Bert Looper (63) stopt na 14 jaar als directeur van Tresoar in Leeuwarden, maar hij gaat er nog niet weg

Voor Bert Looper directeur van Tresoar werd, had hij meestal een jaar of zes dezelfde baan. In Leeuwarden bleef hij 14 jaar. Maar nu is het voorbij. En toch ook niet, want er gaat een historisch circus op reis.

Bert Looper: ‘De Fryske skriuwerswrâld hat te  min brûk makke fan 2018 en net genôch kânsen  sjoen om derop mei te liftsjen.’’

Bert Looper: ‘De Fryske skriuwerswrâld hat te min brûk makke fan 2018 en net genôch kânsen sjoen om derop mei te liftsjen.’’ FOTO NIELS WESTRA

Deze week stopte Bert Looper (63) als directeur van Tresoar in Leeuwarden, na 14 jaar. Een paar dagen later loopt hij er nog gewoon rond, zelfs al is de afscheidsbarbecue al geweest. Want hij blijft nog wel een jaar werken, aan verschillende projecten. ,,Ik ha myn direkteurskeamer al opjûn’’, zegt hij bij ontvangst. ,,Om dúdlik te meitsjen dat ik gjin direkteur mear bin. Der is noch net in opfolger, ik tink dat dy proseduere nei de simmer wer fierder giet.’’

Dorpen met rijke geschiedenis

Een van de projecten die hij wil doen is een aantal Friese dorpen bezoeken, dorpen met een opmerkelijke geschiedenis, in het gezelschap van een dichter, een schrijver, een fotograaf, een journalist misschien, daar een paar dagen zijn, lesgeven, met mensen spreken, debatten organiseren. ,,As in histoarysk sirkus dat nei it doarp komt’’, omschrijft hij.

Wat voor dorpen? ,,Ik wol yn elts gefal nei Noordwolde’’, zegt hij, het dorp in Weststellingwerf met een rijk verleden in de rotanindustrie. ,,Ik ha altyd ynteresse hân yn design en tapaste keunst’’, licht hij toe. Maar met de sluiting in 1997 van de befaamde fabriek van Rohé kwam er een eind aan die meer dan een eeuw durende bedrijfstak. ,,Soene se har yn sa’n doarp net folle bewuster wêze moatte fan dy skiednis en dêr hiel oars mei omgean moatte?’’, vraagt hij zich hardop af.

Het strookt met wat Looper zei, kort voor hij op 1 januari 2007 begon als Tresoardirecteur. Looper, geboren in Heerenveen, opgegroeid in Gorredijk, had in Groningen middeleeuwse geschiedenis gestudeerd, was gemeentearchivaris geweest in Assen, Zutphen en Den Bosch, en directeur van het Historisch Centrum Overijssel. Als baas van Tresoar wilde hij ,,meer naar de mensen toe’’, wist hij toen al. ,,Ik bin in wâldpyk’’, zegt hij nu, ,,in hannelsman, krekt as ús heit. Ik ha hjir 14 jier besocht om skiednis en literatuer te ferkeapjen.’’

Inspireren

Tresoar was een paar jaar voor zijn komst ontstaan uit de samenvoeging van het Friese rijksarchief, de provinciale bibliotheek en het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum. Een archief en een literair museum ineen, en inmiddels ook (de lockdowntijd uitgezonderd) een populaire studiezaal. ,,Eins binne wy ek de universiteitsbibleteek’’, zegt Looper.

Wat Tresoar in elk geval niet is, in zijn ogen, is een ,,taalpolityk ynstrumint’’, een instituut voor het bevorderen of behouden van het Fries. Tresoar kan met behulp van schrijvers, boeken, spoken word tonen hoe mooi en rijk het Fries is, ,,dat is ús taak, te ynspirearjen mei taal’’.

Hoe ging Tresoar onder Looper dan ‘naar de mensen toe’? Er waren boekpresentaties, drukbezochte Nachten van de filosofie, schrijver Hylke Speerstra werd op zijn tachtigste verjaardag in het zonnetje gezet, er was een modeshow van Teigetje en Woelrat (Willem Bruno van Albada en Hendrik van Manen, die met schrijver Gerard Reve in Greonterp woonden). Een plan om hun archief met ‘Reviana’ uit de tijd van Greonterp naar Tresoar over te doen, ging om financiële redenen niet door.

In Tresoar werd een jaarlijks Jiddisch festival geboren, om de grote collectie hebraïca en judaïca van dr. Leo Fuks onder de aandacht te brengen. Er waren tentoonstellingen in het gebouw en kunstmanifestaties. In de centrale vide vallen vier reusachtige ‘poeziëmachines’ op, grote rollen met tekst en afbeeldingen. Dat zal alleen maar groeien, voorspelt Looper. Tresoar is in hoog tempo alles aan het digitaliseren, zodat het online beschikbaar komt en onderzoekers niet per se naar het gebouw hoeven komen. Maar dat is voor zijn opvolger.

Taalmuseum

Niet alles lukte zoals het was bedacht. Zo bestaat een deel van het bezit van het literair museum uit de Troelstra-samling, geschriften, maar ook meubels en schoenen van dichter-politicus Piter Jelles Troelstra. Die lag grotendeels in opslag. Looper kwam met een plan voor een mobiel museum in een glazen container. Hij kreeg er de handen niet voor op elkaar en achteraf was het ook niet praktisch, zegt hij nu. Het zou een broeikas zijn geworden. Een deel van de collectie is nu permanent in Tresoar te zien.

Een ander plan, voor een taalmuseum op het Oldehoofsterkerhof, was achteraf megalomaan, zegt hij. Met Koen Eekma van de Afûk had hij een vier verdiepingen hoog gebouw bedacht, waarin de taal centraal zou staan: het enige taalmuseum ter wereld. Dat ging niet door, maar wel kwam er, voor 2018, het Obe-Paviljoen. Een bescheidener, open gebouw met wisselende tentoonstellingen en tegenwoordig een informatieplek voor bezoekers.

Het is Tresoar niet gelukt een moderne museale vorm te vinden voor de Friese literatuur. Met modern bedoelt hij: niet alleen vitrines met eerste drukken of handschriften erin, of een door een schrijver nagelaten typemachine. ,,Je kinne net mear begjinne mei Gysbert Japicx, dan nei Douwe Kalma ensafuorthinne. Soest ek folle mear dwaan kinne mei oare sjenres dêr’t Frysk brúkt is, kabaret, lieten – it byld fan Tetman soe der stean kinne. De fraach is: wat is anno 2021 in literêr museum? ’’

Om daarachter te komen zijn er reisjes naar zulke musea in Duitsland gemaakt en was er contact met de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Het antwoord is er nog niet. ,,Dêr sil myn opfolger ek diskusjes oer fiere moatte.’’

Tegenreactie

Gewoonlijk bleef Looper ergens vijf, zes jaren werken. Bij Tresoar werden het er veertien. ,,Dat komt fan 2018’’, zegt hij, het jaar van de Culturele Hoofdstad. Achteraf vindt hij dat het jaar een beter platform had kunnen zijn voor de Friese kunst en literatuur – want de belangstelling was er. ,,Wy hawwe hjir dat jier fiif, seis ynternasjonale kameraploegen oer de flier hân dy’t kamen om’t hjir in eigen taal wie en dêr wat oer fernimme woenen. Ik tink dat de Fryske skriuwerswrâld dêr te min gebrûk fan makke hat, net genôch kânsen sjoen hat om dêr op mei te liftsjen.’’

Hij ziet nu, maar hij formuleert het voorzichtig, een tegenreactie op dat jubeljaar. Werd er toen van de daken geroepen dat deze provincie een ‘iepen mienskip’ is, een meertalige bovendien, in de huidige discussies over de mogelijke komst van mensen van elders en het mogelijke verlies van het Fries-eigene daardoor lijken de deuren weer gesloten te worden. ,,Sjochst dat it no folle mear giet oer hoe’t wy ússels beskermje moatte.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland