Black and blue: de invloed van zwarte muziek op The Rolling Stones

Zonder zwarte muziek waren The Rolling Stones er waarschijnlijk niet geweest. Maar werd die muziek wel echt geholpen met de bemoeienissen van die Britse bleekneuzen?

Congolese postzegel met The Rolling Stones.

Congolese postzegel met The Rolling Stones.

Back To The Future . Leuke films, hoor, alledrie. Maar er zit een scène in, in het allereerste deel meteen, die me steeds meer irriteert. We zien hoe het personage van Michael J. Fox, op raadselachtige wijze vanuit de jaren tachtig naar dertig jaar eerder teruggereisd, op een dansavond de show steelt met gitaarstrapatsen uit de catalogus van Eddie van Halen. Waarna een aanwezige meteen zijn neef, ene Chuck Berry, belt om verslag te doen van die wonderbaarlijke muziek. Dat moest Chuck ook maar eens gaan doen.

Oftewel: rock-’n-roll was een blanke uitvinding, naar de jaren vijftig gebracht door een witte puber uit de jaren tachtig. Niks zwarte wortels, niks Chuck Berry. Au. Kan die film nog, in dit Black Lives Matter-tijdperk?

Goede sier maken met de muziek van zwarten

Culturele toeëigening heet het, en de muziekgeschiedenis is er vol van. Witte muzikanten die goede sier maken met de muzikale verworvenheden van zwarten. We zien het in jazz, blues, disco, folk, techno. Kevin Saunderson, een van de precies drie belangrijkste pioniers van dat genre, en zwart, kon bij het belangrijkste boekingsbureau voor techno-dj’s niet terecht, omdat het dienstdoende zulthoofd nooit van hem had gehoord. Geen wonder dat Michael Jackson dan maar besloot om wit te worden. Bob Dylan baseerde Blowin’ In The Wind op het zwarte anti-slavernijlied No More Auction Block For Me.

En The Rolling Stones dan? Die hebben hun carrière zo ongeveer gebouwd op zwarte muziek. The Beatles trouwens net zo. Maar het ligt allemaal natuurlijk niet zo, eh, zwart-wit. Beide partijen waren oprecht liefhebber van zulke muziek, net als even eerder Elvis Presley trouwens, en ze werden daardoor aan het werk gezet. En zo werden The Stones een witte rockband, de grootste misschien wel. Maar als ze live spelen, staan er altijd wel een paar zwarte muzikanten en vocalisten op het podium, om te beginnen met bassist Darryl Jones.

Ealing Jazz Club in Londen

17 oktober 1961, een belangrijke datum. Op die dag ontmoetten Mick Jagger en Keith Richards elkaar op het perron van het station van Dartford. Het was een weerzien, in het begin van het voorafgaande decennium waren ze schoolvriendjes. Richards raakte geïntrigeerd door de platen die Jagger meedroeg: platen van Chuck Berry en Muddy Waters, helden van de zwarte Amerikaanse blues en vroege rock. Op die basis hernieuwden Mick en Keith de vriendschap en de wereld werd nooit meer hetzelfde.

De context was net iets breder dan dat. De blues was al een tijdje een ding in het Engeland van die jaren. Jagger zelf zong bluesnummers met zijn schoolbandje. Iets professioneler ging het eraan toe in de Londense Ealing Jazz Club, waar zich een groep muzikanten verzamelde rond de legendarische Alexis Korner.

Naam gegapt van een plaat van Muddy Waters

Jagger en Richards trokken daar ook naar toe en troffen er Brian Jones, een gitarist die zich op eigen kracht erg optrok aan blues – en jazz, ook zwart van oorsprong. De slidegitaar, die manier van gitaarspelen uit de blues die de emoties uit de menselijke stem kan benaderen, was zijn specialiteit. En zo werd een band geboren. Hoe die band moest heten? The Rollin’ Stones, zei Jones per telefoon tegen een boeker die daarom vroeg. Hij gapte die naam van een plaat van Muddy Waters die hij zag liggen, met het nummer Rollin’ Stone Blues . De g kwam er later bij.

De liefde van de band voor de zwarte muziek, ook rhythm-and-blues en vroege soul, ging diep. Een groot deel van het vroege repertoire, ook op de eerste paar platen, kwam uit die hoek. It’s All Over Now van The Valentinos, met Bobby Womack, Time Is On My Side van Irma Thomas. Op een gegeven moment zag hun jonge manager Andrew Loog Oldham hoe hier geld weglekte. Hij dwong Jagger en Richards tot het schrijven van liedjes, zodat ze ook de songschrijf-royalty’s in eigen zak konden houden. Dat die eigen liedjes zwaar werden beïnvloed door de muziek van hun zwarte helden, hoef ik hier niet uit te leggen.

British blokes’ faces, die zijn wit

Voor de fans werd de muziek van The Rolling Stones steeds meer losgezongen van die zwarte achtergrond. Tot ergernis van de band zelf. ‘ Girl fans, particularly, would rather have a copy by a British group than the original American version—mainly, I suppose, because they like the British blokes’ faces ’, schreef Jagger al in 1964. En British blokes’ faces , die zijn wit. De rassenkaart derhalve, Mick zegt het zelf.

Tegelijkertijd had de band een veel ruiger, ‘gevaarlijker’ imago dan de brave Beatles. Ook dat valt niet los te zien van die zwarte muzikale achtergrond – niemand zal ontkennen dat zwarte muziek doorgaans meer op de heupen is gericht dan op het hoofd. Op seks dus. Maar pas op, hier wordt het linke soep met die rassenkaart. De Los Angeles Times vergeleek de bandleden bij de eerste Amerikaanse tournee in 1964 met, let op, holbewoners en chimpansees. Au.

Vuige funk en wiegende reggae

The Rolling Stones hebben hun liefde voor zwarte muziek nooit onder stoelen of banken gestoken en het werd ook nooit minder. Op het album Black And Blue uit 1976 speelden ze vuige funk ( Hot Stuff ) en wiegende reggae ( Cherry Oh Baby , eigenlijk van Eric Donaldson), twee stijlen die in dat jaar helemaal heet waren. Miss You , twee jaar later, was pure Studio 54-disco – en ook dat is een van oorsprong zwart genre.

Met Blue & Lonesome , hun tot nu toe laatste studioplaat uit 2016, sloten ze de cirkel: die plaat bevatte alleen maar bluescovers. Kunnen zij het ook helpen dat ze wit zijn – en steenrijk.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Muziek
rolling stones