Opinie: Uitspraak Fries is lastiger dan u denkt

Esmé Dekker als Eliza Doolitle in de musical My Fair Lady, in april te zien in de Harmonie in Leeuwarden. De bloemenverkoopster krijgt uitspraaklessen van profesor Higgins. Foto De Graaf & Cornelissen/Roy Beusker

Tv-presentator Frits Sissing kreeg de wind van voren: hij had bij de opening van LF2018 beter moeten oefenen op de uitspraak van ‘iepen mienskip’. Maar dat is voor een Hollander lastiger dan de gemiddelde Fries denkt.

Sjoerd Hania uit Dokkum kan er met zijn pet niet bij dat Sissing niet beter geoefend heeft op de juiste uitspraak van Friese woorden als ‘Iepen Mienskip’, ‘ús heit’ en ‘It giet oan’ ( LC 30/1) En inderdaad, de juiste uitspraak van ‘ús heit’ zou voor een Hollander geen probleem moeten zijn als die maar weet dat ‘ú’ de gewone Nederlandse ‘uu’ van ‘Truus’ is. Maar de juiste Friese uitspraak van ‘iepen’, ‘mien’, ‘giet’ en ‘oan’ is voor de gemiddelde niet-Fries een bron van ellende.

Fonetiek

Hoe klanken in de verschillende talen en dialecten worden uitgesproken, is het werkterrein van de wat buitenissige wetenschap der fonetiek. De bekendste foneticus aller tijden is professor Henry Higgins uit de musical My Fair Lady , die sinds kort weer in Nederland wordt opgevoerd, in april drie dagen achtereen in de Harmonie in Leeuwarden. Collega Higgins heeft nooit bestaan, maar G. B. Shaw, de schrijver van het oorspronkelijke toneelstuk Pygmalion , waarvan My Fair Lady een bewerking is, heeft zich in 1912 laten inspireren door de eerste hoogleraar fonetiek in Engeland, Daniel Jones.

Wat de musical (en de film die daar weer op gebaseerd is; die kreeg in 1964 maar liefst acht Oscars) treffend illustreert, is hoe moeilijk het is om als volwassene te leren spraakklanken anders uit te spreken dan je van huis uit gewend bent. Het kantelpunt in het verhaal is het moment waarop het Eliza Doolittle – na dagen, weken, misschien wel maanden oefenen – lukt om de klinker in ‘rain’, (‘the rain in Spain stays mainly in the plain’) niet op zijn plat-Londens uit te spreken als ‘ai’ (zoals in Ned. ‘detail’, of in Fries ‘heit’ – maar dan alleen op de klaai) maar netjes als ‘ee’, meer zoals in Ned. ‘mee’ of ‘zee’.

,,Voor een Hollander zijn ‘wyt’, ‘wiid’ en ‘wiet’ drie keer hetzelfde''

Terug naar de hoofdvraag. Waarom is het zo moeilijk voor volwassen Hollanders, zoals Frits Sissing, om de juiste uitspraak van ‘iepen’ onder de knie te krijgen? Welnu, voor alle mensen, waar ook ter wereld, geldt dat zij bij de geboorte in staat zijn subtiele verschillen tussen spraakklanken waar te nemen. Maar al in de eerste zes maanden krijgt de zuigeling in de gaten dat de meeste klankverschillen die hij kan onderscheiden er niet toe doen. Het kind leert de spraakgeluiden te sorteren in categorieën die er wel toe doen.

Sorteren

Geluiden die binnen dezelfde klankcategorie vallen, klinken voor hem hetzelfde; alleen klanken die aan weerszijden van een categoriegrens vallen zijn nog hoorbaar verschillend. Tot de puberjaren zijn we nog in staat ons oorspronkelijke klankonderscheidend vermogen te reactiveren, maar na de pubertijd wordt dat allengs moeilijker. Een oud paard kun je nu eenmaal geen nieuwe kunstjes leren.

Het verschil tussen Fries ‘iepen’ en Ned. ‘(twee) iepen’ is maar klein. Voor het Hollandse oor vallen de ‘ie’ in het Fries en in het Nederlands in dezelfde klankcategorie, reden waarom de Hollander de afwijkende uitspraak van de Friese ‘ie’ niet hoort. Het was dan ook hartverscheurend om te zien hoe diepfries Foppe de Haan meerdere keren de woorden met de karakteristieke Friese uitspraak voordeed, en dat de arme Frits geen idee had wat het verschil was tussen Foppes Friese ‘ie’ en zijn eigen Hollandse ‘ie’.

In het Fries zijn de ‘ie’ van ‘iepen’ en ‘ii’ in ‘wiid’ (= Ned. wijd) twee verschillende klankcategorieën. Een Fries kan zich niet voorstellen dat een Hollander dat verschil ontgaat – en toch is dat zo. Wat is dat verschil dan? Taalkundigen weten dat de ‘ii’ van ‘wiid’ tijdens zijn articulatie min of meer dezelfde klankkleur houdt. De ‘ie’ van ‘mien’ begint met dezelfde klank die we in ‘wiid’ aantreffen, maar naar zijn einde toe verandert hij in de richting van de kleurloze klinker ‘e’ van het lidwoord ‘de’. Deze verandering (ook wel verglijding genoemd) maakt de Friese ‘ie’ tot een zogeheten tweeklank (twalûd). Zonder die verglijding is de ‘ie’ niet herkenbaar: voor het oor van de Fries is het dan een ‘ii’.

Voor een Hollander zijn ‘wyt’ (Ned. wit), ‘wiid’ (Ned. wijd) en ‘wiet’ (Ned. nat) drie keer hetzelfde woord met dezelfde klanken (de ‘d’ aan het einde van een woord wordt uitgesproken als ‘t’). Hij hoort het verschil niet, en kan het dus ook niet nadoen. Onderzoekers kunnen aan de hand van een spectrogram precies laten zien hoe de vorm van de mond en de keel vrij plotseling verandert in de tweede helft van het twalûd in ‘wiet’. En dit is nu precies wat de Hollander niet kan horen.

Kortom, hoe irritant ook voor het Friese oor, de Hollander doet zijn best maar kan niet beter.

Spectrogram van de Friese woorden ‘wyt’, ‘wiid’ en ‘wiet’

Vincent van Heuven (1949) is emeritus hoogleraar Experimentele Taalkunde en Fonetiek aan de Universiteit Leiden, en werkt nu als hoogleraar fonetiek en meertaligheid aan de Universiteit van Pannonië in Veszprém (Hongarije). Hij is daarnaast gastonderzoeker aan de Fryske Akademy.

Nieuws

menu