De Utrecht, het Jugendstilpandje aan de Tweebaksmarkt, is klaar voor volgende honderd jaar

,,Dit willen we delen met anderen’’, was de eerste gedachte van Tjeerd en Astrid van der Hoek toen ze de schoonheid van De Utrecht zagen. Ze kochten het pand in Leeuwarden in 2017 en lieten het restaureren en verbouwen. Vanaf vandaag is het voor publiek toegankelijk.

Het plafond van de chique wachtkamer is beschilderd met bijzondere spreuken, die dankzij een vernuftig lichtplan nu goed te zien zijn.

Het plafond van de chique wachtkamer is beschilderd met bijzondere spreuken, die dankzij een vernuftig lichtplan nu goed te zien zijn. Foto's Tom van Huisstede en Jonathan Sipkema

Al zijn ze beiden echte Leeuwarders, Tjeerd en Astrid van der Hoek kenden De Utrecht nauwelijks. Het Jugendstilpandje aan de Tweebaksmarkt in Leeuwarden is ook een beetje een verborgen parel. Voorbijgangers moeten al toevallig omhoog kijken om de gestileerde pelikanen van kunstenaar J. Mendes da Costa op het dak te zien. De mooie kant grenst zuidelijk aan een steeg en de echte schoonheid – net als bij een oester – zit van binnen. Als het aan de twee ondernemers ligt, leert de stad dit pand vanaf nu beter kennen. ,,We wisten meteen: Dit gaan we niet voor onszelf houden.’’

Vier jaar geleden kregen ze via makelaar Barteld Boerma te horen dat De Utrecht te koop stond. ‘Is dit iets voor jullie?’, vroeg hij hen. De eigenaar zocht een koper die net zo van het gebouw zou houden als hij. ,,De panden die we eerder kochten, hebben vaak een zakelijke bestemming. Maar dit is een ander verhaal, dit willen we met anderen delen’’, aldus Tjeerd.

Wat hem en zijn vrouw opviel, was dat het pand met veel liefde is gebouwd. In de loop van ruim een eeuw was er bovendien relatief weinig aan de originele staat veranderd. En zo begonnen ze aan een bouwavontuur, waarin ze gelijkgestemde ontwerpers de ruimte gaven met plannen te komen. ,,We hebben groot respect voor ambachtelijkheid, voor vakwerk.’’

De gewone man en de chiquere

De Utrecht werd in 1904 als verzekeringskantoor ontworpen door twee jonge architecten: Alexander Kropholler en Frits Staal. Het gebouw was een visitekaartje voor de groeiende Utrechtse levensverzekeringsmaatschappij. Voor bezoekende klanten waren er twee loketten, één voor de gewone man en één voor de chiquere klanten die een eigen wachtkamer hadden. Het plafond in deze kamer is beschilderd met bijzondere spreuken zoals Mint uw kind, Wilt een schild, Spaar hier maar en Keer hier weer.

In de grote zaal achter de loketten stonden klerken achter lessenaars onder een hoog plafond de polissen te schrijven. Die moesten ze vervolgens opbergen op de zolder, die via een wiebelige ladder en een luik te bereiken was. De zolder had daarentegen wel een groot raam. ,,Da’s toch vreemd... die onbereikbaarheid van de zolder en dat gigantische raam... (...) In feite hebben ze een compleet niet-functioneel gebouw gemaakt’’, aldus architect Jacob Borren.

In de archieven is niet terug te vinden waarom zijn collega’s in 1904 voor deze constructie kozen. Lag het aan hun onervarenheid? Hadden ze verschillende ideeën? Of ging er iets mis tussen hen en de uitvoerder? In de archieven zijn brieven teruggevonden, waarin het tweetal moppert over ‘de ondoordachte zuinigheid van de aannemer’ (Coenraad Lerk) en ‘zijn vitterigheid op allerlei kleinigheden’.

Slecht weer, ongelukken en ruzies

Feit is dat de bouw werd geplaagd door slecht weer, onvoorziene ongelukken en ruzies. Maar of de bouwmeesters terecht mopperden, valt te betwijfelen. Architectuur- en monumentenkenners Peter Karstkarel en Rienk Terpstra zorgden er in 1978 voor dat het gebouw werd aangemerkt als rijksmonument. Volgens Karstkarel zal aannemer Lerk het niet makkelijk hebben gehad, want ‘veel van de uitbundige versieringen staan in het bestek maar uiterst summier beschreven’.

Na dertig jaar beëindigde De Utrecht de werkzaamheden. Daarna deed het gebouw dienst als werkplaats, fietsenstalling, restauratieatelier en opslag van onderdelen van landbouwwerktuigen. De vorige eigenaar gunde het Jan Dirk van Ravesteijn hier tot 2017 een klein theater annex expositieruimte te runnen, maar uiteindelijk besloot hij te verkopen.

De nieuwe eigenaren Tjeerd en Astrid van der Hoek namen hun ‘vaste’ bouwbedrijf Van der Hoek in de arm, het bedrijf dat nog de naam draagt van hun (groot)vader. ,,Mijn vader verkocht het aan een medewerker en nu is het in handen van Raymond Klompstra. Wij werken altijd met hem samen.’’

Zolder met balkenplafond

De Van der Hoeks namen bovendien architect Jacob Borren van Borren Stalenhoef in de arm, met wie ze eerder samenwerkten. Die verdiepte zich in de geschiedenis en besloot een latere aanbouw aan de achterzijde weg te breken. De prachtige zolder met z’n balkenplafond en grote raam moest op een andere manier ontsloten worden. De zuidkant met het mooie metselwerk was vroeger gelegen aan een park, maar na de bouw van het naastgelegen pakhuis aan het zicht onttrokken. Een idee om via de steeg de bovenverdieping te betreden, haalde het niet.

Borrens ontwerp voor een nieuwe aanbouw heeft met zijn veelkantigheid iets weg van een diamant, vindt Astrid. Onder de schuine dakdelen ontstond Het Platform, een ruimte voor exposities. Tjeerds oudere zus, kunstenares (en oud-columnist van deze krant) Ra van der Hoek was vanaf het begin bij het project betrokken. Zij is nu artistiek leider van De Utrecht: ,,Astrid en Tjeerd willen de architectuur verbinden met kunst. Een sympathiek plan voor een eigenzinnig tentje, ook al beschikt het over geen enkele tentoonstellingswand’’, zo vertelt ze in het boek 00 dat over de renovatie verscheen.

In de wanden zijn schroefankers geplaatst, om werk tegen de schuine wanden optimaal te kunnen tonen. ,,Het is de bedoeling dat kunstenaars zich verhouden tot het gebouw en het experiment omarmen’’, aldus Ra. Over elke expositie – twee per jaar – zal een boek verschijnen, zo is het plan. Aansluitend op het nulnummer over De U zelf, zoals het gebouw nu liefkozend wordt genoemd.

Ballpointblauw

De zolder is veranderd in de intieme vergaderlocatie De Top. Gjalt Pilat heeft voor deze ruimte een pantry ontworpen en een passende tafel gemaakt. Het hout is gecombineerd met ballpointblauw, de kleur van de polissen. De ruimte is via een aparte ingang bereikbaar. Buurman Willem Schaafsma van het achtergelegen restaurant Eindeloos kan via deze deur gebruikers voorzien van maaltijden. Of eventueel eigen gasten in beslotenheid ontvangen.

Interieurontwerper Christien Starkenburg van Jan de Jong Interieur koos de meubels, die aansluiten bij de drukke schilderingen en versieringen in de wachtkamer, maar ook bij de sobere zolder. Ra koos voor presentatiezaal De Vloer de Mug-stoelen van Arne Jacobsen. Ze zijn niet te ‘zwaar’ en passen bij de vlijtige bijen en mieren in de glas-in-loodramen.

Driehoekige dakpannen

Grafisch vormgever Dennis de Vries koos uit de lettertypes van het pand de gouden letter van de haard en werkte die verder uit. De letter komt terug in de vormgeving van het boek en de belettering. Achter een deur en onder de kasten zit nu een ingenieus lucht- en klimaatsysteem verscholen. Restauratieschilder Jilt Heidstra – vroeger werkzaam bij restauratieatelier Dijkstra – herstelde het schilderwerk naar de oorspronkelijke kleuren. Lichtontwerper Willem Hoebink bedacht een even sober als effectief lichtplan, dat zowel de bijzondere spreuken als de toekomstige kunst tot hun recht laat komen. En op het dak van de nieuwe aanbouw fonkelen vijf modellen van bijzondere, driehoekige dakpannen gemaakte door Koninklijke Tichelaar in Makkum. De schoonheid van De Utrecht treedt hier naar buiten.

Natuurlijk bemoeilijkte corona de werkzaamheden. In de kleine ruimte konden niet te veel mensen tegelijkertijd aan de slag. Aan de andere kant gaf de pandemie het team ook de tijd om rustig na te denken over de invulling van dit bijzondere gebouw. Vrijwilligers zullen straks belangstellenden rondleiden. Behalve een boek is er een videopresentatie gemaakt over de verbouwing. Het is gelukt het voornemen van het eerste uur waar te maken. Tjeerd: ,,We willen het gebouw honderd jaar verder tillen.’’

De Utrecht is open op vrijdag en zaterdag van 12 tot 17 uur. Voor een bezoek moet een tijdslot gereserveerd worden. Adres: Tweebaksmarkt 48, Leeuwarden. Bij de heropening is een boek verschenen: 00 - Toevoegingen. Meer informatie: www.deutrecht.frl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
Architectuur
Fotoserie