Van Cadzand tot Rottumeroog: de gouden rand van Nederland

De eerste kroniek van onze kust is uit. In zijn boek Aan zee verzamelde schrijver Martin Hendriksma grote en kleine verhalen van Cadzand tot Rottumeroog. Van onheilsvloed en nieuw land, van toplessvrijheid en godsvrees, van visserskotters en badkoetsen. „De kust is de gouden rand van Nederland.”

Martin Hendriksma op de plek die hem zo lief is. „Het strand is van ons allemaal, en dat is heel wat in dit verkavelde land.”

Martin Hendriksma op de plek die hem zo lief is. „Het strand is van ons allemaal, en dat is heel wat in dit verkavelde land.” Foto: Matty van Wijnbergen

Blond duin, staalblauwe golven, getoefd met witte schuimkopjes. Heel wat uren zag Martin Hendriksma dit beeld in Bloemendaal aan Zee. „Diepzinnig starend over het water”, zegt de 54-jarige schrijver gekscherend.

„Zonder flauwekul: afgelopen zomer heb ik hier bij strandtent Parnassia mijn boek nagelezen voor het naar de drukker ging. Stapel A4’tjes mee, versmolten met mijn onderwerp.” Dat boek, Aan zee , is nu af. Ondertitel: Een kroniek van de kust . En dat is het. „Het boek omspant vijf eeuwen van onze geschiedenis, van Cadzand tot Rottumeroog.” Hendriksma reisde langs badplaats en vissersdorp, spitte in archieven, sprak historici, en tekende persoonlijke verhalen op van markante kustbewoners.

Langs de vloedlijn

„Een vriend en ik vroegen ons af wat die 17 miljoen bubbels nou verbindt. En we kwamen uit bij de liefde voor die gouden rand van ons land. Het strand is van ons allemaal, en dat is heel wat in dit verkavelde land. Wandelend langs de vloedlijn waaien alle beslommeringen uit je kop.”

Frisjes is het vandaag, met een zilte bries. De zon schetst als een Escher schaduwen van overvliegende meeuwen over de tractorsporen in de vloedlijn. Onder Hendriksmas gympen, maat 44, knerpt het schelpentapijt aan gruzelementen. „Lekker geluidje.”

Hendriksma ging de hele kust en geschiedenis langs. „Om er lijn in aan te brengen heb ik de verhalen in chronologische volgorde gezet. Vroeger boezemde het zoute water vooral angst in, maar de zee was noodzaak om centen te verdienen. Achter de duinenrij woonden vissers en loodsen met hun gezinnen, die bij springvloed als ratten in de val zaten. Ze wisten hoe kwetsbaar ze waren, konden zomaar worden overrompeld door het watergeweld. Een Gerrit Hiemstra hadden ze toen nog niet. Mijn boek begint met de Allerheiligenvloed.”

Watersnood

Op Allerheiligen, de eerste november van het jaar 1170 stootte de zee door tussen Den Helder en Texel en gaf daarmee de eerste aanzet tot het IJsselmeer. „Tot in de stad Utrecht vingen ze kabeljauw.”

Eeuwen later, in 1953, was er de Watersnoodramp in Zeeland en de omringende gebieden in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Vlaanderen. „In Stavenisse op Tholen herdenken ze dat niet eens per vijf jaar, zoals in andere Zeeuwse dorpen, maar eens in de tien jaar. Omdat de ene helft van het dorp die ramp nog altijd ziet als strafexpeditie van God, en de andere helft dat flauwekul vindt en het wijt aan de slechte dijken. Dat schisma is er ook nog na zeventig jaar.”

Pratend met dorpelingen, hoorde hij de betere anekdotes. „Een gezin had zich verschanst op het dak van hun boerderij, en zag vanaf daar een echtpaar in een paal zitten. De vrouw schreeuwde moord en brand omdat haar man haar steeds een oplawaai gaf. Hij was bang dat ze door onderkoeling buiten westen zou raken en zou verdrinken. Die meppen brachten haar tot een vurige razernij en redden haar het leven.”

Niet gek dat de onbeheersbare zee tot grote godvruchtigheid leidde. „In dorpjes als Katwijk onderhielden ze dan ook een kort lijntje naar boven. Bidden was het enige dat erop zat.”

De zee als medicijn

Onheil was er enerzijds, piraten die schepen kaapten, visserkotters die op zee bleven. Anderzijds was de zee ook heilzaam. „Begin 19de eeuw ontdekte de elite de zee als medicijn. Kuurders sloegen zelfs een wijnroemer met zeewater achterover. Ver van het volk, in de duinen, werd in Den Haag een badhuis gebouwd. Als de gewone burger zich in de buurt waagde, kreeg hij een paar stuivers boete, wat gelijk stond aan een maandloon.”

In die tijd was het niet van holadiejee . Hendriksma wijst op zijn middel. „Een piepklein strookje bloot was al uit den boze. De badgasten gingen per badkoets, ver uit het zicht, te water. Een zwempartijtje zat er niet in, ze dompelden zich hooguit een halve minuut onder. Op de terugweg droogden ze zich af in de koets, en kleedden zich – ’snuivend als een poedelhond’, zei de folder – weer aan. Volgende!”

Topless is uit

Die preutsheid verdween als eb en vloed. „Verwacht je het eerste naaktstrand in Zandvoort, in de vrije jaren 70 kwam het veel noordelijker, bij het nog rustige Callantsoog. Daar berekenden ze benauwd dat Europa 200.000 naturisten telde. ’Als die allemaal naar hier komen, zien we geen normale badgast meer’, zeiden ze.” Het ging om geld verdienen, en ja: waar laat de naakte mens zijn portemonnee? Die blootgasten liepen maar wat te volleyballen, en dat was het wel.

Lang bleef het bovenstukje van de bikini op de kastplank liggen. Maar de preutsheid boemerangde terug. „Sinds 2005 zie je geen topless zonnebaadsters meer. Dat hadden we vijftig jaar geleden toch niet kunnen denken.”

Meer veranderde er. Zo was Zandvoort ooit een mondaine badplaats, met Grand Hotels waarnaast het Scheveningse Kurhaus verbleekte. „Zelfs keizerin Sissi verbleef er in de zomer. Ja, die strandpaleizen zijn verdwenen. Met de blauwe tram kwam de massa uit Amsterdam, en kwam er behoefte aan goedkope accommodatie. Allemanszand heet dat hoofdstuk.”

Het kon nog gewoner. Hard heeft Hendriksma gelachen om foto’s van het autostrand in Oostvoorne. „Op een stretcher naast de Ford Taunus, op een handdoek voor de Opel Kadett.”

Zeg je kustcamping dan rukt de pers meteen uit naar Bakkum, waar sinds mensenheugenis volks Amsterdam zich verpoost. Hendriksma ontdekte de Rotterdamse evenknie: Hoek van Holland. Corry van Gorp, André van Duin, John de Wolf en Gerard Cox sleten hun schoolvakanties op de camping in ’Hoek’.

Regiokranten gaven hun lezers een eeuw geleden advies voor het verblijf in de vrije natuur: Op bloote voeten loopen moet men niet overdrijven … Kampeerders zaten naast de tent, gekleed in jasje, overhemd en stropdas.

Armdikke paling

Niets wist Martin Hendriksma van Tiengemeten, tot hij de man sprak die hier opgroeide. „Nu is hier een natuurgebied aangelegd, maar het was een eilandje in het Haringvliet. Een vrijstaat van boeren. Boerenzoons crosten hier als 8-jarige jochies rond in sloopauto’s zonder nummerbord. Politie kwam er niet. Eilandbaronnen gingen eens per jaar bij hun pachters langs. Na een rondrit op een met tafellinnen bedekte platte kar kregen ze een bord armdikke paling voorgeschoteld, en met de buikjes rond namen ze tevreden de pont terug.”

In Middelburgse archieven stuitte hij op hun eigen VOC-vloot. „De Middelburgse Commercie Compagnie haalde slaven uit Afrikaans Guinea, en dat was niet erg lucratief. Voor het boek grasduinde ik in het scheepsdagboek van de Haast U Langzaam. Daarin viel te lezen dat de matrozen na maanden op zee aan het muiten sloegen, omdat ze weleens een vrouwtje wilden. Ze wezen op de slavinnen in het ruim, de kapitein wilde daar niets van weten.”

Een verhaal over een dominee die twee Rembrandts meenam naar zijn post op Vlieland, het walvisskelet dat een rondreizende attractie werd. „In het begin sloeg de wanhoop wel toe bij me. Wat had ik me op de hals gehaald? Zoveel plaatsen, zoveel verhalen; en ik had niet veel meer dan 300 pagina’s om te vullen.”

RIJNBIOGRAFIE

De auteur mag zich met recht een waterman noemen, eerder schreef hij een ‘biografie’ van de Rijn. „Iedereen keek me meewarig aan toen ik vertelde dat ik een boek over deze rivier ging schrijven. Die had toch een tuttig imago, met Zonnebloemschepen vol bejaarden, schnitzels die over de borden heen flapten en moezelwijn. Het werd missiewerk.”

En dat slaagde. Dit boek, met verhalen over het klokgebeier van verdronken dorpen, de roep van de Lorelei en de rivier als motor van de economie, werd niet alleen een kassucces maar ook de basis voor de tv-serie waarin auteur Hendriksma acteur Huub Stapel op sleeptouw nam langs de oever.

Zijn tocht langs zee, langs Zeeuwen, Zuid- en Noord-Hollanders, Friezen, eilanders en Groningers leverde een bonte mix van volksaarden, met twee grote gemene delers. „Kustbewoners herken je aan de diepliggende ogen, komt door het turen tegen het licht dat schel wordt gereflecteerd door het water. En ze zijn innovatief. Die vernieuwingsdurf zit erin. Omdat ze altijd moeten inspelen op de grillen van de zee. Met de eeuwige eb en vloed blijft niets lang hetzelfde.”

Titel Aan Zee

Auteur Martin Hendriksma

Uitgeverij de Geus

Prijs 23,50 euro (360 blz.)

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra