'Het verdriet van de Zuiderzee' op het Oudemirdumer Klif is een prachtige belevenis | recensie ★★★★☆

Scène uit 'Het verdriet van de Zuiderzee'. Foto: Ben van Duin

De avondlucht, de klif, de vogels en de zee die geen zee meer mag heten. In Het verdriet van de Zuiderzee begint en eindigt alles met de natuur en daartussenin gaat het om wat wij met de natuur doen en de natuur met ons.

Gebeurtenis: Het verdriet van de Zuiderzee, door Orkater i.s.m. De Lawei Gezien: 13 augustus, Oudemirdumer Klif Tekst en regie: Geert Lageveen Spel: Manoushka Zeegelaar Breedveld, Keja Klaasje Kwestro, Nick Livramento Silva, Simme Wouters, Jasper Stoop Muziek: Radek Fedyk, Sytze Pruiksma, Harald Austbø Publiek : 500 (uitverkocht) Nog te zien: 17/8 t/m 15/9 (behalve ma en di); zondagmiddag matinee

★★★

De meeuwen openen het spel, want die waren er al. Ze zijn nieuwsgierig naar de bijzondere vogelgeluiden van vanavond.

Daar heeft, zo blijkt, Sytze Pruiksma zich achter verstopt, de bekende vogel-musicus, die hier helemaal in zijn element is. Zijn vogelgeluidjes lokken vijf, vrij fladderende ‘vogels’ aan wal die zich aan ontpoppen als het vogelkoor dat ons vanuit hun vogelperspectief naar het menselijk bedrijf zal laten kijken. En dat op hun manier becommentarieert. Onder hun vogelkleed gaan de acteurs èn de muzikanten schuil van dat menselijk bedrijf. Alles loopt in deze voorstelling door elkaar en in elkaar over – zo gaat dat in de natuur – maar ingewikkeld is het niet.

Symfonisch gedicht

De sfeer van deze voorstelling laat zich het best omschrijven als een symfonisch gedicht, waarin de ene stemming afwisselt met de andere en je door de prachtige muziek bijna als in een droom van het een in het ander glijdt. De rode draad is een een eenvoudig verhaal over twee vissende broers en een vurige, jonge meid die tussen hen niet kiezen kan. De broers zijn ‘kantvissers’ die zich met hun kleine tjotter niet ver de Zuiderzee op wagen. Voor Minne is dat genoeg, maar Inne wil meer en groter.

Ook de onstuimige Grietje wil meer uit het leven halen dan de zoveelste generatie bokkingvissers voortbrengen. Dolenthousiast vertelt ze over de grote ingenieur Lely, die de grootste dijk ooit aanlegt en Nederland nieuw land en een nieuwe toekomst zal geven. Zij was die onbekende jonge vrouw die als allereerste over de modder naar de toekomst ploeterde bij het afsluiten van de Dijk.

Moord

Broer Minne wil die ‘moord’ op zijn zee niet meemaken en verdrinkt zich.

Als halverwege de zee verdwijnt en land wordt is broer Inne boer geworden in de lege, eindeloze polder en is Grietje toch zijn vrouw geworden. Waar hij het zielloze, hardwerkende vooruitgangsgeloof belichaamt, wordt Grietje verscheurd tussen het nieuwe leven en heimwee naar de ziel van de zee en naar Minne.

Stof tot nadenken

Tussendoor vertellen de vogels het tragische verhaal van de palingen, die in hun geheimzinnige trek tussen zoet en zout water tegen de dijk te pletter slaan. Een groepje oud-vissers op een leugenbankje laat flarden horen uit een leven dat met de zee verzwolgen is.

Door de stileringen wordt clichématige nostalgie voorkomen, maar de voorstelling behelst een overduidelijke kritiek op het rationalistische vooruitgangsgeloof. In de achteruitkijkspiegel komt dat wat makkelijk over. De verstrekkende gevolgen voor ecologische cycli worden toch bekeken door de bril van biodiversiteit van nu.

Dat maakt het onderwerp enerzijds nog steeds actueel, anderzijds wordt de tegenstelling tussen vooruitgangsdenken en een ‘inclusief de natuur’-denken er wel wat simplistisch van. Maar goed, behalve een prachtige belevenis, krijg je dus ook nog stof tot nadenken.

Nieuws

menu