Dichter Joost Oomen: 'Iedereen moet gewoon weer lekker links worden!'

Dichter en muzikant Joost Oomen (1990) zette tijdens festival Explore the North de Westerkerk in Leeuwarden op zijn kop met zijn programma over vrolijkheid. Daarachter schuilen serieuze bedoelingen.

Schrijver en dichter Joost Oomen, een jonge kunstenaar.

Schrijver en dichter Joost Oomen, een jonge kunstenaar. Foto: Jacob van Essen

Het was me een reis wel: geboren in De Bilt, opgegroeid in Ysbrechtum, scholier in Sneek, student en dichter in Groningen en inmiddels neergestreken met zijn grote liefde, de schrijfster Helena Hoogenkamp, in een bovenwoninkje in Amsterdam. En op dit moment bevindt Joost Oomen zich in het oog van een mooie storm, een storm waarin letters, zinnen, confetti en vruchten over elkaar heen buitelen. Hij organiseert literaire avonden voor de Revisor , bij uitgeverij Querido verschijnt komend jaar zijn debuutroman en een nieuwe dichtbundel in 2021. En, ook leuk, zijn novelle De zon als hij valt is vanaf september in het Italiaans te verkrijgen.

Best leuk allemaal ja, grijnst Oomen. We zitten op een vrijdagmiddag in het Leeuwarder café Post Plaza. De dichter heeft net vergaderd met de mensen van Explore the North, onder wie zijn goede vriendin Marleen Nagtegaal. Het optreden dat hij in november met jazzcollectief Kruidkoek op Explore gaf maakte de tongen los. Iedereen was blij, iedereen was vrolijk, mensen begonnen spontaan te dansen tijdens de show. Het smaakt naar meer, er komt ook meer, maar wat en hoe, dat kan de dichter nog niet zeggen. Geheim, vooralsnog. Hij kijkt de serveerster vragend aan. Waar blijft zijn tonic? Oei, vergeten, zegt ze. Komt goed.

Tonic. Het had meer in de lijn der verwachtingen gelegen dat Joost Oomen ranja had besteld, sinas of Fristi, een zoet sinaasappellikeurtje wellicht. In zijn werk komen bijzonder veel vruchten voor, met hun lieve kleuren, hun zoete smaakjes, hun vrolijke ... nou ja, laten we zeggen fruitsituatie. Daar ging het tijdens zijn optreden op Explore the North over. Oomen zong over papaja’s, mandarijnen en ananassen en hun opgewekte eigenschappen. Ze vormen een ‘constante poëtische hoofdstroom’ in zijn huidige werk. ,,Ik ben sterk geïnteresseerd in fruit, of nou ja, eigenlijk vooral in de vrolijke kant van fruit, de hallelujastemming rond fruit. Weet je ... fruit is gewoon heel erg ontwapenend.’’

Lange gesprekken voert hij daarover met zijn beste vriend, kunstenaar Emiel Joormann a.k.a. Willie Darktrousers, onder meer bekend van het Leeuwarder kunstenaarscollectief Heksenhamer. ,,Het is bij hem begonnen. Emiel is meer into groente. Hij houdt zich met de mystieke kant ervan bezig.’’ Met een veelbetekenende blik: ,,Hij komt van de zandgronden hè. Ik kom van de klei.’’

We zitten al een half uur te praten, maar de tonic is er nog altijd niet. Oomen probeert de blik van de serveerster tevergeefs te vangen en vervolgt opgewekt zijn fruitbetoog. ,,Vruchtjes werken. Als je een polonaise loopt en de voorste een banaan in de lucht houdt, is dat toch anders. Het is meteen een beetje gek, een beetje magisch. Zo werkt het ook op papier.’’

Kortom, de vruchtjes laten de dichter niet los, nog lang niet – ze zitten ook in de dichtbundel die hij voor Querido schrijft en spelen een rol in zijn debuutroman. Er zit toekomst in de banaan, in de peer en in de kiwi. ,,Ik wilde op Explore iets maken over vrolijkheid. Ik vroeg me af hoe ik de vrolijkheid die in mij zit kan overbrengen op anderen. Hoe kan je van 0 ineens naar 100 gaan? Dat lukte!’’

Vrolijkheid verspreiden

Er zit een diepere gedachte achter het vrolijke vruchtjesfeest. ,,We leven in tijden dat het succesvol is om mensen bang te maken. Als het mogelijk is om macht te verwerven door angst te verspreiden, dan moet het ook mogelijk zijn om macht te verwerven door vrolijkheid te verspreiden. Toch? Daar hoef ik zelf niets mee natuurlijk. Ik doe het de politici alleen even voor hoe het moet.’’

Oomen wijst op het boek over radicale liefde van de Turkse politiek strateeg Ates Ilyas Bassoy, waarbij oppositieleiders in Turkije te rade zijn gegaan. Hij stelt dat het geen zin heeft om kwaad met kwaad te vergelden. Liefde is ook een wapen: omarm je tegenstander, praat met hem, begrijp hem, luidt het devies van Bassoy. Liefde als politieke strategie, het klinkt de dichter als muziek in de oren.

In de performance met het Kruidkoek-jazzcollectief werkt het: Oomens vrolijkheid bleek hevig aanstekelijk, jong en oud, man en vrouw, hippie en hipster, iedereen zette het op een swingen en lachte. De dichter stond als een jonge versie van Simon Vin-kenoog of als een eigentijdse magiër à la Robert Jasper Grootveld (die in de jaren zestig en zeventig als provo ‘happenings’ organiseerde op het Spui in Amsterdam) voor het publiek en zweepte de mensen op. ,,Het is een bijzonder proces dat ik nog niet helemaal snap. Gedichten worden spreuken. Er ontstaat een wisselwerking. Ik wil weten waaruit die bestaat. Als ik erachter ben, kan ik de vrolijkheid verder verspreiden, over steeds grotere groepen, landelijk, de hele wereld over! Want iedereen moet gewoon weer lekker LINKS worden!’’

Inmiddels luisteren de mensen die aan de ons omringende tafeltjes zitten, geïnteresseerd mee. Hier gebeurt wat. Wat Oomen zegt, boeit. Maar van zijn tonic is nog steeds niets te bespeuren.

De liefde voor poëzie stak al vroeg de kop op. De eerste bundel die hem onder ogen kwam, stond in de boekenkast van zijn ouders in Ysbrechtum: Lucebert. Later kreeg hij een bundel van Simon Vinkenoog. Dat sloeg in als een bom. Hij ging ermee naar zijn favoriete plek, de bosjes op landgoed Epemastate, nestelde zich daar en droeg hardop aan zichzelf voor. Dat klonk goed. Dat smaakte naar meer. Later, toen Joost een jaar of 15 was en op het Bogerman College in Sneek zat, begon hij zelf te schrijven, zwaar geïnspireerd door De Vijftigers. Hij hield ook van het werk van Allen Ginsberg en Jack Kerouac, maar bleef daarin niet hangen. ,,Beats zijn niet allemaal de beste dichters, maar wel razend knappe marketinggoeroes.’’

Zijn grote idool werd (en is nog steeds) de haast vergeten Amerikaanse ‘hippieschrijver’ Richard Brautigan (1935-1984). Oomen roemt met luide stem het boek De ijskoude sombrero . ,,Het zit vol rare metaforen en dissonanten. Hij combineert allerlei onwaarschijnlijke dingen met elkaar.’’ In de poëtische roman, die in 1978 verscheen, vertelt Brautigan over een verbroken liefdesrelatie die begint op het moment dat er, inderdaad, een ijskoude sombrero uit de lucht komt vallen.

Als student Nederlands in Groningen werd Oomen actief als dichter. Hij werd huisdichter van de Rijksuniversiteit, werd benoemd tot stadsdichter, won het Hendrik de Vries-stipendium en voelde zich thuis in de kleine noordelijke subcultuur van kunstenaars. ,,Ik werkte toen veel in opdracht en had nog geen eigen regie over mijn werk. Die controle is er nu wel. Ik ken de paden inmiddels, ik weet waar geld is en waar ruimte, ik heb een agentschap en een uitgever. Ja, een best wel fijn gevoel.’’

Oomen schrijft bij voorkeur in de Hema, tegenwoordig die in Amsterdam. Zijn vriendin, die werkt aan haar debuutroman die komend jaar bij De Bezige Bij verschijnt, claimt het enige bureau dat in hun bovenwoning staat. ,,De mensen in de Hema zijn heel saai en er is een lekkere achtergrondruis. En er is geen bediening aan tafel, dus je kunt er de hele ochtend op een kopje koffie blijven zitten. Ha!’’

Zichtbaar zijn

Komende maand werkt hij in een schrijvershuisje in het Zeeuwse stadje Sluis aan zijn debuutroman Het Perenlied die zich grotendeels in Disney World in Florida afspeelt. Twee geliefden, Gabriel en de Bietenkoningin, nemen wraak op de groteske manier waarop Disney dieren en dingen met menselijke eigenschappen opzadelt. ,,Heel irritant vind ik dat’’, briest Oomen. ,,Zo’n visje dat zich als een klein mens gedraagt!’’ En ja, er komen weer vruchtjes in voor, misschien zelfs een enkele groente. Omdat hij zoveel doet – performen, dichten, schrijven, organiseren – is het fijn om een periode in beslotenheid te kunnen werken. Zijn redacteur bij Querido leest ieder hoofdstuk mee. ,,Het werk wordt er beter door. De tijd is voorbij dat je een roman schrijft en die over de schutting gooit bij een uitgever. Je moet begeleiding zoeken en zelf heel veel naar buiten treden, zichtbaar zijn, eropuit! De wereld in!’’

Jonge schrijvers in het Noorden moeten dat ook doen, stelt Oomen. Daarom is een festival als Explore the North ook zo waardevol. ,,Het is superbelangrijk dat hier een productiehuis is, een plek waarmee je ook artiesten van buiten Friesland naar Leeuwarden haalt. Dan gaat het ook de andere kant op werken en worden Friese dichters en schrijvers uitgenodigd om buiten Friesland op te treden.’’

Dat ‘de oude garde’ aan Friese schrijvers moppert over de niet-Friesheid van Explore the North en stelt dat er te veel geld naartoe gaat, daarover maakt Oomen zich niet druk. ,,Een beetje tegenstand is wel goed. Daardoor blijft de literaire wereld in Leeuwarden een beetje punky. Meer dan in de Randstad, waar een sfeer van ons-kent-ons heerst en je iedere literaire avond moeiteloos tweehonderd man publiek hebt. In het Noorden moet je keihard werken en leuke dingen bedenken, crossmediale dingen, maar dat maakt het hier juist zo leuk.’’

,,Ik woon in Amsterdam, maar blijf hier gewoon komen. Het is helemaal niet zo dat er in het Noorden geen kansen zijn om als schrijver of dichter, performer of muzikant actief te zijn. Maar jonge kunstenaars moeten er wel voor zorgen dat ze veel lezen en veel organiseren. Organiseer je eigen dichterscommunity, dat zorgt er ook voor dat je ambitieus wordt.’’

En ja! Daar is de tonic. Terwijl Oomen het drankje naar binnen giet, vertelt hij nog even snel dat een tomaat ook fruit is. Wist je dat? Nee? Het is echt zo. ,,En een aardbei is geen fruit! Dus! Dat is gewoon een opgezwollen bloemstamper!’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur