Rouwverwerking met beeldende kunst: herinneringen (ver)weven

Kunstenaars leggen hun eigen ziel en zaligheid in hun werk, maar kunnen ook anderen helpen dat te doen en zo rouw te verwerken. Zo ondervond glaskunstenaar Monique Verbruggen, en brengt Gea Boschma in praktijk via Herinneringsspecialisten.nl.

Ruud de Jong en Monique Verbruggen.

Ruud de Jong en Monique Verbruggen. FOTO NIELS WESTRA

LEVEN! noemt Ruud de Jong uit Leeuwarden het glaskunstwerk dat hij met Monique Verbruggen maakte. En daar heeft hij alle reden toe.

In 2018 leert De Jong glaskunstenaar Verbruggen kennen tijdens een kunstroute. Dat zij ook werk voor particulieren maakt, zet hem aan het denken. Na tien jaar worstelen met hersenvochtproblemen is zijn vrouw eindelijk in staat thuis te komen wonen. Ze zijn net verhuisd naar een woning met slaap- en badkamer op de begane grond.

De Jongs vrouw Christien woont slechts anderhalve maand in dit nieuwe huis, als ze wordt getroffen door een herseninfarct. Ze herstelt in zoverre, dat ze daarna deels thuis en deels in een instelling woont. Maar als ze nog twee tia’s krijgt, kan thuis wonen niet meer.

In het voorjaar van 2020 zoekt De Jong contact met Verbruggen in Kûbaard. Hij wil een lelijke raampartij vervangen door glaskunst. Zij komt een paar keer bij hem thuis, ze spreken over zijn werk bij het Omgevingsberaad Waddengebied en over zijn liefde voor het wad. Ze laat hem boeken zien, om zijn smaak te leren kennen en hem een idee te geven van de mogelijkheden. Vervolgens werkt ze aan een ontwerp – een combinatie van glas-in-lood, glasfusing en glaspoeder – dat ze in de zomer klaar wil hebben, mede vanwege een expositie in haar atelier.

Verbruggen heeft echter het gevoel dat ze niet op het goede spoor zit. ,,Het was steeds chaotischer geworden.’’ Hoewel ze haar oven voorzichtig stookt, komt dit voorgevoel uit. Het raam barst. Ze belt De Jong. ,,Net op het moment dat Christien in een coma was geraakt.’’ Ze heeft opnieuw een herseninfarct gekregen en overlijdt in september. Verbruggen: ,,Ik moest dit werk opzij zetten, kon het niet alleen afmaken. Daar had ik Ruuds hulp bij nodig.’’

Samenspel

Na anderhalve maand neemt De Jong weer contact op. Een reparatiepoging van het gebroken raam loopt op niets uit. Verbruggen: ,,Ik was vastgelopen, heb geen idee hoe dat kwam.’’ Tot haar opluchting zegt hij ‘Dan beginnen we opnieuw’. ,,Maar’’, zegt Verbruggen, ,,dan doen we het wel samen.’’

Met z’n tweeën buigen ze zich vervolgens over haar werktafel. Het eerste wat De Jong pakt is een rode scherf. ,,Dat is Christien’’, voelt Verbruggen meteen. Rood was haar lievelingskleur. Er ontspint zich een woordeloos spel, waarin ze om beurten stukjes glas of delen glasspaghetti pakken, elementen verschuiven, neerleggen en weghalen. De Jong: ,,Je doet iets, bent aan het scheppen. Je legt je gevoel en emotie erin, de kleuren die voor Christien staan. Dat heeft me zeer geraakt.’’

Al met al komen ze zo’n tien keer bij elkaar tot de raampartij klaar is. ,,De intentie en het gevoel was heel anders’’, merkt Verbruggen. ,,Ik had het idee dat je een monument aan het maken was’’, zegt ze tegen De Jong. Ze vraagt hem of hij het werk een titel wil geven en of hij zijn naam eraan toe wil voegen. ,,Ik vind het leuk dat je geen angst hebt, en je bent net zo goed een kunstenaar.’’ Maar dat vindt De Jong te veel eer. ,,Alles wat je aandacht geeft, groeit. Het is ieders keuze waaraan je aandacht schenkt.’’

Het werken aan het ontwerp heeft enorm bij de rouwverwerking geholpen, merkt hij. ,,Er zit veel beweging in het werk, en een verwijzing naar verschillende levensvormen. Elk is uniek, maar toch onderdeel van het grotere geheel en deel van een cyclische beweging.’’

www.moglas.nl


Vaders overhemd

De plotselinge dood van haar vader brengt in 2015 een ommekeer in het leven van Gea Boschma uit Leeuwarden. Als kind dacht ze wel ‘ik ben een kunstenaar’, maar na de opleiding Mode en Kleding, en een studie Kunst & Design kan ze geen werk vinden. Ze rolt in de zorg en wordt technisch oogheelkundig assistent. Als haar vader sterft, roept dat vragen bij haar op. ,,Wat wil ik? Wil ik hier de rest van mijn leven blijven werken?’’

