De expositie vanwege het 35-jarig jubileum kunstenaarsvereniging FRIA blijft gesloten, neem hier toch nog een kijkje

Onder de titel Besiele troch Fryslân vierde kunstenaarsvereniging FRIA haar 35-jarig bestaan. De inspirerende expositie in Tresoar toonde een grote verscheidenheid aan werk, die al enige tijd achter gesloten deuren wacht op publiek. Dat komt nu niet meer. Dirk van Ginkel bezocht de expositie nog wel live en schreef er het volgende over.

Anke Wynia – Mata Hari

Anke Wynia – Mata Hari

Kunstenaarsvereniging FRIA, opgericht in 1985 als de Bond voor Vrije Friese Kunstenaars, bestaat 35 jaar. Gaandeweg ontwikkelde FRIA zich van een vakbond tot een beroepsvereniging die naar meer streeft dan belangenbehartiging alleen. Met gezamenlijk activiteiten als exposities, museumbezoek, lezingen, samenwerkdagen en workshops beoogt FRIA de ‘vakbekwaamheid en interdisciplinaire samenwerking’ van de leden op een hoger plan te brengen. Een ballotagecommissie beoordeelt de kwaliteit van het werk van aspirant-leden.

Divers gezelschap

Van de ruim zestig leden doen er dertig mee met de lustrumexpositie Besiele troch Fryslân waar in totaal 58 werken te zien zijn. FRIA moet wel een heel divers gezelschap zijn, want de expositie toont schilderijen, aquarellen, pentekeningen, foto’s, keramiek, beeldhouwwerk, een installatie, sieraden en objecten in combinatie met poëzie.

Hoewel FRIA een beroepsvereniging is voor kunstenaars in heel Noord-Nederland zoomt ze - wellicht vanwege de eigen ‘roots’ - voor deze expositie in op Friesland: Besiele troch Fryslân .


Sonja Steensma exposeert onder de titel Schemering een mooie serie van negen kleine schilderijen die elk een Friese dorpskerk weergeven. Zonder uitzondering zadeldakjes. Ze zijn alle geportretteerd tegen een donker vlak dat de schemering verbeeldt en dat kleiner is dan het doek zelf. Zo ontstaat een vlak in een vlak waar de kerktoren bovenuit steekt. Speels maar ook betekenisvol. Want in de Friese beleving is het nog steeds zo dat de kerktoren het hoogste gebouw in de omgeving hoort te zijn. Het zijn immers oriëntatiepunten, in religieuze en/of topografische zin.

Wia Bouma toont een serie prachtige landschappen met de onwaarschijnlijk lange titel Yn elk lânskip is in ferburgen stil ûnthald, in wûndre iensumens (In elk landschap schuilt een verborgen stil geheugen, een wondere eenzaamheid). Het lijkt alsof ze in haar werk een wereld in wording verbeeldt, een wereld waarin de natuur het nog voor het zeggen heeft. Dat zie je niet alleen terug in de ruige penseelvoering en donker-dreigende kleurkeuze, maar ook in de vorm van het doek: op elkaar geplakte lagen golvend katoen die niet door een spieraam in een vorm getrokken worden. Die ongedwongenheid versterkt de organische kracht van het werk. Het verwijst naar het landschap van haar jeugd, zegt de kunstenaar: ‘Raadselachtige, soms overweldigende en ongemakkelijke plekken’.

Het Friese landschap wordt ook op een heel eigen manier weergegeven door Joke Stapensea. In de aquatint Bûthûsfinster nr. 1 kijken we vanuit het venster van een boerderij uit over de landerijen. In de verte ligt een dorpje. Maar Stapensea vangt het Friese landleven verrassend genoeg niet in de weergave van uitgestrekte graslanden met daarin een grazende veestapel. Ze verbeeldt dat landleven door middel van een oude melklijst: een papieren document waarop wordt bijgehouden hoeveel melk een koe geeft op welk moment van de dag, wat het vetgehalte daarvan is enz. Een heel mooi en intrigerend beeld. ‘Een sfeer van oude tijden heb ik erin verbeeld’, zegt de kunstenaar, die als boerendochter is opgegroeid. Tegelijkertijd is het ook een spiegel van de moderne tijd, want graslanden en veebeesten worden nog steeds gezien – of misschien wel uitsluitend – als productiefactoren.

Heimwee belangrijk thema

Friesland is natuurlijk meer dan lucht en water, graslanden en koeien, dorpjes met hun kerktorens. Ook stad en industrie spelen een rol. Dat laat Wim Reimert zien met zijn serie Stad in blik . Het woord blik verwijst niet alleen naar het kijken, maar ook naar het verweerde industriële materiaal dat hij gebruikt om stadsgezichten en fabrieken weer te geven. Deze beelden knagen aan het Frieslandgevoel – die fabrieken zijn er natuurlijk wel, maar horen er eigenlijk niet.

En dat maakt je bewust van het heimwee-thema dat in veel werken een rol speelt. Dat was al zo bij Stapensea en Steensma, maar bij Happy van der Heide wordt dat wel heel tastbaar. In de installatie Eens toen roept ze in mixed media het verleden op, de onbezorgde tijd van haar jeugd: een oude hark, kinderklompjes, een verkaveld landschap, maar nog wel heel bloem- en kruidenrijk. ‘Het verbeeldt’, zegt ze, ‘de onbezorgde tijd van haar jeugd toen het Friese landschap nog als cultuurgoed werd gekoesterd. Geen landschapspijn, maar volop leven.’

Er schuin tegenover hangt een levensgroot schilderij van Mata Hari. Een werk door Anke Wynia, dat is gemaakt naar een bekend fotoportret van de Friezin in flonkerend danskostuum. Het hangt pal naast een foto die Jan Huitema maakte van de verrassende vormen die een boomstam kan aannemen: Wûnderlike skulpturen , De Overtuin yn Oranjewoud . Je hebt maar een heel klein beetje fantasie nodig om er een rijm in te ontdekken met de outfit van Mata Hari. Huitema laat zien dat als je oog hebt voor vorm overal wel iets bijzonders te vinden valt. Een vaststelling die grosso modo zeker ook voor deze FRIA-expositie geldt.

Leeuwarden – Tresoar, Boterhoek 1, t/m 28 feb, www.tresoar.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
exposities