Alles over Guinness, het donkerbruine bier dat populairder is dan ooit

Lauw, zonder schuim, bitter en vaak donker van kleur. Het bier van de Britse eilanden heeft lange tijd geen best imago gehad in onze streken. Maar dat is behoorlijk veranderd. IPA, amber, stout of porter: de bieren zijn populairder dan ooit.

Guinness vloeit in talloze kroegen in alle delen van de wereld.

Guinness vloeit in talloze kroegen in alle delen van de wereld.

Iers of toch Brits? Dat is in deze dagen na brexit best wel een dingetje aan de andere kant van de Noordzee. Guinness, dat donkere bier dat doorgaans in stoere pints van bijna een halve liter wordt geserveerd, heeft een gemengde achtergrond. Geboren in een tijd dat Ierland nog Brits was, en geschonken in vrijwel alle pubs tussen het Ierse An Clochán Liath en Hastings aan de zuidkust van Engeland.

Natuurlijk vloeit Guinness in talloze kroegen in alle delen van de wereld, al zien we het bijna zwarte bier opmerkelijk weinig in Nederland. Nou ja, behalve in Ierse pubs dan (vreemd dat we hier wel Ierse, maar nauwelijks Engelse pubs hebben). En dan te bedenken dat Guinness ooit de grootste bierbrouwerij ter wereld was. Weliswaar ruim een eeuw geleden, maar toch.

Tot niet zo lang geleden was Nederland vooral een land voor pils, daarbij aan de hand genomen door Heineken, twintig jaar geleden nog ‘s werelds op een na grootste bierbrouwer. Maar zelfs het oer-Nederlandse pilsbedrijf beweegt de laatste jaren steeds meer richting ander, vaak donkerder bier.

Niet gebotteld in de groene pijpjes, maar als nieuwe biertypen die Heineken stalt bij kleinere brouwerijtjes onder de eigen vleugels. IPA, stout of porter ale , het wordt nu ook allemaal in Nederland gemaakt. Waarmee Heinekens dochters aanhaken bij wat ooit de basis was van het succes van Guinness: de porter .

Donker bier van gebrande mout met flink wat alcohol

De porter ale is vermoedelijk ontstaan in Londen rond het begin van de 18de eeuw, waarschijnlijk uit het toen populaire brown ale . Sommigen menen dat het de brouwer Ralph Harwood was die in 1722 de eerste zware porter heeft gebrouwen. In de public houses – de pubs – werd het donkere bier van gebrand of geroosterd mout dé drank van de sjouwers (de porters ) langs de kades van de Theems. Bitter bier met flink wat alcohol, waarvan de sterkere variant werd aangeduid als stout , wat zoiets betekent als ‘stoer’.

Stoer bier voor stoere kerels. Als je de verhalen over de porters en stouts van toen leest zijn de huidige navolgers maar slappe aftreksels.

Belangrijker was echter dat de brouwers hun bier voortaan lieten rijpen op grote vaten in de brouwerij en het pas verkochten als het drinkklaar was en kon worden gebotteld. Een plezierige bijkomstigheid was dat in die tijd in Engeland in steenkoolovens glas kon worden geproduceerd dat veel sterker was dan het Franse glas uit met hout gestookte ovens, zodat de hoge druk kon worden weerstaan van schuimend bier. Flesbier was voor de sjouwers als kleinverbruikers een stuk handiger dan van die grote vaten. Handig ook voor de lange zeetochten of de export, want hergistend bier in afgesloten flessen gaat lang mee.

Guinness is voor Dublin wat Philips is voor Eindhoven

Daar komt Arthur Guinness om de hoek kijken, een protestantse Ier in het overwegend katholieke Ierland, waar de Engelsen de feitelijke heersers waren. Guinness, een kleine brouwer, sloot in 1759 een contract voor de huur van ruim een hectare grond bij St. James’s Gate bij Dublin voor 45 pond per jaar, met een duur van 9000 (!) jaar. Op die grond stond een oud vervallen brouwerijtje, Guinness verbouwde deze tot een van de meest innovatieve brouwerijen van zijn tijd.

Niet alleen in technische, maar ook in sociale zin was Guinness z’n tijd vooruit: hij betaalde zijn werknemers meer dan gebruikelijk, bood een weduwenpensioen en betaalde vrije dagen, onderwijs voor de arbeiderskinderen en gratis gezondheidszorg. Zoals Philips dat voor Eindhoven was, zo werd Guinness in de loop der jaren het gezicht van Dublin.

Een groot aantal Dubliners was direct of indirect afhankelijk van de brouwerij. Het bedrijf had een eigen spoorweg, een eigen brandweer, het was kortom – zoals ze bij Guinness zelf zeggen – ‘een stad binnen een stad’. Nog altijd is de brouwerij gevestigd in St. James’s Gate.

De Gravity Bar, op de bovenste verdieping van de Guinness Storehouse, biedt een fraai uitzicht over Dublin. Een toeristentrekker van jewelste, zoiets als Heineken Experience in Amsterdam. Niet dat er tegenwoordig nog heel veel bier wordt gebrouwen, dat is vooral uitbesteed.

Guinness vond z’n weg tot in alle uithoeken van het oude Britse rijk

Arthur Guinness begon rond 1770 met het brouwen van porter. Dat werd zo’n succes dat de brouwerij later volledig overging op porter en stout en de traditionele ale aan anderen overliet. Zijn eerste ‘export’ was naar Londen, maar vanaf de 19de eeuw vond het bier zijn weg naar alle kolonies van het Britse wereldrijk, van de Australische outback tot aan de Afrikaanse binnenlanden van Sierra Leone. Overal verrezen eigen Guinnessbrouwerijen – in bijvoorbeeld Nigeria is Guinness ruimschoots op de tap te krijgen.

Eind 19de eeuw was Guinness de grootste bierbrouwer ter wereld met een keur aan stouts en porters, waarvan de ‘Extra Superior Porter’ de bekendste was. Dat bier wordt nog steeds gebrouwen en is nu bekend als de Guinness Extra Stout of de Guinness Original. Te verkrijgen in de zwarte fles met het gele etiket, met verkoopcijfers die zomaar een plaatsje zouden hebben kunnen krijgen in het Guinness Book of World Records .

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Eten & drinken