Suitsupply-oprichter Fokke de Jong uit Drachten, altijd onderweg naar iets nieuws

Fokke de Jong in 2016. FOTO ANP

In krap twintig jaar opende Suitsupply, het bedrijf van de in Drachten geboren Fokke de Jong (45), wereldwijd 125 winkels. Hij laat nu een nieuw hoofdkantoor bouwen op de Zuidas in Amsterdam: ,,Dit is iets wat ik straks achterlaat.’’

Fokke de Jong beschikt over een rappe tong. Als de oprichter van Suitsupply over het nieuwe hoofdkwartier van zijn bedrijf op de Zuidas (tegeover de RAI) in Amsterdam begint, krijgt zijn flux de bouche extra glans. De man die het maatpak democratiseerde, gaat dan iets voorover zitten en priemt zijn vinger in de lucht - om zijn verhaal kracht bij te zetten.

Hij pakt zijn telefoon en toont foto’s van het kantoor in aanbouw. ,,Het wordt 19.000 vierkante meter. In totaal dertien verdiepingen, waar deels ook andere bedrijven komen waarmee Suitsupply een verwantschap voelt.’’ Behalve kantoren huisvest het gebouw straks ook een flagshipstore van 1000 vierkante meter, een professionele fotostudio en een bedrijfsrestaurant.

Als De Jong een plan heeft, dan voert hij dat met een drang tot perfectie uit. Zo wilde hij voor het ontwerp van zijn nieuwe hoofdkantoor per se toparchitect Bjarke Ingels, de Deense rockstar-architect die momenteel onder meer het World Trade Center in New York bouwt en het hoofdkantoor van Google in Mountain View (Californië). Op de site van architectenbureau BIG Bjarke Ingels Group zag De Jong diens beroemde, ecologische ontwerp van een vuilverbrandingscentrale in Kopenhagen, met een skibaan op het dak en een schoorsteen die lieflijk witte wolkjes rook uitpuft. ,,Ik was verkocht. Dat was zo geestig en briljant – om van zoiets lelijks iets vrolijks te maken.’’

Hij zocht contact met Ingels en realiseerde zich toen pas dat hij te maken had met een wereldberoemde architect, voor wie 19.000 vierkante meter zoiets als een hondenmand is. Niettemin wist De Jong de architect te overtuigen. ,,Ik heb echt even mijn best moeten doen. Door hem in te laten zien dat dit gebouw straks poort van Amsterdam zal zijn.’’

Het kantoor van Suitsupply – dat in de eerste helft van 2020 klaar moet zijn – wordt een eyecatcher. Het moet net zo bij Amsterdam gaan horen als de Rembrandttoren, de Westertoren en Nemo. Met minder neemt De Jong geen genoegen. ,,Natuurlijk niet. Ik ga maar één keer in mijn leven zo'n gebouw neerzetten.’’

S laapkamer

Suitsupply wordt in 2000 opgericht door de destijds 26-jarige rechtenstudent Fokke de Jong. Vanuit zijn slaapkamer begint hij met het online verkopen van modieuze pakken, vervaardigd op klassieke wijze van Italiaanse stoffen voor een goede prijs. Als aanvulling op zijn digitale concept opent hij een fysieke winkel waar de pakken vermaakt kunnen worden. Die eerste winkel is gehuisvest op een strategische locatie: bij het brugrestaurant boven de A4 bij Hoofddorp, waar veel zakenmensen dag in, dag uit langsrijden.

Het openen van filialen op strategische plekken (,,Wij waren omnichannel voordat het woord omnichannel uitgevonden was’’) blijkt voor Suitsupply de ideale methode om grote groepen klanten te bereiken. Nog geen twintig jaar later zijn er wereldwijd 125 winkels van Suitsupply: 24 in Nederland (waaronder in Groningen), en verspreid over heel Europa (van Helsinki tot Madrid), het Midden-Oosten, Amerika en Azië.

De groei is goed, zegt De Jong, en dankzij forse investeringen van NPM Capital en enkele banken werkt hij nu aan expansie in China, maar het is overdreven om te stellen dat het allemaal ‘razendsnel’ is gegaan.

,,Ik vind twintig jaar best een lange tijd. Er is het nodige gebeurd, maar in een beheersbaar tempo. Dat is onderdeel van mijn filosofie: wij beginnen pas ergens een zaak als we de cultuur en gewoonten van een land of regio echt snappen. Een bedrijf valt of staat met zijn karakter. Dat karakter moet je zien vast te houden. Als het te snel gaat, raak je dat kwijt. Dan worden te veel concessies gedaan en verwatert de band met de klanten.’’

Die visie impliceert dat de CEO zo’n zeven maanden van het jaar reist, in voorkomende gevallen in zijn eigen vliegtuig: ,,Omdat dit de enige manier is om meerdere winkels per dag te bezoeken.’’ Want dat doet De Jong: in winkels in alle delen ter wereld gesprekken voeren, nieuw personeel ontmoeten en de lokale markt verkennen.

Hij heeft nog wel getwijfeld of Amsterdam de ideale vestigingsstad was, gezien de omzet in de Verenigde Staten en de ambities in China. Er viel niet aan te ontkomen: Amsterdam is de basis. ,,De Nederlandse afstanden maken het leven hier ongelooflijk comfortabel – in welke andere wereldstad sta je binnen een kwartiertje op het vliegveld, ben je in een halfuurtje met een bootje op het water en sta je binnen vijf minuten in het centrum? Ik zeg altijd tegen vrienden in New York: in Nederland is de reistijd tussen de Hamptons en het werk geen drie uur, maar amper dertig minuten.’’

H et beste

,,Als ik zoiets doe, wil ik het beste. Als je dan als een belegger te werk gaat, begint al snel het afknijpen en naar compromissen zoeken. Terwijl ik dit gebouw eerder zie als een groot gebaar, een ode aan Amsterdam. Tegelijk is het zo dat ik een doener ben. Je kan dat bewijsdrang noemen, maar ik denk dat het simpeler is. Het geeft me gewoon veel energie als ik dingen creëer. Zo’n bouwproject is echt iets om jezelf in vast te bijten.’’

Nooit gedacht: daar heb ik geen tijd voor?

,,Als je iets een tijdje doet, word je er ook beter in. In die zin komt er dan weer tijd beschikbaar. Zo ben ik inmiddels bedreven in het vinden van bijzondere locaties. Onze winkel in Chicago is op straatniveau onzichtbaar en ligt hoog boven de stad, met een geweldig dakterras. Daar komen mensen niet alleen pakken kopen, maar wordt ook getrouwd. In Shanghai, in French Concession, vond ik een oud landhuis in een wijk waar verder nog geen winkel zat. Dat is een trekpleister geworden. Die stappen durf ik snel te nemen, omdat ik het kunstje al vaker heb gedaan. Wat anderen als een risico zien, is voor mij dan allang een zekerheid.’’

Is het geen optie om alleen nog maar van het leven te gaan genieten?

,,Ik ben ondernemer. Daar geniet ik van. En dat gaat echt niet alleen over geld verdienen. Ondernemerschap is het creëren van vrijheid. Met Suitsupply heb ik een omgeving gebouwd die op een bepaalde manier mijn wereld is en waar mensen werken die bij mij passen. Als ik in Greenwich Village of in Peking een zaak binnenloop, tref ik mensen die in hetzelfde geloven als ik. Wat ik ook aantrekkelijk vind, is de combinatie van creativiteit en organisatie. Ik houd van esthetiek, kan dingen in beweging krijgen en ben best goed in rekenen.’’

De modesector is conservatief, zegt De Jong, en dat is zijn geluk geweest. Don’t just fit in , is niet voor niets de bedrijfsfilosofie. Dat slaat op de afwijkende winkellocaties, maar geldt ook voor het personeel. ,,Het is – laat ik het zo zeggen – bij ons geen pre als je al tien jaar in de mode hebt gewerkt. Het liefst werk ik met buitenstaanders. Met mensen die niets voor lief nemen en vragen stellen waarom we doen wat we doen.’’

H andeltjes

Don’t just fit in – het credo is ook op De Jong zelf van toepassing. De jongste telg uit een Fries gezin, opgegroeid in de omgeving van Zwolle, leek voorbestemd om als zoon van een dierenarts ook geneesheer te worden. Totdat hij, in zijn puberjaren nog, ontdekte dat hij goed was in handeltjes. ,,Ik denk niet dat ik heel veel keuze had. Het was min of meer vastgelegd.’’

Ook nu – met een geschat vermogen van 260 miljoen euro en reizend over de continenten – laat hij zich moeilijk vastpinnen. Met zijn reisdrift en woningen in Amsterdam (onder het huis van zijn ex-vrouw, zodat hun zoon en dochter van 13 en 15 zich niet hoeven te verplaatsen), Loosdrecht en in New York, wekt De Jong de indruk voortdurend onderweg te zijn.

,,Dat valt wel mee – of beter gezegd: ik vind het wel meevallen. Ik heb een paar plekken in de wereld waar ik thuis ben. Bovendien is het ook niet meer 1961. De wereld is zo bizar klein geworden. Door de digitalisering sta je voortdurend in contact met wie je ook wil. Iedereen is met iedereen verbonden. Het is niet zo dat je heel zielig op je hotelkamer zit, met een kruiswoordpuzzel in bed.’’

U vindt dit een beetje gezeur?

,,Nee hoor, ik geloof alleen niet dat je letterlijk op elkaars lip hoeft te zitten om gelukkig met elkaar te zijn. Met mijn kinderen heb ik natuurlijk altijd goed contact. Ik neem ze mee op reisjes. Een-op-een. Dan ondernemen we samen wat en gaat de communicatie dieper dan wanneer je ’s avonds om acht uur thuiskomt en samen op een bank ploft.’’

Wat onderneemt u dan zoal?

,,Even naar Parijs. Of tijdens een vakantie een tour door Amerika, met een gids die de hele geschiedenis van het continent uitlegt. Of dat we in Berlijn naar de restanten van de Muur gaan. Dat soort dingen. Dan is het samenzijn heel intensief.’’

Zijn uw kinderen de reden dat Nederland voor u de thuisbasis blijft?

,,Ams terdam functioneert gewoon het best. Ik hoor vaak: Amerikanen zijn zo snel en efficiënt. Nou, ik woon er dus deels en ik kan niet anders zeggen dan dat het daar met plakband aan elkaar hangt. Alles gaat tergend langzaam als je iets geregeld wilt krijgen. Het enige cliché wat van New York waar is, is het positivisme. Het elkaar succes gunnen. Amerika verkoopt zichzelf vooral geweldig goed: The greatest country in the world . Maar als je het met Nederland vergelijkt, wint ons land op alle fronten.’’

,,Wij klagen hier veel, maar intussen hebben we een van de best gerunde overheden van de wereld. Het onderwijs heeft een heel hoog niveau en is spotgoedkoop. In verhouding is het hele leven in dit land voor vrijwel iedereen goed betaalbaar – ook iemand met een modaal inkomen kan in een mooi huis wonen. Dat huis staat dan misschien niet in de grachtengordel, maar zeker ook niet, zoals in Londen of New York, op twee uur rijden van het werk. Nog zo’n misverstand: dat je in Amerika veel minder belasting zou betalen. Forget it! Wie goed verdient, betaalt daar gewoon 50 procent. Eerlijk gezegd is het totaal onduidelijk wat daarmee gebeurt. Het zit in elk geval niet in de wegen, de zorg of in het onderwijs.’’

Bent u trots op uzelf?

,,Op mezelf? Nee. Ik vind het bijzonder d at ik zo’n gebouw kan neerzetten. Dat is wat ondernemen is. Creëren, dingen maken. Dit is iets wat ik straks achterlaat. Mijn vader zei altijd: ‘Wat je doet, moet je goed doen’. Zo is het ook. Ik wil niet straks elke dag over de Ring rijden en denken: Fuck! Dat had echt anders gekund.’’

Een monu ment voor uzelf?

,,Houd toch op. Zo kijk ik niet naar mezelf. Het gebouw zal er langer zijn dan ik. Maar over twee eeuwen is het ook weer weg. Ik wil dat het in die twee eeuwen voor iedere Amsterdammer een baken zal zijn. Dat je ernaar kijkt en denkt: wat hebben we hier toch een heerlijke stad.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra