Even appen met Jacob Haagsma op Oerol: eten van de toekomst, buitenlandse gasten en Oerol als het beste festival, punt

De eerste gang: Marente van der Valk legt een blaadje zeemelde met van alles op de hand van de dinergasten. Foto: Neeke Smit

Verslaggever Jacob Haagsma doet van de eerste tot en met de tiende en laatste dag verslag van het Oerol-festival op Terschelling. We appen elke dag even met hem, of hij het een beetje volhoudt.

Begint de sleur er al een beetje in te komen, Jacob? Je fietst al bijna een week heen en weer op Terschelling.

Sleur en Oerol? Dat bestaat niet, dat gaat niet samen. Vind ik tenminste. Je maakt elke dag weer nieuwe dingen mee, fietst elke dag weer langs nieuwe paadjes, ontmoet elke dag weer nieuwe mensen.

Wie liep je nu weer tegen het lijf?

Nou, er lopen hier nogal wat mensen rond van gezelschappen, theaters, festivals en culturele hoofdsteden uit het buitenland. Dat heeft ook en vooral te maken met een symposium, dat dezer dagen op het eiland gehouden wordt, over locatietheater en aanverwante zaken. Een symposium met een behoorlijk vol programma, met allerlei voorstellingen , discussies, lezingen en dat soort zaken. Woensdag was er even een netwerkborrel, en daar moest ik natuurlijk ook bij zijn.

Het zal ook eens niet.

Ik raakte aan de praat met een paar mensen van Britse theaterfestivals, over de verschillen tussen daar en hier. Dan gaat het hier zo slecht nog niet, viel daaruit op te maken. Ze waren allemaal vol lof over Oerol, Terschelling en Joop Mulder, zonder wiens pionierswerk het hele concept ‘locatietheater’ misschien niet eens had bestaan. Of zoals de man van het Freedom Festival in Hull me toevertrouwde: ,,Ik mag het van mijn bestuur misschien niet zeggen, maar Oerol is het beste festival. Punt.”

Wel goed dat ze dat in het buitenland ook doorhebben.

Nou. Een aantal van die gasten had ik een avond eerder getroffen. Zoals een vierkoppige delegatie uit Bodø, een Noorse stad boven de poolcirkel en Culturele Hoofdstad in 2024. Dat was bij het Diner om Oost , een vijfgangendiner annex performance over het voedsel van de toekomst. Met 120 mensen aan een tafel van 84 meter lang. Onder leiding van een heuse culinair kunstenaar, Marente van der Valk.

Vijf gangen in even zo veel pillen zeker? Ruimtevaartvoedsel?

Integendeel. Allemaal lokaal spul, groenten met poëtische namen als zeevenkel, zevenblad en zwartmoeskervel, ijs van schapenwei. Dat flikkeren ze normaal gesproken in veevoederbakken of door het riool, maar je kunt er dus het lekkerste ijs van maken, heerlijk romig. De rest van het diner was ook heel goed binnen te houden, al hoef ik zoiets ook weer niet elke dag. Vandaag weer biefstuk, denk ik.

Nieuws

menu