Fries investeringsfonds groeit uit tot een grondbedrijf van formaat in Roemenië. 'Wy binne gjin sprinkhoannen dy’t it lân kealfrette en dan fuortgeane'

Investeringsfonds Frisian Investors groeide het afgelopen decennium uit tot een grondbedrijf van formaat in Roemenië. De Friese initiatiefnemers runnen daarnaast nog een mega-akkerbouwbedrijf in Oost-Europese land. ,,We jouwe de lânbou dêr in enorme ympuls”, aldus initiatiefnemer Minne Lettinga uit Dongjum.

Minne Lettinga tussen de maïs.

Minne Lettinga tussen de maïs.

Minne Lettinga stond in 2007 voor een lastige keuze. De destijds 54-jarige akkerbouwer uit Dongjum en mede-oprichter van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond wilde zijn boerenbedrijf met nog eens 50 hectare uitbreiden. Echtgenote Saakje had daar echter grote moeite mee. Waarom nog zoveel miljoenen euro’s investeren terwijl geen van de drie kinderen het ouderlijke bedrijf wil overnemen?

De uitkomst: de koop ging niet door en Lettinga zette het akkerbouwbedrijf in de verkoop. Want zonder een uitdaging verder boeren, dat zag hij niet zitten. ,,Ik bin ûndernimmer en foar my is stilstân efterútgong.” Om een forse vermogensafdracht aan de fiscus te voorkomen, runde hij het bedrijf nog drie jaar in een soort bv-constructie.

En toen? Met Saakje op een elektrische fiets in een Gaastra-jas door Friesland toeren, dat zag Lettinga niet zitten. Hij stortte zich een tijdje op buitenlandse projecten voor aardappelhandelshuizen en landbouwmachinefabrikanten. Boeiend, interessant, maar al snel kon dat uurtje-factuurtje werken hem ook niet bekoren. Hij miste het echte ondernemerschap: investeren en risico’s nemen. ,,Dat is myn drive en dat sil ek altyd sa bliuwe.”

Om die reden oriënteerde hij zich op grondprojecten in opkomende landen. Investeringen in Ecuador en Ethiopië zijn tot nu toe niet succesvol. In Ecuador is het management niet op zijn taak berekend en in Ethiopië is het door de burgeroorlog en de dominantie van de Chinezen eveneens geen vetpot. In Suriname was hij enthousiast over de vruchtbare delta, maar waarschuwingen over de verstikkende corruptie weerhielden hem van ondernemersavontuur in de voormalige Nederlandse kolonie.

Graanschuur

En toen diende in 2010 Roemenië zich aan. Financieel adviseur Johannes Houtsma uit Hallum (Da Vinci Finance) had met een groep vrienden en kennissen het idee opgevat om te investeren in landbouwgrond in dit Oost-Europese land dat in 2007 was toegetreden tot de Europese Unie. Of Lettinga hen met zijn kennis van grond en gewassen ter plekke wilde adviseren?

Daarna ging het snel. Lettinga zag volop kansen en mogelijkheden om aan de slag te gaan met die enorme arealen vruchtbare, maar niet efficient bewerkte akkers. Lettinga besloot met de collega-boeren Johannes Houtsma uit Schingen, Fokke Fokkema uit Slappeterp, Jentje de Boer (nu Tsjechië) en Frans Schreiber (voormalig veearts in Ee) om als de Frisian Investors de Roemeense grondmarkt op te gaan.

Roemenië is zeer geschikt voor akkerbouw en was ooit de graanschuur van Europa. Door met pachters de grond en de teelttechniek samen te verbeteren kan de opbrengst per hectare fors stijgen. Roemenië mag dan af en toe kampen met een extreem droge zomer, met irrigatie en beregening is die bedreiging grotendeels op te lossen. Andere voordelen zijn dat het land onder de Europese wetgeving valt en grondeigenaren in aanmerking komt voor Europese landbouwsubsidies. Allemaal factoren die de basis vormen voor een goed rendement.

Ze richtten zich op de regio rondom de Oost-Roemeense stad Braïla in de Donauvallei. Een gebied met veel potentie: vruchtbare grond, niet duur en de aanwezigheid van een nooit droogstaande rivier (Siret) voor irrigatie. Het nieuwe avontuur begon echter met een tegenvaller. Ze legden gezamenlijk 1,5 miljoen euro in, in de veronderstelling daar 1000 hectare voor terug te krijgen. De ingeschakelde makelaar wist echter ‘maar’ 700 hectare grond te kopen. ,,Der is dus jild oan de strykstôk hingjen bleaun”, zegt Lettinga.

Ze besloten daarop ter plekke een eigen makelaarskantoor op te zetten: Landagra. Onder leiding van Schreiber werken daar vier Roemeense werknemers aan de aankoop en verhuur van landbouwgronden. ,,It binne hiele deskundige minsken dy’t we goed betelje en dy’t dêrom ek by ús bliuwe.”

