Belemmerend of verrijkend? Friese jongeren over opgroeien in een streektaal: het 'thuisgevoel' en meeschreeuwen met 'Bildtse deuntsys'

Het is vandaag Internationale Moedertaaldag, een dag die is bedoeld om de taalkundige en culturele diversiteit en meertaligheid te vieren. Deze dag wordt sinds 2000 door de UNESCO op 21 februari gehouden. Drie Friese jongeren spreken zich uit, over wat het voor hen betekent op te groeien met een streektaal als eerste taal.

Hanna Schram vindt haar opvoeding in het Hindeloopers een verrijking. FOTO LC

Hanna Schram vindt haar opvoeding in het Hindeloopers een verrijking. FOTO LC

'Ik ken niemand van mijn leeftijd die Stellingwerfs spreekt'

Annemieke Jager (15) uit Oldeberkoop spreekt thuis Stellingwerfs. Dat ze in de streektaal praat is een bijzonder verhaal: haar moeder is een echte Friezin, maar die heeft het Stellingwerfs geleerd door de vader van Annemieke. Hij is in het zuidoosten van Friesland opgegroeid. ,,Mijn broertje en ik zijn daardoor in deze taal opgevoed.’’ Haar memmetaal is dus eigenlijk afkomstig van haar vader.

'Ik vind het heel belangrijk dat deze taal blijft bestaan en niet zomaar stopt'

Annemieke ziet het niet als een belemmering dat ze de streektaal spreekt. Ze is er juist trots. ,,Ik schaam me er totaal niet voor. Ik vind het heel belangrijk dat deze taal blijft bestaan en niet zomaar stopt.’’ Volwassenen hoort ze nog wel eens in de streektaal praten, maar haar vriendinnen doen dat bijvoorbeeld niet. ,,Ik ken, naast mijn broertje, helemaal niemand van mijn leeftijd die Stellingwerfs praat.’’ Annemiek is daardoor een uitzondering op de regel. Steeds minder mensen praten in de streektaal. Ze baalt ervan dat de taal zo weinig gesproken wordt. ,,Het hoort bij deze omgeving. Het is een kleine hoek in Friesland waar Stellingwerfs gesproken wordt. Die taal is al honderden jaren oud en nu is het bijna uitgestorven. Dat vind ik echt heel jammer.’’

Op dit moment zit Annemieke in de derde klas van het VMBO. Daarvoor loopt ze een dag in de week stage bij een bloemist in Mildam. Ook daar kan ze niet in haar memmetaal uiten, maar ze kan ook met de Nederlandse taal prima uit de voeten. ,,Dat heb ik op de basisschool geleerd, omdat ik niet tweetalig ben opgevoed.’’

Zelf moest ze dus Nederlands op de basisschool leren, nu probeert ze om kinderen Stellingwerfs te laten spreken via het onderwijs. ,,Ik heb een filmpje gemaakt voor Schrieversronte.’’ Dat is ‘een instituut veur Stellingwarver tael en kultuur’. Via de organisatie wordt op basisscholen het vak hiemkunde aangeboden. Tijdens deze lessen leren de kinderen over de eigen omgeving. ,,Daarmee proberen we de kinderen enthousiast te maken en te stimuleren om de taal te spreken’’, besluit Annemieke.

‘Ons generasy is echt wel doende met de taal’

Haar moeder is een Bilkert en haar vader er ook een geworden, stelt Anne de Haas (25) uit Sint Annaparochie . Dat heeft de Friese familie ook geweten. Die spreekt Fries tegen haar en Anne antwoordt in het Bildts. ,,Ik bin my dêr och soa bewust fan. Wij binne Bilkerts en wy binne groats op ôns taal en gemeente.’’ Dat het Bildt inmiddels geen zelfstandige gemeente meer is, doet voor haar niks af aan de gevoelens voor de streek – al vindt ze het wel jammer dat daarmee een stukje ‘wij komme fan ’t Bildt’ verdwenen is.

'’t Is de fertroude omgeving in dyn hoofd'

Op de basisschool in Nij Altoena werd er vooral Bildts gesproken. Op de latere scholen in Sint Annaparochie en Leeuwarden steeds minder. ,,Maar ik bin overal met Bildtse fryndinnen hine gaan’’, zegt ze. Dat mensen de taal – geen Fries en geen Nederlands – soms niet kunnen thuisbrengen, of stads of boers noemen, kan haar niks schelen. ,,Ik praat ’t just graag en gaan nag luder praten as mînsen ’t grappig fine. Ik hew mij der nooit foor skaamd. Ik praat op myn werk bij Van der Valk fooral Frys. Maar at ik met ’n kollega bel at myn fryndinnen d’r binne en Frys praat, beginne myn fryndinnen mij keihard út te lachen.’’

Als ze buiten de provincie vertelt waar ze vandaan komt, zegt ze dat ze niet Fries maar Bildts is. ,,Ik hew niks teugen ’t Frys, maar dat maakt mij nag groatser.’’ Ze denkt dat de taal nog veel toekomst heeft. ,,Wij prate ’n prot Bildts. Ik hoor fan fryndinnen ok dat sij hur kines in ’t Bildts opfoede wille. Op de foetbâlklup staat de taal ok hoog in ’t faandel, dan tikke wij nander ok op de fingers. Ons generasy is echt wel doende met de taal. Ik froeg mij lêst ôf: dink ik ok in ’t Bildts? ’t Antwoord is ja. ’t Is de fertroude omgeving in dyn hoofd.’’

Ze denkt dat ze door de taal en cultuur wel meer aan haar streek gebonden is dan iemand uit een minder homogene streek. ,,’t Rimt dij meskien wel. ’t Sil altyd wel de omgeving weze der’t ik ’t liefst bin en ik wil ’t liefst ok dat myn fryndinnen d’r blive.’’

,,D’r is ’n duo, Leendert Nauta en Sander Krist en sij make deuntsys over ’t Bildts. Praat Bildts met my , ’n parody op Praat Nederlands met me fan Kenny B, en Bildtse kines . At ’t Stannemet is en een fan die nummers komt foorbij, dan staan wij fooran te skreauwen.’’

Hanna is op het Bogerman in Koudum de enige die Hindeloopers spreekt

'By myn freonen klinke de wurden soms oars'

Voor Hanna Schram (16) uit Hindeloopen is het de gewoonste zaak dat er in haar omgeving talen door elkaar gebruikt worden. Binnen het gezin wordt Hindeloopers gesproken. En ook appjes worden, vanzelfsprekend en moeiteloos, in die taal naar elkaar gestuurd. Hanna en haar mem en fear kunnen het van elkaar goed hebben in de schrijfwijze van een woord te worden verbeterd.

 

Vader Jan, geboren Starumer, heeft de taal zelf moeten aanleren. Hanna haar ouders spraken onderling in het begin het Staverse stadfries, maar hebben voor de opvoeding van hun kinderen bewust voor Hindeloopers gekozen. ,,Mei myn aete en ame praat ik Hylpersk en mei myn beppe dy’t yn Starum wennet Frysk, mar ek wol in bytsje in ‘mengelmoes’’, vertelt Hanna. ,,We hienen op skoalle ek Hylperske les.’’ Ze kon zich daar geen betere juf voor wensen, want haar juf Tineke Blom, vertaalde ook Nijntje in het Hindeloopers. Er is lesmateriaal voor de taal. ,,En juf sette neffens my ek ferskes út it Nederlânsk oer’’, vult Hanna aan.

Met veel van haar vriendinnen converseert Hanna ook in haar eerste taal, al blijkt dan af en toe wel de smalle basis van de taal, met enkele honderden sprekers. ,,Myn freonen en freondinnen brûke soms hiele rare wurden. Of dan klinkt it by harren hiel oars. Dat fyn ik wol grappich.’’ De basis zorgt aan de andere kant voor wat meer speelruimte en creativiteit: in huize Schram wordt de televisie ‘ut skôt’ genoemd. Het woordenboek kent die vertaling echter niet.

Hanna ziet haar ‘Hielperse’ opvoeding zelf vooral als een verrijking ten opzichte van een Fries- of Nederlandstalige, omdat ze veel talen goed beheerst. ,,Ik haw ek wol in taleknobbel.’’ Ze zit in het examenjaar van het VMBO Bogerman in Koudum. ,,Dêr bin ik no de iennige dy’t Hylpersk ken.’’

Ze wil volgend jaar graag in Leeuwarden beginnen met de mbo-opleiding toerisme. Of ze daarna weer in Hindeloopen terugkeert of haar leven op een andere plek zal verdergaan, weet ze nog niet zeker, ze neemt de taal in elk geval met zich mee.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland