Wie was het vierde slachtoffer van het bootongeluk in het Schuitengat? 'Oom Šefik was metselaar en oorlogsheld'

Šefik Begić, profielfoto Facebook 2016.

Vijf dagen na het bootongeluk in het Schuitengat bij Terschelling verscheen in de Bosnische krant Cazin een rouwadvertentie. ‘Tragisch verhuisd naar het hiernamaals. Šefik Begić, 57 jaar.’

Bij het ongeluk in het ochtendduister van vrijdag 21 oktober kwamen drie Friezen om en iemand die in de media werd opgevoerd als ‘een 57-jarige man uit Leeuwarden’. Dit vierde slachtoffer kreeg een naam toen woningcorporatie WoonFriesland een rouwadvertentie in de Leeuwarder Courant plaatste. Šefik Begić. Maar wie was hij en wat was zijn geschiedenis?

Zijn spoor voert naar Polju in het noordwesten van Bosnië en Herzegovina. In dit kleine dorp bij zijn geboortestad Cazin nemen familie en vrienden donderdag 27 oktober afscheid van hem. In het gebedshuis klinkt eerst het Asr-gebed, dan het Salat-ul-Djanazah. Een groen geverfd houten bord met zijn naam in witte letters zal later op de dag het verse graf markeren.

Op de Facebook-pagina van Elvisa Dedic stromen de blijken van medeleven binnen. Daartussen ook het gedicht ‘De Krijger’, waarvan de eerste regel luidt: A warrior is the protector of his family and those in need - een krijger is de beschermer van zijn familie en hen die in nood verkeren.

,,Mijn oom was een oorlogsheld’’, schrijft Elvisa Dedic. Zij is een nicht van Šefik Begić. Met haar corresponderen we.

Te voet terug om te vechten

Šefik werkt in het voorjaar van 1992 als metselaar in Kroatië als Serviërs, Bosnische Serviërs en restanten van het Joegoslavische leger zijn vaderland onder de voet lopen. De aanvallers verwerpen de uitslag van het referendum waarin een meerderheid van de kiezers in Bosnië Herzegovina voor onafhankelijkheid heeft gestemd.

,,Mijn oom gaf meteen zijn baan op. Hij sloot zich aan bij een groep mannen die terug wilde om hun families te beschermen. Ze gingen te voet, het was levensgevaarlijk. Ze liepen door bossen die in handen waren van de Servische strijdkrachten. Veel mensen in de groep haalden het niet.’’

Terug in zijn geboortestreek gaat Šefik naar Bihać, een stad waar moslims ruim in de meerderheid zijn. Daar is kort na het uitbreken van de oorlog de 501ste Brigade opgericht. De eenheid moet Bihać en de regio beschermen. Aan vrijwilligers ontbreekt het de brigade niet. Wel aan wapens, munitie en andere militaire middelen.

Twee keer gewond

Šefik dient tot het einde van de oorlog in december 1995. Wat hij in die drie-en-een-half jaar precies meemaakt, weet Elvisa niet. Wél, dat hij twee keer gewond raakt door geweervuur. ,,Mijn oom praatte er niet graag over. En dat begrijpen we. De oorlog in Bosnië en Herzegovina was erg traumatisch voor ons, daarom proberen we er niet over de praten. We kijken liever vooruit.’’

Na de oorlog maakt de brigade de bloedige balans op: van de 2657 militairen zijn 307 manschappen omgekomen; 1763 zijn met zware verwondingen buiten gevecht gesteld en 69 zijn opgegeven als vermist of gevangen genomen.

‘Hij kwam uit een arm gezin’

Terug in de burgermaatschappij pakt Šefik, inmiddels 31, het metselwerk weer op. ,,Daar was hij echt goed in. Hij is er heel jong mee begonnen.’’ Hij kwam uit een arm gezin, legt Elvisa uit. De inkomsten van de oudste zoon zijn hard nodig om monden van zijn drie broers en zes zussen te voeden. ,,Hij was jong volwassen. Tijd voor hobby’s was er niet.’’

Keer op keer wijkt de zwijgzame jongeman uit naar het buitenland om geld voor zijn familie te verdienen. ,,De economische situatie was in de jaren tachtig en negentig niet goed in Bosnië en Herzegovina’’, legt Elvisa uit. ,,Hij heeft in heel veel landen gewerkt, Kroatië, Slovenië, Duitsland, Oostenrijk. En Nederland, op het laatst. Tegenwoordig gaat het hier beter, maar er moet nog steeds veel gebeuren.’’

Renovatieklus op Terschelling

Dit jaar, aan het einde van de zomer, vindt Šefik Begić werk bij Douwenga Gevelrenovatie in Franeker. Douwenga heeft een grote renovatieklus op Terschelling voor WoonFriesland.

De Waddeneilanden hebben weinig eigen bouwlieden. Als er een bouwklus is, moeten de meeste timmerlieden van de wal komen. De ene aannemer regelt kost en inwoning op het eiland, de andere zet liever dagelijks de sneltaxi in. Šefik moet elke ochtend vanuit Leeuwarden komen. Waar hij precies woonde, weet Elvisa niet.

Op vrijdagochtend 21 oktober gaat het mis in het Schuitengat. Nog diezelfde dag wordt de familie op de hoogte gebracht. ,,De lokale politie informeerde een tante van me in Duitsland. Zij nam contact met ons op.’’ Šefik Begić was getrouwd met Nisveta. Ze hadden geen kinderen.

Elvisa: ,,Onze familie zal zich hem herinneren als een groot man, een man met een goed hart die bereid was iedereen in nood te helpen - een stille held die vocht voor zijn land en zijn familie.’’

Nieuws

menu