Deze drie boeren en boerinnen proberen op klei, zand en veen water vast te houden

Decennialang stond de landbouw in het teken van het tijdig afvoeren van water. Boeren hebben daar nu eenmaal veel baat bij. Ze kunnen eerder en met zwaardere werktuigen het land op en de opbrengsten van gras, aardappelen en andere gewassen vallen hoger uit.

Andries Jensma in een perceel wintergerst.

Andries Jensma in een perceel wintergerst. FOTO: MARCHJE ANDRINGA

Maar dat systeem van versnelde waterafvoer heeft een keerzijde tijdens warme en droge zomers, een weerbeeld dat door de klimaatverandering steeds vaker optreedt. Boeren moeten zich meer en meer ook richten op waterberging om droogteschade te voorkomen. Drie portretten van boeren en boerinnen op klei, zand en veen die er druk mee doende zijn.

Water bergen met stro en groenbemester

Waterberging heeft dezer dagen even niet de hoogste prioriteit bij Andries Jensma. De boer uit Oudebildtzijl, die samen met zijn ooms Sjoerd en Gerlof en zijn broers Jan Syds en Sjoerd Watze een akkerbouwbedrijf heeft in Sint Jacobiparochie, is de afgelopen dagen vooral bezig met het graven van geulen om het overtollige water af te voeren. ,,Dit voorjaar is extreem nat. Met werktuigen het land op, is niet mogelijk.”

Toch kan die wateroverlast deze zomer zomaar weer plaats maken voor extreme droogte. Menig akkerbouwer is de afgelopen zomers met de neus op de feiten gedrukt. Door de hitte en het wekenlang uitblijven van regen vielen de oogsten beduidend lager uit. ,,Bij pootaardappelen en uien wel zo’n 15 procent”, schat Jensma. ,,En dat zijn toch de gewassen waarmee we onze boterham moeten verdienen.”

Een optimale waterberging creëren voor periodes van droogte is dan ook van groot belang. ,,En dat beseffen we terdege”, verklaart Jensma. ,,Te meer omdat we onze pootaardappelen vanwege bruinrot (besmetteliijke aardappelziekte) niet mogen beregenen met oppervlaktewater.”

De meest efficiënte manier van waterberging is volgens hem het creëren van een gezonde, luchtige bodem door het verhogen van het organische stofgehalte. Jensma: ,,Dat doe je allereerst door ruimhartig tarwe en gerst in het bouwplan op te nemen. Die gewassen wortelen tot wel 1,5 meter diep en maken de grond los en luchtig.”

,,Voorheen verkochten we na de oogst in augustus het stro aan veehouders. Dat doen we al ruim vijf jaar niet meer. Alle stro werken we onder, samen met aangevoerde(drijf)mest. We doen dat in een handeling met het zaaien van een groenbemester, bijvoorbeeld gele mosterd of bladrammenas. In december of januari werken we ook dat gewas onder en zodoende creëren we een optimaal gezonde bodem die wel tien keer meer water kan bergen dan een bodem met een heel laag organisch stofgehalte.”

Een andere manier om de waterberging te verbeteren is het losmaken van de grond tussen de aardappelruggen. ,,Dat doen we met een zogenaamde freestand tijdens het opfrezen, om de aardappelruggen groter te maken. We gebruiken die technologie nu ook al zo’n vijf jaar en het bevalt prima. Het zorgt er voor dat er meer water in de grond blijft en minder uitspoelt naar het oppervlaktewater.”

Peilgestuurde drainage voor boerenland en bos

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig werd in het kader van een ruilverkaveling een brede, diepe sloot gegraven dwars door het land van het melkveebedrijf van Grytsje van der Sluis en haar man Gerbrand van ’t Klooster in Haule. Het doel was om het achterliggende laaggelegen land van een goede ontwatering te voorzien.

Het gevolg was echter ook dat door die nieuwe sloot water onttrokken werd van de hoger gelegen percelen. In de warme droge zomers van de afgelopen jaren waren de gevolgen pijnlijk zichtbaar. ,,Er was sprake van veel droogteschade en van fors lagere grasopbrengsten”, verklaart Van der Sluis.

Hoe deze problematiek aan te pakken? Hoe kan het water op de hoger gelegen percelen beter vastgehouden worden? De vorig jaar samen met agrarische natuurvereniging Elan en Wetterskip Fryslân bedachte oplossing is om de sloot te dempen. In die gedempte sloot ligt een dikke pijp die moet zorgen voor de afwatering van het lager gelegen land. Op het hoger gelegen land zijn peil gestuurde drainagebuizen aangelegd die met een verzameldrain op de kopakker met elkaar verbonden zijn. Deze pijp loopt naar een put waar het waterpeil geregeld wordt. Als het droog is wordt het water vastgehouden, is het te nat dan wordt het overtollige water afgevoerd naar de sloot.

Door dit peil gestuurde drainagesysteem verloor ook de sloot tussen het boerenland en het Blauwe Bos (150 hectare) haar functie. Die sloot is inmiddels ‘ontdiept’ tot een greppel, waardoor er veel meer water vastgehouden wordt in het bos. ,,Zodoende is een echte win-winsituatie ontstaan voor landbouw en natuur en dat was voor de provincie aanleiding om een deel van de kosten op zich te nemen. ,,En daar zijn we maar wat blij mee. We zijn ervan overtuigd dat ons melkveebedrijf nu beter bestand is tegen droge en warme zomers.”

‘Hoog als het kan, laag als het moet’

Klimaatverandering, dat is heus wel aan de hand, zegt Almar Stegenga die bij Oudega (De Fryske Marren) een melkveebedrijf heeft met 140 koeien en 84 hectare. Maar de paniek eromheen, het gedoe met code rood, scholen die na één nacht ijs dichtgaan, dat ergert hem.

Zijn realiteit is er een van drie extreem droge zomers achter elkaar. ,,Problematysk, want der groeit niks.’’ Door toeval waren de boeren in de omgeving van Oudega en Gaastmeer al een paar jaar bezig met bevloeien en beregenen. ,,Dat is begûn mei de mûzeskea yn 2015, it jier dat it molkekwotum derôf gong. Elkenien woe melke, mar der wie gjin fretten. Dikke ramp. Dat elk sette syn lân ûnder wetter om de mûzen te fersûpen. It lân herstelde enoarm, der kaam in soad fretten fan.’’

Hoewel de inklinkingsproblematiek in zijn regio volop speelt, noemt Stegenga zijn positie bevoorrecht. Ten eerste is er meestal volop water in de boezem om te bevloeien. Ten tweede is er goede samenspraak met Wetterskip Fryslân. Sinds twee jaar staat de rayonmedewerker toe dat de boeren zelf de schuiven bedienen. ,,Sa lang as we der gjin misbrûk fan meitsje.’’ Dat ligt op de loer omdat er in het bemalingsgebied 2 meter hoogteverschil is. ,,As ien op it heechste punt de skúf iepen docht en dy lit him in nacht iepen stean, dan stiet it putsje fan ’e polder de oare deis ûnder wetter.’’

Tot nu toe is het vertrouwen niet beschaamd. Sterker, wat spontaan begon, is een officiële proef geworden: ‘Hoog als het kan, laag als het moet’. In De Kromme Jelte doen alle veertien veehouders mee. Eventuele weerzin is weggenomen door de belofte dat na vijf jaar het oude regime hersteld wordt. Tenzij iedereen anders wil.

Met plezier ziet hij hoe de regenval van de afgelopen maanden in de bodem is gebufferd. ,,It drûge waar komt der wer oan, hoe mear dat je bufferje kinne, hoe moaier it is. Dêr kinst yn ’e simmer op teare.’’

,,De keunst is: hoe hâlde we it fêst en kinne wy tagelyk it lân bewurkje? Dat is de syktocht.’’ Een heel precieze zoektocht, want geen gebied is gelijk. ,,De oplossing kin net foar hiel Fryslân gelyk wêze. Maatwurk per gebiet is de oplossing. As wy it lân net opkinne, hawwe wy gjin ruwfoer fan kwaliteit en dan kinne wy ek niks fertsjinje.’’

Profetische woorden over nieuwe verdienmodellen (lisdodden, schapen, lichtere koeien, campings), hij heeft er niks mee. ,,Ik ha se noch net sjoen. Ja, sa no en dan hat ien der in aardige twadde tûke oan. Mar we kinne net allegear in kemping ha.’’ Melken was, is en blijft de basis voor verdiensten op de veengreide, is zijn overtuiging.

Tien jaar lang betaalden de boeren in zijn ruilverkavelingsgebied voor ontwatering. Er liggen nog zestien jaar aan rekeningen in het verschiet. Dat is ongerijmd, als het waterpeil structureel omhoog gaat. Die discussie gaan ze in Oudega nog aan. Om hoeveel gaat het? ,,Rekkenje mar op rûchwei 60.000 euro by 50 hektare. We witte allegear wol: as it om jild giet, is der noait ien thús.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Agrarisch / Landbouw