Lees hier de geopenbaarde notulen van de ministerraad. Hoe spreken leden van het kabinet achter gesloten deuren over Kamerleden?

Een unieke stap: het demissionaire kabinet publiceert notulen van de ministerraad. Lees hier mee hoe bewindspersonen achter gesloten deuren spraken over Kamerleden en het informeren van de Kamer.

Mark Rutte.

Mark Rutte. Foto: ANP

Het openbaar maken van de notulen, die normaal gesproken zeker 20 jaar geheim blijven, volgt op een publicatie van RTL Nieuws. Dat programma meldde, op basis van ministerraad-verslagen, dat het kabinet informatie over de toeslagenaffaire zou hebben achtergehouden voor de Tweede Kamer en dat er in het kabinetsoverleg stoom werd afgeblazen over kritische Kamerleden, vooral CDA’er Omtzigt.

Verscheidene ministers klaagden tijdens de ministerraad op 12 juli 2019 over kritische Kamerleden van coalitiefracties, onder wie Pieter Omtzigt van het CDA en Helma Lodders van de VVD. D66-minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken nam daarin het voortouw, maar hij kreeg bijval van premier Mark Rutte, CDA-minister Wopke Hoekstra van Financiën en D66-vicepremier Kajsa Ollongren. Dat staat in de notulen die maandag zijn vrijgegeven.

Koolmees merkte op dat Omtzigt en Lodders rond de toeslagenaffaire een ”gezamenlijke strijd” voerden samen met SP-Kamerlid Renkse Leijten tegen toenmalig staatssecretaris Menno Snel van Financiën, zijn partijgenoot. ”Spreker toont zich hierover zeer ontstemd, omdat de rol van de twee coalitiefracties weinig behulpzaam is bij het oplossen van de onderliggende problemen”, valt te lezen in het vrijgegeven gespreksverslag.

‘Weinig begrip’

Zelf had Koolmees ook wat te klagen over VVD-Kamerlid Dennis Wiersma, die hem kritisch bejegende over uitvoeringsproblemen bij het UWV. ”Het is wenselijk dat leden van de raad betreffende woordvoerders van gelijke politieke huize hierop aanspreken”, staat in de notulen te lezen.

Rutte ”kan zich vinden in de inbreng van minister Koolmees”. Hij ”toont weinig begrip voor woordvoerders van coalitiefracties die zich in de media trachten te profileren en laat weten in de richting van mevrouw Lodders reeds het belang van eenheid binnen de coalitie te hebben benadrukt”.

‘Scherper standpunt’

Ook Hoekstra sloot zich aan bij Koolmees. Hij liet optekenen dat de relatie tussen het kabinet en de coalitiefracties in de Tweede Kamer ”ingewikkeld te noemen” was. Hij zei ook dat door hem en vicepremier Hugo de Jonge ”veel tijd en energie is gestoken in het sensibiliseren van de heer Omtzigt, met overigens beperkt succes”. Hoekstra stoorde zich met name aan de suggestie van Omtzigt dat ambtenaren op zijn eigen ministerie van Financiën ”incompetent” zouden zijn.

VVD-minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur had in die periode ook moeite met Kamerleden die haar aanvielen op problemen bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Zij merkte daarover op dat het ”in geen geval” acceptabel is dat ”coalitiefracties een scherper standpunt innemen dan oppositiefracties”. Premier Rutte was het daarmee eens, zo blijkt uit de notulen.

Huidig D66-leider Sigrid Kaag had ”minder moeite” met Kamerleden van coalitiepartijen die ”zich openlijk tegen het kabinet afzetten”. Zij noemde het ”in een democratie een gezond teken dat er fel wordt gedebatteerd, ook door leden van de coalitiefracties”. Kaag zei daar wel bij dat het debat ”binnen bepaalde kaders” moest plaatsvinden en opperde dat daar misschien afspraken over konden worden gemaakt met de fractievoorzitters.

Ermee wegkomen

CDA-minister Ferd Grapperhaus bood in november 2019 aan om, samen met minister Wopke Hoekstra (ook CDA), mee te denken over een manier waarop het kabinet de Tweede Kamer tevreden kon stellen zonder alle informatie over de toeslagenaffaire te verstrekken waar de Kamer om had gevraagd. Grapperhaus vroeg zich af of staatssecretaris Menno Snel (D66) er anders mee zou wegkomen om de Kamer niet volledig te informeren.

De hele ministerraad ging akkoord met het uitblijven van een echt feitenrelaas, terwijl vooral Grapperhaus’ en Hoekstra’s partijgenoot Pieter Omtzigt daar bij herhaling om vroeg, blijkt uit de notulen.

‘Verstrekkende gevolgen’

Snel stapte eind 2019 op wegens de toeslagenaffaire. Enkele weken daarvoor kwam een hard rapport uit over het overheidsschandaal. De Kamer had Snel gevraagd om, met de reactie op dat rapport, ook een volledige tijdlijn over het overheidsschandaal op te sturen, inclusief alle relevante documenten. Snel schoof in november aan bij de ministerraad en zei vastberaden te zijn ”hier niet op toe te geven” ondanks het Kamerbrede verzoek. ”Dit zou eveneens verstrekkende gevolgen voor andere dossiers hebben”, valt te lezen in de gespreksverslagen.

Snel besluit in reactie op het verzoek van de Kamer dat ”zoveel mogelijk inlichtingen worden verstrekt, maar zal niet tot in detail worden ingegaan op het handelen van betrokken ambtenaren”. In de brief die Snel uiteindelijk stuurde, wijst hij op de documenten die zijn vrijgegeven met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Daarmee heeft hij genoeg openheid van zaken gegeven, schrijft hij in die brief.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra