'Als je een baan wilt met een beetje fatsoenlijk inkomen, word dan vooral geen popmuzikant.' Muziekexpert Jacob Haagsma praat je bij over Eurosonic

Jacob Haagsma. Foto: Annet Eveleens

Muziekredacteur Jacob Haagsma maakt wat mee in de pop en wijde omstreken. Deze week maakt hij zich druk op festival Eurosonic Noorderslag, in Groningen.

En, Jacob, al wat opgestoken op de conferentie die bij Eurosonic Noorderslag hoort?

Nou, vooral dit. Als je een baan wilt met een beetje fatsoenlijk inkomen, word dan vooral geen popmuzikant en raad dat ook je kinderen af. De ongelijkheid qua inkomensverdeling is nergens zo groot als in die sector. En de kans dat jij, of je kroost, aan de goede kant van de superstar economy terechtkomt is niet heel groot.

De superstar economy ?

Dat was onderwerp van een van de panels, vrijdagmiddag. De ticketprijzen van grote jongens en meisjes als Taylor Swift, Bruce Springsteen en Madonna gaan door het dak, en de mensen staan er massaal voor in de virtuele rijen. Maar de ticketprijzen aan de onderkant van de markt, daar waar de sappelende jonge talenten aan de bak proberen te komen, houden de inflatie lang niet bij. En dacht je dat internet de grote gelijkmaker was? Niks hoor. Ook op Spotify is er maar een miniem kleine minderheid die van de streams kan leven.

Auw. En hoe zit het dan met optredens?

Dat kwam aan de orde bij een ander panel. De gemiddelde artiest in de developing -fase van de carrière, dus al eventjes bezig maar het succes moet nog komen, houdt, en schrik niet, 100 euro per optreden over. Voor het equivalent van een modaal inkomen zou dat iets van 415 euro moeten zijn, voor een minimum-inkomen nog altijd 258 euro. Die popmuzikanten hebben trouwens gemiddeld genomen werkweken van 50 uur, dus een luizenbaantje is dat sowieso niet.

Dus econoom Thomas Piketty had gelijk. De ongelijkheid wordt steeds groter.

Ik heb zijn theorieën even niet paraat, maar als jij het zegt.... Gelukkig zijn er initiatieven om daar verandering in te brengen. Buro Berenschot heeft een en ander in kaart gebracht, onder de noemer Fairpacct . De sector zou met 7,8 miljoen euro wel geholpen zijn. Maar, zei Sjoerd Feitsma, de oud-wethouder van Leeuwarden die bij dit rapport betrokken is, ze moeten nog 17 van dit soort deelsectoren bedienen, want cultuur is natuurlijk niet alleen maar pop en de kwestie fair pay speelt overal. Tot en met archeologen.

En wie gaat dat dan betalen?

Nou, laat ik het zo zeggen. Staatssecretaris Gunay Uslu was er om dat rapport in ontvangst te nemen (waarbij natuurlijk vals gespeeld werd - ze had het de dag ervoor al doorgenomen). En die sprak welwillende woorden. Een leuke vond ik de opmerking ,,In hoeverre is de Basisinfrastructuur nog van deze tijd?” Dat is de structuur waarin verschillende gevestigde kunstinstellingen hun geld krijgen, jaar in jaar uit.

Die observatie haalde ze uit gesprekken met jonge makers in het kader van diversiteit en inclusie. Die klagen, terecht zei ze, over ,,altijd dezelfde koppen” aan het ontvangende eind van de subsidiestroom. ,,Maak ruimte!” Toen zij en haar fikse gevolg weer vertrokken, ze had een druk programma, zwaaide ze vriendelijk. Presentator Thomas Kocken zwaaide terug met de voorspellende woorden: ,,Dag Sinterklaasje!”

Ja, zo is het toch ook. De overheid en daarmee de belastingbetaler die het allemaal maar moet ophoesten...

Die bewaar je maar voor je ingezonden brief aan De Telegraaf . De overheid en daarmee het collectief, kortom: wij allemaal, wij hebben toch onze verantwoordelijkheid voor een sector, de pop dus, die maar 0,1 procent van de totale cultuurbegroting krijgt. Gelukkig zijn er al initiatieven om het tij te keren. Ik zat heel toevallig naast Paul Giesen, onder andere van Platform Popcultuur Friesland, die me vertelde dat zijn club al een regeling kent: als de podia een bepaald minimum betalen, passen zij dat bij. Nog niet helemaal volgens de Fair Practice-normen, maar het is een begin. Dat ik als journalist pas van deze regeling hoor als ik heel toevallig naast de man in kwestie kom zitten zegt wel iets over hun marketing, en weten die bandjes dat dan wel, maar dat is een ander verhaal.

En toen ging je bandjes kijken, toch?

De bandjes uit gans Europa die op Eurosonic doorgaans tegen iets van een onkostenvergoeding spelen, of zelfs dat niet. Die ironie ontging me niet. Hoe dan ook: meteen vroeg in de avond pikte ik toch twee vertegenwoordigers van focusland Spanje mee. Léon Benavente is een al langer actieve band, stevig in de weer met Velvet Underground- en Neu!-achtige ritmes en vette synthslieren, maar toch stevig rockend in een verder beetje gedateerd idioom. Dat maakt de doorbraakkansen in Europa niet enorm. Net zo min als de Spaanse voertaal - bij zulk soort muziek toch iets meer een hinderpaal voor massale globale erkenning dan bij een Rosalía , schat ik in. Zanger en toetseman Abraham Boba had met zijn grijze krullebol en nette pak wel een interessante, Triggerfinger-achtige uitstraling.

Een goed pak, altijd goed. Maar dat Spaans, dus.

Bij Marta Knight was er, tot en met de naam, weer geen woord Spaans bij - op de spelling van de voornaam na dan. Voelt ook weer niet helemaal goed, want verder had ze ook niet veel toe te voegen aan een aardig, ijl Heather Nova-achtig idioom. Nu ja, je ziet de dilemma’s waar pop en rock uit niet-Engelstalige landen mee te schaften hebben.

Het is niet eerlijk.

Nee klopt, want bij Kids With Buns had ik er weer minder last van. Misschien omdat dit Belgische vrouwenduo, op bas en drums ondersteund door twee kornuiten, gewoon beter is. De donkere stem van de zangeres - nogal moeizaam in de weer met haar haar in een forse bun op het hoofd - deed mijn buurvrouw ter plekke denken aan Tanita Tikaram. Wie kent haar nog? Maar ze had wel gelijk. Lekker broeierige liedjes krijg je dan.

Daarna in diezelfde Machinefabriek, toffe zaal zo wel, The Bug Club. Bijna een ouderwetse Eurosonic-hype - uit Wales, dus niet direct voldoend aan de missie van Eurosonic om Europees als in niet-Anglo-Amerikaans repertoire meer te laten circuleren. Dit trio, een paar maanden terug al in Vera trouwens, doet aan erg leuke liedjes die alle kanten opspringen qua invloeden. Niet alleen wegens de blonde bassiste, met net zo’n typische basgitaar als Tina Weymouth, deed ‘t soms aan Talking Heads denken. Maar dan wel met een gitarist die er niet alleen uitziet alsof hij wou gaan solliciteren in een southern-rock-band met extra solotijd. Kekke koortjes, hippe praatzang: wauw wauw.

Waarna Robin Kester, nog net geboren maar al niet meer getogen in Groningen , het nogal introverte werk van haar komende debuutalbum Honeycomb Shades een verrassend dynamische uitvoering gaf. Echt, dat was een mooie, sierlijke meevaller. Heel gelaagd ook, met een toffe band, en Kester ging ook op gitaar en toetsen flink tekeer. Vooral in de prettig spacende Krautrock-jam op het eind: flink freaken en toch precies op tijd klaar zijn, dat tekent de discipline waarmee je het wel eens zou kunnen maken, als artiest. Haar beeltenis hangt inmiddels, dankzij Spotify, op Times Square in New York. Hoeveel Eurosonic-acts zeggen dat haar na?

En toen was je er al weer klaar mee?

Bijna. Nog even in de rij bij The Palace, voor Belg Bolis Pupul. Die vormt ook een duo met Charlotte Adiguery , en dat was vorig jaar de hit van het festivalcircuit en hun gezamenlijke album wist ook al potten te breken. Pupul, half Chinees en voor de andere helft de zoon van Kamagurka, had een aardige batterij vintage elektronica het podium op gesleept en leverde daarmee een set die enerzijds fraai teruggreep op de aloude acid-euforie en daar anderzijds allerlei slimme laagjes en vondsten aan toevoegde. Echt top.

Nieuws

menu