Waarom zou je nu nog Waling Dykstra lezen? Drie redenen

Vandaag precies 200 jaar geleden werd Waling Dijkstra geboren in Vrouwenparochie, in de bakkerij van zijn ouders. Moeten we de man ‘die de Friezen leerde lezen’ nog lezen? Professor Goffe Jensma, hoogleraar Friese taal en letterkunde, geeft drie redenen om dat wel te doen.

Portretfoto van Waling Dykstra uit 1861.

Portretfoto van Waling Dykstra uit 1861. FOTO TRESOAR

Stelt u zich voor. Een bovenzaak van een dorpscafé, een dorpshuis. Het wapen van Jorwert, Ternaard, Gorredijk of Vrouwenparochie. Het staat er blauw van de sigarenrook en de pijptabak en het publiek is druk aan het roezemoezen, in afwachting. Ineens is het stil als twee mannen het toneel opkomen. De een is misschien verkleed als vrouw, de andere gaat als man.

Ze beginnen te spreken, de ene natuurlijk met een wat lagere stem, de ander met een hoge kopstem. Lachen, lachen, lachen, wat een pret. En het duurt maar kort tot u wegglijdt in die knappe, puntige dialoogjes, ze zuigen u de wereld in waar beide mannen het over willen hebben. En ze komen dichtbij, die twee, heel dichtbij, want anders dan u gewend bent in de kerk op zondag, of in de schoolbanken door de week, spreken ze in uw eigen taal: het Fries.

Het Fries helpt u om op het rechte pad te blijven van de innerlijke en uiterlijke beschaving. Die beschaving werd in de negentiende eeuw noodzakelijk geacht, in de tijd waarin Nederland een maatschappij in wording was, met een keur aan bevolkingsgroepen die in een proces van amalgamisering verwikkeld waren en waarin iedereen tot zijn recht moest komen. Groepen die een ding gemeen hadden: dat ze deel moesten gaan uitmaken van de Nederlandse burgerlijke maatschappij.

Pas na 1900 kwam het schriftelijk gebruik van het Fries sterk op. Daarvoor waren niet vele mensen die kunst machtig, en dus werd literatuur mondeling overgebracht. Om die negentiende-eeuwse literaire praktijk te typeren gebruik ik graag het beeld van een openbaar gebouw, een bovenzaal of misschien een huiskamer waarin schrijvers voorlezen of toneel spelen. Lezen is voorlezen. Waling Dykstra stond voor een publiek op een podium en las al dan niet uit het hoofd geleerde teksten voor.

Zijn kameraad Tsjibbe Gearts schreef in 1850:

Toen hoorden we Waling voordragen. Wat was dat enorm anders dan hoe wij dat deden. Wat was dat eenvoudig en natuurlijk. Sindsdien wisten wij hoe het Fries voorgedragen zou worden: zoals het was en niet zoals we dachten dat het moest zijn.

De belangrijkste Friese schrijver

Er is weinig in te brengen tegen het oordeel dat Waling Dykstra in zijn tijd beschouwd werd als de belangrijkste Friese schrijver. Zijn werk had dichterlijke kwaliteit, verteltalent, het was geëngageerd, humoristisch, toegankelijk. Dat was de manier om de aandacht van het publiek vast te houden en daar was Waling een meester in.

Dat zijn allerlei voorbije zaken, die in die vorm niet terug zullen komen. De vraag is: kan literatuur uit die tijd wel los van die context gelezen en begrepen worden? Wat doet het lezen van Waling Dykstra ons, als eenentwintigste-ste-eeuwers? Waarom zou men hem nog moeten lezen?

Het meest voor de hand liggende antwoord op die vraag is altijd geweest: omdat hij het is, Walingom – zoals het in het laatst van zijn dagen uit liefde en respect genoemd werd. Na Gysbert Japicx en de Halbertsma’s was Waling Dykstra de grote man van de Friese literatuur en de Friese strijd. Waling was Waling en Fryslân was Fryslân, en omdat dat zo was, was het ook zo.

Hier moet meteen bij opgemerkt worden, dat het er met die waardering niet beter op is geworden in de loop van de twintigste eeuw. Dit soort volkse, op de maatschappij gerichte literatuur raakte uit de gratie en werd vervangen door de veel meer op het individu toegespitste literatuur van de Jong-Friezen, Douwe Kalma en de zijnen.

Heimwee naar het verleden

Dan het nostalgische antwoord. De teksten van Waling Dykstra – ik spreek uit eigen ondervinding – roepen een geweldig heimwee op naar het verleden. Naar een wereld die anders was dan die van ons, die mij persoonlijk nog wel wat terugbrengt naar mijn jeugd in een klein dorp. Kalmer, minder mobiel, minder waterkundig, elektrotechnisch en digitaal be-netwerkt, minder anoniem ook. Een andere wereld dus, gestoffeerd met typstra’s en sjappy-ekstra’s met prachtige namen. Maar ook toen lag het geluk in het verleden en vonden de mensen dat alles ‘tegenwoordig’ te snel ging.

Er is nog een laatste reden – en dat is wel de belangrijkste – waarom de teksten van Waling Dykstra de moeite van het lezen nog waard zijn en dat is simpelweg omdat het over mensen gaat, omdat Dykstra van mensen houdt en omdat hij er geweldig over kan vertellen. Die kwaliteiten tillen Waling Dykstra boven zijn tijd uit. Dykstra was een extreem goede schrijver over maatschappelijke omstandigheden; een sociaal criticus uit de school van het negentiende-eeuws realisme.

De vraag wat het lezen van Waling Dykstra ons als eenentwintigste-eeuwers doet vind ik moeilijk. Net zo moeilijk als de vraag wat andere negentiende-eeuwers de doorsnee-lezer nog te bieden hebben. Zelfs relatief pas geleden overleden schrijvers als Bordewijk of Vestdijk, of in Fryslân Brolsma en Wadman, worden eigenlijk niet meer gelezen, laat staan oudere schrijvers en dichters.

Met andere woorden, misschien kunnen we de waarde van het werk van Dykstra niet inschatten zonder dat de lezer rekening houdt met de criteria uit zijn eigen tijd. Het genot van zijn werk is amper los te zien van de geschiedenis van zijn tijd.

Biografie, graag

Er is geen betere manier om dat tot zijn recht te laten komen, dan door een goede biografie van een schrijver of dichter te schrijven. Zo kan men het werk laten zien tegen de historische achtergrond waar het in tot stand kwam.

Abe de Vries, die zich ontwikkeld heeft tot een uitmuntend kenner van de Friese literatuur uit de tweede helft van de negentiende eeuw heeft twee bloemlezingen samengesteld van Waling Dykstra, Dúvelskeunstner en Folksskriuwer . Die zie ik als een eerste stap in de richting van een even prachtig, volgend boek over Waling Dykstra. Over de man, zijn tijd, en zijn werk.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Boeken