De pootaardappel is net zo typisch Fries als koeien, zeilen en kaatsen (en gaan tot in de kurkdroge Sahel de grond in)

Bij karakteristiek Friesland denken we vooral aan koeien, paarden, zeilen en kaatsen. De pootaardappel in de noordelijke kustzone van de provincie verdient ook een plaatsje in dit rijtje, vindt akkerbouwer Teun de Jong in Sint Annaparochie.

Akkerbouwer Teun de Jong toont enkele Hermosa-knollen, een nieuw ras dat prima gedijt in de kurkdroge delen van Noord-Afrika.

Akkerbouwer Teun de Jong toont enkele Hermosa-knollen, een nieuw ras dat prima gedijt in de kurkdroge delen van Noord-Afrika. Foto: JACOB VAN ESSEN

Twee stoelen staan achter de imposante loods op het akkerbouwbedrijf van Teun en Froukje de Jong en hun zonen Roelof en Geertjan. Teun de Jong is de vierde generatie die boert op de Oudebildtdijk 487 in Sint Annaparochie. Hier vindt het gesprek plaats met uitzicht over akkers met bieten, granen en pootaardappelen. Een strakblauwe hemel, amper wind, het Bildt op zijn mooist.

Wind en bladluizen

,,Inderdaad weinig wind”, beaamt De Jong. ,,Beduidend minder dan 4 meter per seconde. Dat is jammer, want dat komt mijn betoog niet ten goede.” Hij legt uit: meestal waait het langs de Friese Waddenkust harder dan die 4 meter per seconde. Als dat het geval is, zijn er veel minder bladluizen. En des te minder bladluizen, des te minder worden aardappelplanten aangevallen door virussen die van grote invloed kunnen zijn op de kwantiteit en kwaliteit van de oogst. Dat en het feit dat de Friese kustzone koeler is en vruchtbare en goed te bewerken zavelgronden kent, maakt deze regio bij uitstek geschikt voor de teelt van pootaardappelen.

Die gespecialiseerde teelt vindt haar oorsprong aan het einde van de negentiende eeuw. Toen drong het besef door dat het afnemen van poters uit bepaalde regio’s veel rendabeler was dan zelf de vermeerdering ter hand nemen voor het volgende groeiseizoen. Dat pootgoed was sterker, vrij van ziekten en resulteerde zo in grotere en betere oogsten.

De bakermat van de pootaardappel

De noordelijke Friese kleischil is de bakermat van de pootaardappel. Dat komt, vertelt De Jong, doordat de akkerbouw hier wat kleinschaliger was dan in Groningen en Zeeland waar grote herenboeren geen zin hadden in dat gewroet in de bodem. Die hielden zich liever bezig met maaigewassen zoals graan, vlas en erwten. Noord-Friesland telde meer kleine boeren, gardeniers, die zich vol overgave stortten op het kweken van nieuwe aardappelrassen.

De toenmalige Friese Maatschappij van Landbouw (Friese Mij) heeft een essentiële rol gespeeld in de verdere ontwikkeling van de Friese poterteelt. Ze ging over tot het onafhankelijk keuren van pootaardappelen door gezaghebbende boeren en verstrekte waarborgen. Dat gaf vertrouwen en een enorme boost aan de handel via het aardappelverkoopkantoor, eveneens opgezet door de Friese Mij. In 1919 werd deze activiteit verzelfstandig en werd de ZPC opgericht, in 1999 gefuseerd met Hettema tot HZPC.

Kunstje afgekeken

Dat samenspel tussen kweek, teelt en verkoop verliep vooral in Friesland uiterst succesvol, betoogt De Jong, die naast akkerbouwer ook voorzitter is van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond en raadslid voor de VVD in Waadhoeke. Het zorgde ervoor dat er telkens nieuwe markten en afzetmarkten werden aangeboord. Er kwam een gezamenlijk kweekbedrijf, Ropta in Metslawier, dat nog altijd deels in wisselwerking met de boerenkwekers nieuwe rassen ontwikkelt. De vraag nam toe waardoor de poterteelt zich ook kon uitbreiden naar Noord-Groningen, de Noordoostpolder en Zeeland. ,,Maar zij hebben het kunstje afgekeken van de Friese telers en kwekers.”

