De huizenprijs in Friesland blijft maar stijgen (en het afschaffen van de overdrachtsbelasting lijkt averechts te werken)

FOTO ANP

De woningmarkt wil maar niet kalmeren. De gemiddelde huizenprijs in Friesland lag in het eerste kwartaal van dit jaar 6,1 procent hoger dan in het laatste kwartaal van 2020.

Dat blijkt uit cijfers van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) die donderdagochtend bekend zijn gemaakt. In het eerste kwartaal van dit jaar zijn er in Friesland veel minder woningen verkocht dan in de laatste maanden van vorig jaar: 988 in totaal. Dat is een derde minder. In de hele provincie daalde het aantal verkopen, behalve in de zuidwesthoek. Daar was opvallend genoeg een stijging van 10 procent te zien, vergeleken met dezelfde periode vorig jaar.

Tegen het einde van 2020 was het bij makelaars en notarissen extreem druk. Veel starters wilden hun slag slaan omdat de overheid had beslist dat de overdrachtsbelasting voor kopers jonger dan 35 jaar in het nieuwe jaar eraf zou worden gehaald. Die massale drukte lijkt een voorname reden te zijn dat er nu fors minder is verkocht. ,,Dat moat ien fan de redenen wêze’’, zegt Willem Donker, voorzitter van de Friese afdeling van NVM. ,,Der stiene minder hûzen te keap.’’

Boven de vraagprijs

Een huis kost in Friesland momenteel ruim 20 procent meer dan een jaar geleden. De gemiddelde prijs is 293.000 euro, tegenover 385.000 landelijk. Het is voor het zevende kwartaal op rij dat het record voor de gemiddelde koopsom wordt verbroken. Meer dan de helft van de woningen (52,7 procent) is in het eerste kwartaal boven de vraagprijs van de hand gedaan, landelijk ligt dat percentage nog iets hoger.

Woningen staan nog amper een maand te koop, blijkt uit de jongste NVM-cijfers. Dat komt vooral door de lage hypotheekrente, gunstige financieringsvoorwaarden - starters hoeven onder voorwaarden geen overdrachtsbelasting te betalen - en uiteraard de krapte op de woningmarkt. De coronacrisis heeft dus nog altijd geen invloed op het koopgedrag van consumenten. Niet zelden zijn er twintig potentiële kopers per woning. De prijzen stijgen daardoor alleen maar meer. Vooral starters zijn daarvan de dupe, omdat zij ook moeten opboksen tegen de zogenaamde doorstromer.

Overdrachtsbelasting werkt averechts

En die doorstromer heeft vaak veel geld op de bank en een flinke overwaarde op de huidige woning. De gedeeltelijke afschaffing van de overdrachtsbelasting was bedoeld om het starters makkelijker te maken een huis te kopen, maar het lijkt wel averechts te werken. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) constateerde eerder deze week al dat de starters niet zijn geholpen door de inspanningen van de overheid om deze groep meer financieringsruimte te geven.

Wie geen overdrachtsbelasting - 2 procent van de koopsom - betaalt, houdt duizenden euro’s op zak. Dat geld lijken starters nu veelal aan te wenden om meer te bieden op een huis. ,,Dat wiist de praktyk wol út’’, aldus Donker. ,,De sinten dy’t hja oerhâlde, brûke se foar in heger bod op in hûs. Dat soe dan de kâns grutter meitsje om it te keapjen.’’ Maar uit de NVM-cijfers blijkt wel dat starters alsnog heel moeilijk aan een huis komen. Het percentage doorstromers is veel hoger.

Blijvende stijging

Dat de huizenprijs in het eerste kwartaal al ruim 6 procent is gestegen, is volgens Donker geen goed teken voor de rest van het jaar. In een meeting met collega-voorzitters uit andere regio’s werd al een prognose gedaan dat er de rest van het jaar nog wel eens 6 tot 8 procent bij kan komen. Het einde van de prijsstijging is, ondanks de coronacrisis, waarschijnlijk nog lang niet in zicht.

Nieuws

Meest gelezen