Jolanda beschrijft de jeugd van haar moeder: bonuskind Clara Haagens. 'Ze nam haar verleden mee in het graf'

Clara Haagens en haar broertje Henk. EIGEN FOTO

Clara Haagens is een van de Joodse kinderen die naar Friesland zijn gesmokkeld tijdens de Tweede Wereldoorlog. Clara en broertje Henk overleefden de oorlog. Hun ouders niet. In een kleine biografie beschrijft dochter Jolanda de jeugd van haar moeder. Een speurtocht die pas na de dood van Clara begon.

Een stralende lach en twee glinsterende ogen. De foto van Clara Haagens en haar broertje Henk is levensgroot terug te vinden in Ferwert. Onderdeel van de fototentoonstelling ‘Wy kinne der noch wol ien bij hawwe’. Clara zat in Ferwert ondergedoken bij de familie Robroch aan de Marrumerweg nummer 11.

Het was niet de eerste plek op Friese bodem voor het 9-jarige Joodse meisje. Want Clara werd in 1943 eerst naar Blije gebracht. En dat gebeurde hoogstwaarschijnlijk door koerierster Esmee van Eeghen, die onbedoeld zo’n jammerlijke rol speelde bij de dood van verzetsman Krijn van den Helm.

Met de wetenschap van nu komen de foto’s van de Joodse kinderen van toen hard binnen. De blije onbezorgde gezichtjes, de heldere oogopslag. Geen enkel vermoeden van wat ging komen, van wanhopige ouders die hun kinderen ‘uit logeren’ stuurden maar ze nooit meer zouden komen ophalen. Van complete families die in de concentratiekampen weggevaagd zouden worden. Van de gevolgen die dit zou hebben voor de rest van hun leven. Clara en Henk kwamen van Goeree-Overflakkee, waar voor de Tweede Wereldoorlog 63 Joden woonden. Van hen overleefden er zes de oorlog, onder wie dus deze twee.

Jolanda van Rij (57) is de jongste dochter van Clara Haagens. Clara en haar broertje overleefden de oorlog, hun ouders niet. Een heleboel familieleden trouwens niet, zoals Jolanda uit de doeken doet in Mijn moeder, het bonuskind. Een zoektocht naar de jeugd van mijn moeder , een beknopte biografie die begint met een ansichtkaart van haar moeder en oom Henk. Diezelfde kaart die gebruikt is voor de tentoonstelling. Clara overleed in 1997, ze heeft nooit willen praten over de oorlog. Jolanda: ,,Ze nam haar verleden mee in het graf en daarmee ook de antwoorden op al die vragen, die ik haar nog had willen stellen.’’

,,Dat pake Hessel en beppe Tjipke Robroch de onderduikpapa en -mama van mijn moeder waren geweest, hebben we altijd geweten. Ieder jaar gingen we met Pasen bij hen op bezoek. Maar ik ben pas in 2012 begonnen met mijn naspeuringen, na het zien van de oorlogsfilm Süskind , waarin Walter Süskind honderden Joodse kinderen helpt onderduiken. Pas toen vroeg ik me af hoe mijn moeder in Friesland terecht was gekomen.’’

Het was het begin van een acht jaar durende speurtocht, waarbij Jolanda in Ferwert rondvroeg en veel hoorde van oudtante Tons, een nichtje van haar moeder Clara, die de oorlog ook overleefd heeft. Ze sprak ook een leidster van de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam waar Joden werden verzameld voor deportatie, en ze kwam terecht bij het Joods Maatschappelijk werk in Amsterdam waar ze inzage kreeg in het dossier over haar moeder.

,,Mijn moeder is met Henk tussen 30 maart en 15 mei 1943 naar Blije bracht en in die tijd opereerde hoogstwaarschijnlijk maar één koerierster van Amsterdam naar Blije en dat was Esmée van Eeghen. Vanuit Blije zijn mijn moeder en Henk samen met twee andere kinderen met een busje naar Ferwert vervoerd. Ze werden allemaal door verschillende families meegenomen. Henk ging naar Holwerd en mijn moeder naar de Robrochs.’’

Clara is niet tot het eind van de oorlog op hetzelfde adres in Ferwert gebleven. Toen Hessel en dochter Ettje werden opgepakt omdat ze naar Radio Oranje hadden geluisterd, werd hun onderduikertje naar de familie Talsma in Holwerd gebracht. Die hadden drie dochters en Clara sliep in een bed met de vier jaar oudere Pietje. ,,Daar is denk ik bij mij moeder het inzicht ontstaan dat ze haar ouders nooit meer terug zou zien. Ze wilde alleen maar slapen als Pietje haar hand vasthield. En ze vroeg haar voortdurend ‘denk je dat ‘t goed komt, denk je dat ‘t goed komt’.’’

Het kwam niet goed. En Clara heeft daar nooit over willen en kunnen praten. ,,Mijn moeder heeft zielsveel van haar drie kinderen gehouden, dat weet ik. Maar ze heeft het nooit kunnen uiten. Ze omhelsde ons niet, ze knuffelde niet. Dat alles wat je liefhebt ook zo maar weg kan zijn, heeft ze nooit kunnen vergeten. Ik neem haar niks kwalijk, maar ze heeft dat ook aan ons meegegeven. Het zit ook in mijn cellen.’’

Henk mocht na de bevrijding in Friesland bij zijn opvangouders blijven. Maar Clara werd overgedragen aan familie en dat ging niet altijd even goed. Ze woonde een tijdje in Arnhem, in het gezin van een zus van haar vader. ,,Maar dat boterde niet. Ze sliep daar wel met Tons in een kamer. Die vertelde me dat Clara, die 11 jaar was, toen al niet meer over de oorlog wilde praten.’’ Uiteindelijk belandde Clara bij een andere tante in Oud-Beijerland. Daar bleef ze wonen totdat ze in 1965 trouwde met Eliza (Lies) van Rij. Samen hadden ze jarenlang een juwelierszaak in Oud-Beijerland. Ze kregen drie kinderen.

Jolanda heeft nog altijd contact met Hessel Robroch, de kleinzoon van pake Hessel en beppe Tjipke. ,,Hij noemt mijn moeder het bonuskind van zijn opa en oma.’’ Ze sprak ook met Pietje Talsma over haar moeder, maar is Pietje daarna uit het oog verloren. ,,Ik weet zelfs niet eens of ze nog leeft. Ik zou heel graag haar of haar nabestaanden een exemplaar van mijn boekje geven. Ik ben ook gebeld door een oud-klasgenootje van mijn moeder, van voor de oorlog. Die vertelde dat Clara op een dag op school kwam met een grote gele Jodenster op haar jasje. Ze ging daar heel serieus mee om. Dat klasgenootje vond het jasje met die ster zo prachtig, dat ze het een keertje stiekem aantrok en er mee naar buiten ging. Mijn moeder was helemaal in paniek toen ze haar jas niet kon vinden.’’

,,Toen mijn moeder overleed was ze pas 63 jaar. Maar ze was lichamelijk op, zo beschadigd. Alles altijd maar bij je houden, nergens over praten, dat vreet je van binnenuit gewoon op. Mijn allergrootste vraag, die ik zo graag nog aan haar had willen stellen? Dat is of ze zich gered heeft gevoeld of in de steek gelaten. Ik denk eerlijk gezegd het laatste.’’

Mijn moeder, het bonuskind Een zoektocht naar de jeugd van mijn moeder is te bestellen via [email protected]

Nieuws

Meest gelezen