Die nieuwe afzetmarkten werden vooral gevonden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, waar de aardappel een prominente groente is. Met zijn korte groeiseizoen van zo’n tien weken past de aardappelteelt er prima in de relatief koele wintermaanden. ,,Het zijn voor ons ook lucratieve markten doordat ze niet zoals in Europa gedomineerd worden door grote supermarktketens en grote aardappelverwerkende concerns. De poters gaan er naar boeren die hun aardappeloogst merendeels verkopen op lokale markten. Dat geeft veel meer vrije handel.”

Hermosa

Firma De Jong teelt op haar akkers ook weer zo’n nieuwe aardappeltopper voor dit kurkdroge deel van de wereld. Het gaat om 8 hectare Hermosa, een door HZPC verhandeld ras dat sinds twee jaar op de Nederlandse rassenlijst staat. Een vroege pieper die zelfs in Soedan en Mali, in het hart van de Sahel, prima gedijt. ,,Hij heeft weinig bemesting nodig, kent een goede bewaarbaarheid en levert grote knollen op die bovendien erg smaakvol zijn. Zelfs bij onze huisverkoop verkopen wij regelmatig Hermosa.”

,,We zijn er zo aan gewend al die nieuwe rassen, maar het vervult me altijd met grote trots. Amper vier weken nadat wij geoogst hebben, gaan de Hermosa’s in Soedan weer de grond in. Om er zodoende een grote bijdrage te leveren aan de voedselvoorziening. Net als in andere delen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Dat is toch geweldig! En dan begrijp je ook waarom je in deze contreien geen plannen moet lanceren om dijken door te breken”, zegt hij, verwijzend naar het overheidsvoornemen om in de Westhoekpolder een natuurlijke overgang te creëren tussen zoet en zout.

Herre en Herre Kingma

Firma De Jong is nauw verbonden met de Hermosa. In 2016 namen ze het akkerbouwbedrijf over van Herre Kingma in Westhoek, de kweker van het ras. Vader en zoon Herre en Herre namen zo’n 12 jaar geleden een kloon knollen over van het kweekbedrijf van HZPC in Metslawier om er vervolgens op hun eigen proefvelden mee te selecteren. Met als streven een nog beter ras te kweken voor de overzeese markten. De Jong zorgde in die jaren voor de vermeerdering van het ras voor de verzending naar diverse proefvelden in Noord-Afrika.

Het is een succesvol kweekproject geworden. De Hermosa werd zodanig onderscheidend bevonden dat hij in de rassenlijst is opgenomen. De Jong; ,,Kingma, ook een vermaard waterschapbestuurder, is vorig jaar zomer helaas overleden. Maar het is mooi dat hij de vermelding op de rassenlijst nog heeft meegemaakt. Zijn zoon Herre overleed in 2014. Hermosa is een prachtige naam. Hij verwijst naar Herre en het Spaanse woord voor mooi.”

Groeischeuren

Is deze nieuwe pieper van Friese bodem, een blijvertje? De markt zal het uitwijzen, verklaart De Jong. ,,Zoals gezegd, het ras heeft zonder meer potentie. Maar er zijn ook minpuntjes. De phytophthora-resistentie (schimmelziekte) kan beter en het ras is ook gevoelig voor wisselende groeiomstandigheden. Als bijvoorbeeld een koude periode gevolgd wordt door meerdere dagen met vocht en warmte kunnen er groeischeuren ontstaan in de knollen.Maar de zoektocht van kweekbedrijven en kwekers zal altijd doorgaan. Er is altijd behoefte aan een nog betere aardappel.”

Het gesprek zit er op, de stoelen gaan weer naar de kantine. De Jong besluit een knipoog: ,,En nog steeds is het windstil. Dat moet niet zo blijven. Anders verliezen we een belangrijk voordeel bij de teelt van de pootaardappel.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Agrarisch / Landbouw
Instagram