Eerbetoon aan schilder Gerrit Offringa (1943-2019) door lockdown maar één dag te zien

Eén dag was de expositie Gerrit Offringa 1943-2019 in Pictura geopend, toen volgde een nieuwe lockdown.

Memento Mori - foto John Stoel

Memento Mori - foto John Stoel

Op zaterdag 12 december schuifelen enkele betrokkenen door het grote pand van Pictura aan het Martinikerkhof in Groningen. Jaap Bruintjes, die de expositie inrichtte, leidt een journalist rond. Cécile en Albert Morselt leggen de laatste hand aan de opstelling voor de lezing die Bruintjes de dag erna zal geven. De stoelen staan klaar voor 25 genodigde bezoekers, die op anderhalve meter afstand van elkaar moeten zitten. En Ruth Lipschits, de weduwe van Offringa, maakt foto’s van sommige werken die ze nu in volle glorie kan zien.

Zevende kind in een boerenfamilie

Offringa wordt in 1943 geboren als zevende kind in een boerenfamilie. Hij volgt tussen 1962 en 1966 een opleiding aan Academie Minerva in Groningen, toen nog een klassieke kunstopleiding. Hij leert Albert en Cécile kennen in de Groninger wijk Oosterpoort, dan een gezellig ‘kunstenaarsbuurtje’. ,,Albert was lid van culturele vereniging Dye Line Trekkers en houdt van tekenen, maar na het zien van het werk van Gerrit koos hij definitief voor de farmacie’’, verhaalt Cécile.




De vri enden uit die tijd blijven contact houden. Ze gaan samen naar exposities, maken buitenlandse reizen. Albert en Cécile verhuizen voor enige tijd naar Twente, maar keren later terug naar Groningen. Gerrit verhuist naar Nes in het noorden van Friesland, waar zijn vrienden hem geregeld opzoeken. ,,Vooral in de laatste jaren, toen hij wat minder werd.’’ Als Gerrit in 2019 overlijdt, zorgt zijn vriend Bruintjes ervoor dat zijn werk veilig wordt opgeslagen in Drachten en dat een stichting waakt over zijn nalatenschap.

Expositie in Groningse galerie Pictura

,,Vlak na zijn overlijden waren we vijftig jaar getrouwd’’, vertelt Cécile. Het echtpaar vraagt vrienden een bijdrage te storten in de pot. Ze willen Gerrit het eerbetoon geven dat hij verdient, en van dat geld huren ze Pictura. In eerste instantie voor een expositie die duurt van 13 december tot en met 24 januari. Als er een nieuwe lockdown volgt, wordt de expositie verlengd tot 14 februari. Maar zoals het nu lijkt, gaan de deuren van Kunstlievend Genootschap Pictura voorlopig niet open.

En dat is jammer. In de eerste zaal geeft Bruintjes even een korte blik op zijn oeuvre, te beginnen met werk uit zijn studietijd. ,,Aan het eind van zijn studie schildert hij abstract, maar hij kon heel goed figuratief werken.’’ Een beeld van een kip laat Offringa in brons gieten voor de voorzitter van de Raad van Toezicht van de academie. ,,Hij kreeg er 65 gulden voor.’’


Het wad eeuwige inspiratiebron

Een grote foto van het wad toont zijn eeuwige inspiratiebron. Dramatische luchten en rimpelingen in het strand vonden in abstractie hun weg naar zijn schilderijen; van gevonden voorwerpen als schelpjes en roggenhuid maakt Offringa een buste. Vaak bestaan zijn beelden uit twee delen van verschillende (gejutte) materialen. Het een gesloten, het andere meer open. Zo ook Het meisje en de kleine dood .

In de tweede ruimte hangt voornamelijk grafisch werk. Een tedere houtsnede Moeder en kind , drogenaaldetsen als Lindevallei en Slapend kind . Bruintjes heeft ze gecombineerd met zwartwit foto’s die hij in het huis van Offringa vond toen hij en Ruth het opruimden. Het is duidelijk dat de kunstenaar zijn eigen lichaam als uitgangspunt voor zijn werk nam. In de vensterbank staan verschillende varianten van Mannelijke figuur in staal- of koperdraad, en centraal Batseba’s bath . Binnen een frame hangen dunne snoeren met perspex kraaltjes als druppels. Ze zijn zo gespatieerd, dat de tussenruimte een vrouw voorstelt.

Visuele poëzie

Een aantal treffende portretten in de Bestuurskamer toont Offringa’s kwaliteiten als realistisch tekenaar. Acht miniaturen in de zaal ernaast benadrukken hoe hij zelfs op de vierkante millimeter zijn vak beheerste. Bruintjes heeft - waar mogelijk - foto’s en voorstudies gecombineerd met schilderijen. Hierdoor is goed te zien dat Offringa ,,een ontleder is’’, en ,,schildert zoals hij tekent’’, zoals kunstcriticus Huub Mous het omschrijft. Bruintjes formuleert het anders: ,,Hij schildert zoals hij schrijft. Dit is visuele poëzie.’’

Offringa had een brede belangstelling en was zeer belezen, wat naar voren komt in de titels van werken ( Zeus , Omphalos of Der Mann ohne Eigenschaft en ). In het trappenhuis hangt het grote Niké van Samothrake, naar een beeld op de trappen van het Louvre. In de vele losse elementen valt zowel de gevleugelde vrouwenfiguur als een plattegrond van Parijs te lezen. Of zijn het misschien toch patronen in het zand of schitteringen van zonlicht op het wad?

In zijn huis vond Bruintjes ook composities en choreografieën, waaronder een voor een dirigent. Op foto’s staat Offringa in allerlei poses, die hij vervolgens bewerkte met inkt en opnieuw afdrukte. Kleine notities laten weten welke kleding hij erbij heeft bedacht. Bruintjes: ,,Hij maakte ook zijn eigen kleding.’’ Gezien zijn interesse voor muziek, zou je in de kriebelige elementjes waaruit Offringa zijn visuele composities opbouwt, behalve een alfabet ook notenschrift kunnen zien.

Eén op één rondleiding

Dat het werk in volle glorie te zien is, doet Cécile deugd. Op die ene dag dat er nog een groep genodigden binnen mag, worden zo’n acht werken van Offringa verkocht. Cécile laat een filmpje maken, waardoor ze familie en vrienden toch kan laten zien hoe hun cadeau is besteed. ,,Daar krijgen we ook reacties op.’’ Af en toe maken zij en Albert een afspraak, geheel volgens coronaregels, alsof de galerie hun huiskamer is. Eén op één krijgt iemand dan een rondleiding. ,,Op die manier lukt het toch om mensen te laten genieten van het werk. Dan zit het tenminste niet in een kist!’’

Van de vijf geplande lezingen op de zondagmiddagen gaat alleen die van Bruintjes door. ,,Een presentatie in dichtvorm van Anne de Jong gaan we ook filmen, evenals het verhaal van vriendin Kate Ashton uit Schotland. Dat is heel ontroerend.’’ Door alle verhalen die de expositie losmaakt, leert Cécile de kunstenaar Gerrit op een andere manier kennen. ,,Misschien schrijf ik er nog wel eens iets over...’’

Na dit verhaal over een expositie die vanwege de lockdown ongezien blijft, besteden we de komende weken online aandacht aan meer exposities, die wel ingericht zijn maar niet bekeken kunnen worden.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Beeldende kunst