Dit zijn de drie opties voor de Provinciale Staten voor het weidevogelbeleid tot 2030 (van doorgaan op de huidige weg tot een schep er bovenop)

Wat in de jaren 2014-2020 niet lukte, willen GS met hernieuwde moed alsnog klaarspelen voor 2030: het ombuigen van de neergang van de weidevogelstand.

Tureluurs verjagen roofdier. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Tureluurs verjagen roofdier. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Die ommekeer wil gedeputeerde Douwe Hoogland bereiken met het inrichten van grote weidevogelgebieden. ,,It giet der foar alles om dat we de biotoop foar de fûgels op oarder meitsje. We moatte de omjouwing sa oanpasse dat fûgels dêr hinne komme en ek har aaien lizze en piken grutbringe en dat dy dêr ek noch in goed skûlplak fine. Yn sokke gebieten kinst ek makliker en effisjinter omgean mei it predaasjebehear. It binne no faak dochs noch te lytse platsjes mei in hurde skieding tusken greidfûgelbehear en gongbere lânbou. Dan witte predatoaren ek daliks wêr’t it te heljen is.’’

Drie verschillende opties

Provinciale Staten krijgen in april drie opties voorgelegd voor het weidevogelbeleid in de jaren tot 2030. Die zijn gekoppeld aan de gruttostand, die vorig jaar in Friesland uitkwam op 6700 broedparen. De zuinigste variant is doorgaan op de huidige weg en accepteren dat het een aflopende zaak is. Optie 2 is teruggrijpen op de oude ambitie om terug te komen op 10.000 broedparen, terwijl variant 3 er nog een schep bovenop doet met 15.000 gruttokoppels.

Hoogland en GS opteren zelf voor de middenweg, die moet leiden tot stabilisatie en uiteindelijk groei van de weidevogelpopulaties. Dat is in feite een voortzetting van het huidige beleid, maar de uitgangssituatie is er sinds 2014 niet beter op geworden, blijkt uit een evaluatie die gisteren tegelijk met de Startnotitie Weidevogels 2021-2030 is gepresenteerd.

Waar de provincie tussen 2014 en 2020 ook mikte op een groei van het aantal Friese gruttoparen naar 10.000, kelderde de stand alleen maar verder, van 8200 koppels in 2014 naar 6700 in 2020. Ook de kievit en scholekster boerden achteruit. De tureluur is de enige steltloper die in Friesland iets won. Van de andere gevolgde soorten bleef de slob-eend stabiel en noteerden graspieper, gele kwikstaart en veldleeuwerik een plusje.

Evaluatie

Ook het streven om vorig jaar uit te komen op 40.000 hectare aan weidevogelkernen (gebieden met agrarisch natuurbeheer en reservaten) bleef steken op twee derde van de ambitie. Het bleef bij 26.300 hectare, veelal in versnipperde gebieden. De pakketten voor het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer bleken bovendien ook niet allemaal even effectief.

Hoogland: ,,It giet my krekt wat te fier om te sizzen dat ús belied folslein mislearre is, mar it is no wol ‘alle hens aan dek’. It sjocht der net goed út en dat is gjin fijne konstatearring. Dêr moatte we learing út lûke.''

Tot de lichtpuntjes in de evaluatie rekent de provincie het gegeven dat Friesland in ieder geval iets positiever afsteekt bij de rest van het land en dat erkende vogelgebieden het ook beter doen dan het reguliere boerenland, al is het te weinig om een begin van een ommekeer te bewerkstelligen. Binnen de huidige financiële mogelijkheden is er ook geen kans op meer.

Aanvalsplan Grutto

Met die kennis in het achterhoofd willen GS aansturen op de inrichting van robuuste vogelkerngebieden van ten minste 1000 hectare, met een hart van 300 hectare aaneengesloten kruidenrijk grasland en een hoog waterpeil.

Dit streven sluit naadloos aan bij de ambities in twee recente plannen: ‘Fryslân Greidefûgellân’ van de Friese weidevogelpartijen in het Olterterpoverleg en het ‘Aanvalsplan Grutto’ dat oud-minister Pieter Winsemius vorig jaar lanceerde met de Friese Milieu Federatie, It Fryske Gea en Vogelbescherming Nederland.

Als Provinciale Staten Hooglands voorzet in april inkoppen, hoort er in november een uitgewerkte Weidevogelnota te liggen waarin de beoogde kerngebieden met naam en toenaam worden genoemd. ,,We ha wol konkrete opsjes op it each, mar we wolle dit al soarchfâldich dwaan’’, zegt Hoogland.

Geldstromen

In de landelijke discussie over het Aanvalsplan Grutto, dat uitgaat van tien grote kerngebieden in Friesland, hoopt de provincie aanspraak te kunnen maken op 10 miljoen euro aan extra rijksgeld voor het vergroten, inrichten en beheren van het areaal vogelland. Door de vogelplannen ook te koppelen aan opgaven voor natuur, stikstof, landbouwtransitie, klimaat en veenweideplannen komen wellicht ook andere geldstromen in beeld.

Omdat veel afhangt van de vrijwillige medewerking van boeren, haakt de provincie ook graag aan bij de zoektocht naar nieuwe verdienmodellen in het door Winsemius bedachte plan, variërend van een hogere melkgeld tot lagere waterschapslasten.

Daar staat tegenover dat de provincie boeren nadrukkelijker wil wijzen op hun zorgplicht voor weidevogels. Uit de evaluatie blijkt dat er de afgelopen jaren niets is terechtgekomen van het opstellen van een gedragscode binnen de sector. Hoogland wil daarom bekijken of de zorgplicht onderdeel kan worden van de nieuwe omgevingsverordening. ,,Myn grutste winsk soe wêze dat eltse boer gewoan oan greidfûgelbehear docht en syn soarchplicht ek serieus nimt. Dan komme we foarút.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Weidevogels
Natuur en milieu