van. ,,Sa no en dan is der in ‘stoelendans’. Soks heart by in feriening.”

Modernisering

D e modernisering van de Fries is uiteindelijk zijn redding geweest. Toch zijn er in de fokkerij nog grote slagen te maken, denkt Kuipers. De loep ligt binnen het stamboek momenteel vooral op de hengsten. Door het uitgebreide verrichtingstraject dat dekhengsten moeten doorlopen, is veel bekend over de vaderdieren en de eigenschappen die ze vererven.

Als dat inzicht er ook zou zijn bij merries, kan er gerichter en beter worden gefokt, zegt Kuipers. Nu baseren merriehouders de keuze voor een hengst vooral op de eigenschappen van dat dier en minder op de kenmerken van hun eigen paard.

Kuipers pleit er daarom voor om meer merries uit te brengen in de sport. Zo krijgen eigenaren inzicht in de beweging en mogelijkheden van de merrie en kunnen op basis daarvan een geschikte match zoeken met als doel een nog beter veulen te fokken. ,,Der binne tefolle merjes dy’t we ien kear op in keuring sjogge en dêrnei noait wer.”

Het jurylid roept daarom op: Merriehouders zet je dier voor de kar, doe mee aan tuigwedstrijden. ,,Je kinne nei it iten nei it sjoernaal sjen út de luie stoel, of je kinne je hynder noch efkes ynspanne. Mear freget it net.” Kuipers zou het wel weten.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Paardensport
Instagram