Toen de nazi's Duitsland in het duister stortten | recensie ★★★★☆

.

Het is bijna negentig jaar geleden dat in Duitsland de grote duisternis inviel van het Duizendjarig Rijk, dat in de daaropvolgende twaalf jaar het land veranderde in één grote puinhoop en in de rest van Europa dood en verderf zaaide.
Lees meer over
Boeken

Op 30 januari 1933 werd Adolf Hitler benoemd tot rijkskanselier. Duitse conservatieven hoopten op die manier de macht te kunnen overnemen, maar moesten al snel constateren dat Hitler hen binnen de kortste keren op een zijspoor zou zetten.

De Duitse schrijver Uwe Wittstock voert in zijn nieuwste boek Februari 1933 de lezer mee naar die roerige periode, aan de hand van de belevenissen en getuigenissen van talloze schrijvers, journalisten, acteurs en andere artiesten. Zo ontstaat, als in een soort dagboek, een zeer direct beeld van wat de machtsovername van Hitler en de snel daaropvolgende gebeurtenissen voor ieder van deze mensen betekenden.

Hoe snel de nazi’s hun stempel wisten te drukken op ook de cultuur van Duitsland blijkt bijvoorbeeld uit de wederwaardigheden rond de Pruisische Akademie der Künste. Als twee leden van dat genootschap, schrijver Heinrich Mann en beeldend kunstenares Käthe Kollwitz, een oproep ondertekenen aan sociaaldemocraten en communisten om gezamenlijk één front te vormen tegen de naziheerschappij, worden ze gedwongen hun zetel in de Akademie op te geven.

Dat besluit is de voorbode van een totale gelijkschakeling van het eerbiedwaardige instituut, waarvan de leden binnen de kortste keren gedwongen worden zich te onthouden van politieke activiteiten die gericht zijn tegen de regering. Bovendien worden ze gedwongen tot ‘loyale medewerking’ aan de ‘nationale culturele taken naar de geest van de veranderende historische situatie’. De totale gelijkschakeling van de cultuur is daarmee een feit.

Hoe uiteenlopend de opvattingen van schrijvers als Bertolt Brecht, Carl von Ossietzky, Gabriele Tergit, Heinrich, Klaus en Thomas Mann ook zijn, zij en alle andere vrije geesten in nazi-Duitsland worstelen met de vraag wat ze moeten doen: tegen beter weten in standhouden in Duitsland of emigreren naar veiliger oorden. Aan de hand van allerlei dagboekfragmenten en memoires schetst Wittstock hun angsten, moed en wanhoop.

Als op 27 februari een (aangestoken) brand de Rijksdag in Berlijn in de as legt, is dat voor de nazi’s het signaal om een heksenjacht te ontketenen op communisten, socialisten en anderen die ze verdenken van linkse sympathieën. Sommigen weten nog net op tijd te ontsnappen aan de naziknokploegen die nu helemaal los gaan, anderen worden opgepakt en verdwijnen achter de tralies.

UWE WITTSTOCK: Februari 1933; De winter van de literatuur. Uitgeverij Cossee (272 blz., 27,50 euro) ★★★★☆

Nieuws

menu