Ze zit even ,,flink in de put’’. In die tijd is ze veel met weven bezig. Waarop haar moeder vraagt: ‘Kun je iets met een hemd van heit?’. Ze krijgt een tas vol overhemden mee. ,,Die heeft eerst een tijd naast mijn tafel gestaan. Ik wist niet wat ik ermee moest doen.’’ Tot ze een drempel over durft en een hemd in repen scheurt. ,,Dat was wel een stap.’’

Ook in haar loopbaan neemt ze een stap. Ze volgt de BIK, Beroepskunstenaars in de Klas, aan de Hogeschool voor de Kunsten in Amsterdam, en vindt de goede mix van projectonderwijs, werken in het Antonius Ziekenhuis in Sneek en in haar eigen atelier in De Oude Ambachtsschool in Leeuwarden.

In 2018 overlijdt Boschma’s broer. Door omstandigheden hebben zij en haar moeder geen spullen die ze dit keer kan gebruiken om te verwerken, al voelt ze wel sterk die behoefte. In november 2018 bezoeken ze samen een herdenkingsbijeenkomst op Allerzielen. ,,Iedereen kreeg een steen om te beschrijven en neer te leggen, maar dat wilde ik toen niet. Ik heb ‘m in mijn zak gestoken.’’ Ze draagt hetzelfde tricot rokje als tijdens dit gesprek, realiseert ze zich met een grijns. ,,Dat moet een gek gezicht zijn geweest: de steen in de ene zak en een prop zakdoeken in de andere.’’

Nestje voor een steen

In haar atelier krijgt de steen een nieuwe plek. ,,Mijn broer hield erg van de natuur. Ik heb een soort nestje voor de steen gemaakt.’’ Ze laat een weefsel zien, waarin ze blauwe, groene en geelgekleurde wol tussen rietstengels heeft gevlochten. Het roept associaties op met de tekst van De steen van Bram Vermeulen, een lied dat overigens vaak bij uitvaarten te horen is. De draden voegen zich als een stroom om de witte kiezel.

Haar vriendin Jeltje Weijer uit Tzum ziet dit en vraagt Boschma haar te helpen iets te maken voor haar vader die in 2019 is overleden. Weijer: ,,Mijn vader leed aan Lewy Body dementie. Tijdens zijn ziekte hebben we veel kunnen uitspreken, kwam een gevoelige man tevoorschijn. We hebben in die periode samen iets afgesloten, en daar wilde ik wat tastbaars van maken.’’

Ze krijgt van haar moeder vaders overhemd dat ze het mooist vond en scheurt dat in flarden. ,,Ik kwam met een tas vol grote en kleine stukken bij Gea.’’ De eerste keer gaan ze wandelen langs de Waddenzee, waar ze allebei graag zijn. ,,Ik heb toen schelpen en touwtjes verzameld. Ook van onze vakantie in Denemarken – vlak na het overlijden van mijn vader – had ik al dingen meegenomen, op aanraden van Gea.’’

In het atelier staat een groot weefraam voor haar klaar. ,,Eerst zat ik heel erg in mijn hoofd, wilde ik iets bedenken. Maar zo gaat dat niet.’’ Tijdens de tweede bijeenkomst spreken ze veel over haar jeugd en over de rol van haar vader daarin. ,,Toen gingen mijn handen wat doen.’’ Op de derde bijeenkomst is Weijer veel met zichzelf bezig, en werkt ze verder aan haar herinneringslandschap. ,,De vierde keer moesten we het afmaken, en dat kader is goed.’’

Weijer weet het nog precies. ‘Die tas heb ik niet meer nodig’, zegt ze tegen Boschma. ,,Toch pakte ik nog één stuk uit de tas en daar stond een soort label op in het Engels: ‘ontketen je innerlijke rebel’. Dat leek wel een boodschap van mijn vader. Júist van mijn vader. Dat raakte me zo!’’

Maar als haar werkstuk los voor haar op tafel ligt, wordt ze er ongemakkelijk onder. ,,Ik werd misselijk, voelde me opgelaten...’’ Boschma vraagt of ze het werk een kwartslag wil draaien. ,,Toen veranderde het. Ik had van het strand van die dunne blauwe draadjes van visnetten meegenomen. Die stroomden er als een riviertje doorheen, naast de baan van heits overhemd. De mengeling van kleuren, harde en zachte materialen... ik zag daar botsingen en worstelingen in. Maar nu zag ik ook dat hij er altijd was.’’ Ze herinnert zich bovendien haar dochter die op vaders begrafenis Rivers flow in you speelde. ,,Alles viel op z’n plek. Er zijn geen losse eindjes meer.’’

Ereplek

Weijer voelt zich hierdoor gesterkt in de carrière-switch die ze in 2018 inzette. Binnenkort krijgt haar herinneringslandschap een ereplek in haar praktijk voor kindercoaching in Harlingen.

Ze noemt Boschma geen beeldend, maar een verbindend kunstenaar. Die beschrijft haar werkwijze op Herinneringsspecialisten.nl als volgt: ‘Door te verbinden, te weven met zelfgekozen voorwerpen en garens kom je in een aangename cadans, een flow waarin je handen je hart volgen. Het is magisch. Je gaat even heel diep. En het maakt niet uit wat het wordt, het gaat om het proces.’

www.gea-boschma.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Beeldende kunst