Ethisch

Na verloop van tijd begonnen ook vrienden, kennissen en familieleden zich te interesseren in een Roemeense grond. Om te voorkomen dat de aandeelhoudersvergadering een Poolse landdag zou worden werd besloten tot de oprichting van een besloten vennootschap en de uitgifte van certificaten (aandeelhouders benoemen een bestuur, maar hebben via de aandelen geen zeggenschap over het beleid). Die constructie maakte het tevens makkelijker om investeringsrondes uit te schrijven voor derden. Dat is de loop der jaren al zes keer gebeurd. In totaal is zo’n 14 miljoen euro opgehaald waarmee ruim 3000 hectare is gekocht. Het merendeel wordt gepacht door Roemeense boeren.

Is het ethisch om als vermogende West-Europeaan geld te verdienen in het minder bedeelde Oost-Europa om zelf nog vermogender te worden? Het is een vraag die blijkbaar ook in Roemenië leeft. Voor de huidige socialistische regering was het aanleiding om een wet te maken waardoor Roemenen bij grondtransacties het recht op eerste koop hebben.

Lettinga reageert met een tegenvraag: ,,En hoe komt it dan dat Roemenen graach oan ús lân ferkeapje wolle en fan ús lân hiere wolle? Om’t wy gjin sprinkhoannen binne dy’t it lân kealfrette en dan fuortgeane. Nee, wy helpe mei ús kunde en erfaring út Nederlân mei oan hegere opbringsten fan it lân.’’

Frisian Investors investeert met de pachters al jaren in het samenvoegen van percelen om efficiënter te kunnen werken, in bodemvruchtbaarheid, in irrigatie en in een goede registratie. Door dat laatste zijn de pachters er zeker van ze de Europese landbouwsubsidie (een toeslag van circa 200 euro per hectare) op hun rekening krijgen. Lettinga: ,,Dit jier sille wy foar it earst dividend útkeare. Dêrfoar is alle jild ynvestearre yn in goeie lânboustruktuer.”

Vaste grond

Op dit moment loopt de zevende investeringsronde voor de aankoop van nog eens 300 hectare. De minimale inleg is wederom 50.000 euro. Volgens Lettinga is het slechts een kwestie van tijd voor het benodigde geld binnen is: 1,6 miljoen euro. Hij wijst op de vele boeren die overwegen om hun bedrijf te stoppen en op het feit dat geld stallen bij de bank almaar meer geld kost. De geldontwaarding gaat de komende tijd de spuigaten uitlopen, Lettinga is daarvan overtuigd. ,,Dat kin net oars. Der wurdt sa in soad fergees jild yn de ekonomy pompt.”

Voor Frisian Investors reden om wekelijks op de voorpagina van boerenweekblad Nieuwe Oogst te adverteren met de slogan: ‘Bent u klaar voor inflatie?’ Met daarbij de oproep: ‘Investeer in akkerbouwgrond in Roemenië voor vaste grond onder uw voeten’.

Lettinga voegt er fijntjes aan toe dat een aantal percelen al verdrievoudigd zijn in waarde. ,,Grûn dy’t wy foar 2000 euro kocht ha is no 6000 euro wurdich.” Die stevige waardestijging heeft ervoor gezorgd dat tot nu toe niet één certificaathouder zijn certificaten op een interne beursdag te koop heeft aangeboden. De meesten hebben laten weten dat ze dit ook de komende vijf jaar niet van plan zijn. Lettinga: ,,Men fertrout der dus op dat de grûnpriis en de pacht ek de kommende jierren noch wol yn ’e lift sitte.”

Zonnebloemen, maïs, soja en droge zomers

Frisian Investors richt zich op het verpachten van landbouwgrond in Roemenië. Minne Lettinga heeft enkele jaren geleden samen met enkele andere initiatiefnemers – Frans Schreiber, Fokke Fokkema en Johannes Houtsma uit Dronryp – ook een akkerbouwbedrijf in dit Oost-Europese land opgezet. Ze runnen dit samen met een Roemeense boer, die mede-aandeelhouder is, en zo’n vijftien medewerkers. Op maar liefst 4000 hectare gepachte grond (deels eigendom van Frisian Investors) telen ze korrelmaïs, zonnebloemen en ‘gmo-vrije’ soja (niet genetisch gemodificeerd). Ze hebben hun kaarten gezet op dit laatste gewas, omdat er in Europa een groeiende weerstand is tegen de import van genetisch gemodificeerde soja uit Zuid-Amerika. Het bedrijf ging vorig jaar door een diep dal. Door de extreme droogte vielen de gewasopbrengsten vijf keer lager uit dan normaal, terwijl de investeringen in het bedrijf gewoon doorliepen. De Friese boeren prijzen zich gelukkig dat ze tijdig een oogstrisicoverzekering hadden afgesloten. Ze hebben er alle vertrouwen in dat, als de investeringen in de renovatie van irrigatiekanalen in het gebied zijn afgerond, de risico’s van de periodieke droge zomers zijn weggenomen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie