De vrije-uitloopkip is een binnenkip geworden (en dat heeft gevolgen voor de status van het ei)

Je ziet ze in alle supermarkten: kaartjes die vertellen dat er geen vrije-uitloopeieren meer zijn. Wat er nog ligt, is afgewaardeerd tot scharrelei. Wat steekt hierachter?

Het ei-schap van de AH aan de Schrans in Leeuwarden, maandagmiddag.

Het ei-schap van de AH aan de Schrans in Leeuwarden, maandagmiddag. FOTO LC

Tot vorige week waren er nog vrije-uitloopeieren in omloop, hoewel het er snel minder werden. Deze week zijn ze er niet meer.

Welk verband is er met de vogelgriep?

Voor de vierde keer in zes jaar tijd werden Nederlandse leghennen in oktober getroffen door de vogelgriep. Het virus, meegenomen door trekvogels uit Noord- Europa, maakt de kippen sloom en kortademig, het zorgt voor ontstoken ogen, diarree en zenuwverschijnselen. Sommige vallen dood neer. Om verdere besmetting te voorkomen zijn sinds oktober ongeveer een half miljoen kippen geruimd, verspreid over zeventien bedrijven. Ook kwam er, zoals gebruikelijk, een ophokplicht.

Het is deze ophokplicht die de vrije-uitloopkippen treft. Bijna één op de vijf leghennen in Nederland is van dit type. De rest scharrelt altijd binnen. Kooikippen zijn er nauwelijks meer. Samen leggen ze tien miljard eieren per jaar. Binnen blijven de vrije-uitloopkippen gewoon eieren leggen in een tempo van één per dag.

Hoe lang kan zo’n binnenei nog beschouwd worden als vrije-uitloopei?

Het Brusselse antwoord hierop is: tot zestien weken na het begin van de ophok. Na zestien weken verandert de status in scharrelei. Op 12 februari was het zover. Tel daar vier weken bij op, zijnde de periode waarin het gelegde ei normaal gesproken in de supermarkt verkocht wordt, en het is duidelijk dat er met ingang van deze week geen vrije-uitloopei meer in het schap ligt. Daar liggen nu louter legsels met de status ‘scharrelei’.

Wat betekent dat voor de pluimveehouder?

De boer merkt zo’n statusverandering meteen in de beurs, want een scharrelei brengt ongeveer 1,8 cent minder op dan een vrije-uitloopei. Een uitzondering is er voor leveranciers die verbonden zijn aan één supermarktkreten; zij krijgen in de meeste gevallen wel de oude prijs. Zelfs sommige buitenlandse afnemers doen dat, weet voorzitter Hubert Andela van branchevereniging Anevei. Driekwart van de Nederlandse eieren gaat de grens over.

Waarom willen dan toch veel pluimveehouders af van het systeem van afwaardering na zestien weken?

,,De mens is een beetje een gewoontedier’’, zegt Andela. ,,Hij koopt meestal dezelfde eieren. Het opbouwen van de markt voor vrije-uitloopeieren kostte behoorlijk inspanning. Als je het dan eenmaal zover hebt, wil je niet dat consumenten mistasten. Want dan raken ze ontwend. We hebben dat in 2016 gezien toen er tien weken geen vrije-uitloop te koop was. Het heeft daarna een jaar geduurd voordat de vraag terug was op 100 procent. Daar hebben boeren last van, omdat ze in de eerste periode na de ophokplicht dure eieren produceren voor een markt die nog niet op niveau is.’’

Anderzijds, zou het niet raar zijn om een ei dat gelegd is door een dier dat in quarantaine zit, toch een vrije-uitloopei te noemen?

,Je kunt je ook een ander systeem voorstellen, vergelijkbaar met melk die de status weidemelk krijgt als een koe zoveel dagen per jaar buiten heeft gelopen (minimaal 120 dagen 6 uur per dag, red.). Voor leghennen zou je bijvoorbeeld een derde van haar leven kunnen afspreken. Dat is flexibeler. Als er dan wat gebeurt, hoef je niet af te waarderen. Maar dat krijgen we er in Brussel niet door.’’ Een pleidooi om pas na 22 weken dat te waarderen, strandde daar eveneens. ,,Zestien weken is het compromis.’’

Op sommige doosjes staat nog steeds ‘vrije-uitloopei’, maart klopt dus niet?

,,De supermarkten ondervangen het door bordjes bij het eischap te hangen, anders zouden alle etiketten veranderd moeten worden. Nadeel van de bordjes is dat mensen er vaak dwars doorheen kijken. Ze lezen ze niet.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie