Kalverhouders staat door corona het water aan de lippen maar op extra steun hoeven ze niet te rekenen

De financiële nood onder kalverhouders blijft onverminderd groot door de coronacrisis. Landbouwminister Carola Schouten ziet echter geen mogelijkheden voor een specifieke steunmaatregel.

De verliezen voor kalverhouder Piet Wisse  uit Wâlterswâld zijn dit jaar al opgelopen tot 200.000 euro.

De verliezen voor kalverhouder Piet Wisse uit Wâlterswâld zijn dit jaar al opgelopen tot 200.000 euro. FOTO JAN SPOELSTRA

Nederlands kalfsvlees wordt merendeels afgezet naar Zuid-Europa waar het vooral in restaurants wordt geconsumeerd. Die opsomming maakt duidelijk dat deze sector met zijn 1400 kalverhouders vanaf het begin van de coronacrisis keihard getroffen wordt. ,,Normaliter verdient een kalverboer circa 20 tot 25 euro aan een afgemest kalf. Nu bedraagt het verlies bij sommige boeren 100 euro per dier”, verklaart voorzitter Wim Thus van boerenorganisatie LTO Kalverhouderij. ,,Dat betekent dat sommigen vele tienduizenden euro’s hebben moeten interen op hun reserves. Ga maar na. Een gemiddeld gezinsbedrijf levert jaarlijks tweeduizend kalveren. Bij een verlies van 100 per kalf heb je het over een totaal verlies van 200.000 euro.”

Vrije kalverhouders lopen meeste risico

De meeste financiële pijn zit hem bij de zogenaamde groep van circa 550 vrije kalverhouders. Ze mesten hun dieren af voor eigen risico en moeten het doen met de zeer lage marktprijzen. Een groot deel van hen valt al onder het bijzonder beheer van hun bank. De overige ongeveer 850 boeren houden de dieren op contract voor een voer- of slachterij-integratie. Deze partijen nemen een deel van de verliezen voor hun rekening en laten een deel van de stallen leeg staan. Zodoende voorkomen ze een extra prijsdrukkend overaanbod.

LTO heeft onlangs landbouwminister Carola Schouten wederom geattendeerd op de problematiek van vooral de vrije mesters. Schouten toonde zich betrokken, maar ze zei ook dat de ondersteuning binnen de bestaande regelingen gevonden moet worden. De politieke ruimte om buiten deze regelingen te zoeken naar oplossingen is volgens haar zeer beperkt.

,,En dat doet zeer”, verklaart Thus. ,,Voor de sierteelt en de aardappelsector werden direct wel steunpakketten opgetuigd. Schouten zegt dat dit voor de kalverhouderij niet nodig is, omdat we kalfsvlees kunnen opslaan. Ze gaat echter geheel voorbij aan de kosten voor de opslag en de waardevermindering van het vlees.”

Mesters hebben niets aan bestaande maatregelen

Volgens kalverhouder Piet Wisse uit Walterswald, tevens bestuurslid van LTO, is het probleem van de bestaande steunmaatregelen juist dat kalverhouders daar niks aan hebben. ,,Voor de eerste twee maatregelen kwamen we niet in aanmerking en de derde maatregelen biedt maar zeer beperkt soelaas. Je komt er voor in aanmerking als de omzetdaling meer dan 30 procent bedraagt. Vanwege onze hoge kosten en de lage marges is ook een omzetdaling van 20 procent al funest.”

Wisse, die in 2019 uitbreidde van 700 naar 2000 dieren, is eveneens een vrije mester, maar hij prijst zich gelukkig dat hij de zogenaamde blanke kalveren houdt voor het witvlees. Dit segment heeft zich beter hersteld dan het vlees van rosékalveren doordat blankvlees minder afhankelijk is van de horeca en de voerkosten lager zijn geworden. ,,We hebben dit jaar 200.000 euro verlies geleden, de aflossingen zijn tijdelijk stopgezet en het potje voor het verbouwen van de woning is leeg. We zijn dan ook heel blij met het prijsherstel. We kunnen gelukkig onze rekeningen weer betalen.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Agrarisch / Landbouw
Coronavirus