Galerie Nuweland: persoonlijke perspectieven op hedendaagse thema's als gender en migratie

Galerie Nuweland in Oosterzee toont geregeld werk van Afrikaanse kunstenaars. De huidige groepsexpositie Between Strangers biedt een veelheid van persoonlijke perspectieven op hedendaagse thema’s als gender en migratie.

Dodi Espinosa - Rafflesia

Dodi Espinosa - Rafflesia Foto: KEESMUIZELAAR

Dit weekeinde is curator en kunstenaar Morné Visagie nog in Nederland, daarna keert hij terug naar Kaapstad. Alleen vandaag en morgen kan hij bezoekers nog ter plekke vertellen over de manier waarop hij de expositie Between Strangers heeft samengesteld. Anke en Wiebren Bergsma van Nuweland Gallery in Oosterzee hebben hiermee een groepstentoonstelling in huis met 23 internationale deelnemers, veelal Zuid-Afrikaanse kunstenaars die zij vertegenwoordigen of met wie zij samenwerken.

Between Strangers ontstond uit lange gesprekken tussen Anke en Wiebren Bergsma, curator Visagie en de kunstenaars. ,,We hadden zoveel plannen, de afgelopen jaren. Allemaal dingen die niet door konden gaan.’’ Solotentoonstellingen die strandden, beurzen die wegvielen en de groepstentoonstelling met als thema ‘Another kind of holy’ die werd afgelast. Visagie: ,,We hebben alle kunstenaars opnieuw uitgenodigd om mee te doen aan een soort smörgasbord. Werk dat je anders nooit samen zou zien, hangt nu naast elkaar.’’

De meeste kunstenaars kennen elkaar niet, vandaar Between Strangers . Maar deze titel verwijst ook naar de lockdown als periode van vervreemding. Visagie: ,,We hebben iedereen gevraagd om werk dat typerend is voor hun werkwijze of nieuwe bewegingen daarin.’’

Aan de hand van de werken legde hij aan kleine groepjes kunstenaars thema’s voor, zoals abstractie, intimiteit, nostalgie, taboe of kleur. De groepsgesprekken of correspondenties zijn op de nieuwe website terug te lezen en horen, in combinatie met de werken. Visagie: ,,De conversatie is zoveel ruwer en eerlijker dan gallery talk .’’ Ze bieden inzicht in overwegingen, achtergronden en twijfels van de makers.

Visagie heeft de zeer uiteenlopende werken zo gecombineerd, dat hij zowel verbanden legt als contrasten toont. Hij begint met de zwartwit foto’s van Musa N. Nxumalo van geheime vogue parties . Ze doen denken aan de underground foto’s die tijdens de Apartheid werden gemaakt. Nxumalo laat zien hoe drags en transgenders in vrouwenkleding een modeshow lopen. Er tegenover hangt een groot werk van Wes Mapes Poa, opgebouwd uit afval. Dit stuk bestaande uit zeil, gaas en doek op hout ‘communiceert’ met de jurk op de foto. Net als met het kant in de zeer verfijnde stukken van Pierre Fouché.

In de doorgang naar de tweede ruimte hangt meer zwart-wit werk. Onder meer twee grote werken van Dale Lawrence, die bovendien nog een schildering zal maken op de nieuwe projectruimte in de tuin van de galerie. In de ene grote linosnede heeft hij vrijwel al het materiaal weggesneden: Carve till there’s nothing left. Voor de tweede heeft hij een digitale tekening als uitgangspunt genomen, deze op het linoleum geprint en de blokjes uitgesneden. ,,In de onregelmatigheid van het zwart is nog mijn hand te herkennen, die de inkt met een opscheplepel over het oppervlak heeft verdeeld’’, wijst hij.

De gespiegelde keramische figuren van Ben Orkin krijgen door hun omgeving steeds een andere lading. Tussen de abstracte werken van Claire Johnson en Gerda Scheepers ligt de nadruk op de vorm. Maar in combinatie met de drie foto’s Mother Cheshire , Mother and daugther , en Autumn May van Haneem Chistian komt de nadruk meer op intimiteit te liggen.

De min of meer abstracte werken waartussen zijn roze sculptuur staat, blijken ook intiem. Zowel Orkin als Scheepers gebruiken materiaal dat ze goed kennen uit hun jeugd. Orkins moeder was keramist, hij kent klei al zijn leven lang. Zijn beelden stellen twee met elkaar verbonden figuren voor. Scheepers gebruikt restanten van stof waaruit kledingdelen zijn geknipt, en geeft die betekenis in haar composities. Ze verbeeldt een emotionele ruimte. Haar schilderij refereert zowel naar een kerk of tempel als naar een ribbenkast, met de vorm van een T-shirt en de titel How many ribs? .

In het tweede deel van de galerie heeft Visagie de focus gelegd op het thema tuin, of paradijs. De bloemrijke schilderijen van B.D. Graft uit Amsterdam zijn een moderne versie van vroegere bloemstillevens. In haar sculpturen die op boeketten lijken, combineert Stephané Conradie allerlei ooit gekoesterde objectjes en souvenirs. Visagie: ,,Ze koopt ze vaak van hen, en combineert ze tot een nieuw geheel.’’ Haar blauwgetinte werk verwijst naar een Zuid-Afrikaans grafmonument, vertelt hij.

De ‘tuin’ krijgt een mythologische vertaling in de keramische wandobjecten van de Belg Dodi Espinosa, die losjes zijn gebaseerd op archeologische vondsten. Orkins beelden krijgen in deze combinatie een homo-erotische lading, naast het portret Fred & Dennis in kant en zijde van Fouché en een tekening van Shakil Solanki van een zoekende man in een paradijselijke omgeving. Ook Slang in die gras van Michal Kruger draagt bij aan dit idee van een paradijs, zij het met een dreigende ondertoon.

Dat de tuin voor Solanki no happy place is, blijkt op de bovenverdieping waar een video van zijn hand wordt geprojecteerd op een doek waarop hij afdrukken heeft gemaakt onder meer twee mannen in omhelzing. ,,De tuin is voor hem geen fijne plek, de man in zijn tekeningen is zoekende’’, aldus Visagie. Het steeds terugkerende How could you be so cruel? klinkt bijna als een aanklacht.

Micha Serraf ziet zijn omgeving zelfs als vijandig. Zijn familie heeft vaak moeten vluchten. Zelf is hij opgegroeid in Zuid-Afrika, maar hij voelt zich daar een buitenstaander. Lawrence: ,,Buitenlanders in Zuid-Afrika worden vaak afgezonderd. Hij verbeeldt dat in zijn fotografie.’’ Het Afrikaanse landschap is wijds, maar door er persoon of een vervreemdend voorwerp in te plaatsen, maakt hij de ruimte kleiner. ,,Het landschap is niet zo open and welcoming als het lijkt.’’ Serraf speelt daarnaast subtiel met gender. Het model in zijn foto is een man, maar de kleding die hij draagt oogt vrouwelijk.

Het is een van de onderwerpen die geregeld in de expositie terugkomen. Between Strangers slaat niet alleen op geografische afstand, maar ook op de manier waarop mensen elkaar op afstand zetten. De expositie biedt persoonlijke perspectieven op hedendaagse thema’s als de positie van lhbti’s, migratie en Black Lives Matter.

Gezien hun gedeelde focus op landschap, sluiten de bijdragen van Serraf en Solanki aan bij die van de anderen op deze verdieping. De Zuid-Afrikaanse Daniella Mooney die nu in Berlijn woont, combineert Duitse stenen met een ruwe schildering van de Brandberg in Namibië. Ze vraagt zich af ‘hebben stenen herinneringen?’ Marsi van den Heuvel is een nieuwe weg ingeslagen. Na haar solo van fineliner-tekeningen ( How to think like a plant ) schildert ze nu weer in olieverf. Over een afbeelding van een wolkenlucht ligt nog wel een stramien van fijne streepjes. ,,Dat werk put haar enorm uit, ze gaat dan de natuur in om te ontspannen. Vervolgens verwerkt ze haar ervaringen buiten weer in zo’n arbeidsintensief werk.’’

Anne Jan de Rapper uit Lemmer is de enige kunstenaar van ‘om de hoek’. Hij exposeerde in 2019 in Nuweland zijn impressies van zijn naaste omgeving in eveneens zeer arbeidsintensieve tekeningen . Maar hij maakt nu vertalingen van landschappen in grote, papieren mozaïeken. ,,De komende tijd zal hij hier geregeld zijn, om hier verder aan te werken’’, kondigt Anke Bergsma aan.

Oosterzee - galerie Nuweland: Buren 31, wo-za 10-17 u, t/m 9 okt, gallery.nuweland.nl


Je kunt deze onderwerpen volgen
Beeldende kunst