Achter de schermen bij het restaureren van unieke historische gebouwen in Noord-Nederland

Het wemelt in Noord-Nederland van de unieke historische gebouwen. Die restaureren is een vak apart. We nemen een kijkje bij zes bijzondere projecten, en spreken de ambachtslieden die eraan werken. Aflevering 2: de herbouw van een driehonderd jaar oude boerderij in het Drentse Veeningen.

FOTO NORMA VAN DER HORST

FOTO NORMA VAN DER HORST

„Ik vraag me regelmatig af hoe ze dit driehonderd jaar geleden deden”, zegt timmerman Jeroen Bennink, terwijl hij naar de gebintbalk kijkt die hoog boven hem aan een hijskraan bungelt. „Zo’n ligger weegt algauw 220 kilo. Die til je dus niet zomaar even op.”

De balk in kwestie is onderdeel van de houten draagconstructie van een stokoude boerderij in het Drentse Reestdal. Jarenlang lag die er verlaten bij. Het karakteristieke pand stond haast op instorten, toen de huidige (particuliere) eigenaren het vorig jaar overnamen van Stichting Het Drentse Landschap. Ze besloten de boerderij, gebouwd op een zandkop, in oude glorie te herstellen.

Driehonderd jaar

„Het gebouw was er zo slecht aantoe, dat we het niet meer ter plekke konden restaureren”, vertelt timmerman Bennink. „In plaats daarvan hebben we het steen voor steen en plank voor plank afgebroken. Alleen de voorgevel is blijven staan. Alle materialen die nog bruikbaar waren, hebben we bewaard. Daarmee bouwen we de boerderij nu stap voor stap weer op.” Dat kun je rustig monnikenwerk noemen. Al met al zijn Bennink en zijn collega’s van het Drentse Bouwbedrijf Poortman, dat is gespecialiseerd in restauratieprojecten, er maanden mee bezig.

In 2015 liet Het Drentse Landschap onderzoek doen naar de historie van de boerderij. Daaruit bleek dat de gebintconstructie, met acht grenen ankerbalken en verschillende eiken stijlen, nagenoeg origineel was. Aan de hand van dendrologisch onderzoek — jaarringenanalyse — stelden de onderzoekers vast dat het pand in 1721 moet zijn gebouwd. Precies driehonderd jaar geleden dus. In historische documenten duikt het in 1827 op; in dat jaar werd de boerderij door de gemeente Zuidwolde opgemeten. Op de kadastrale minuut (kaart) uit 1832 is te zien dat het gebouw toen op dezelfde plaats stond als nu.

Traditioneel Drents erf

De huidige eigenaren (die liever anoniem blijven) zijn geboren en getogen in de streek. Ontelbaar vaak reden ze langs de boerderij. „Zo zonde dat die staat te verpieteren”, zeiden ze dan tegen elkaar. Dus toen ze de kans kregen om hem te kopen, grepen ze die met beide handen aan.

Dat ging overigens niet zomaar. Eerst moesten ze bij Het Drentse Landschap een plan indienen voor wat ze met het gebouw wilden doen. Hun voorstel — een traditioneel Drents erf creëren — viel in goede aarde.

Nu brengen ze de boerderij dus zoveel mogelijk terug in de oude staat, zowel van buiten als van binnen. Waar mogelijk hergebruiken ze de originele bouwmaterialen. Verder is er op het erf straks volop ruimte voor traditionele flora en fauna. Zo maken ze bijvoorbeeld, net als vroeger, een groentetuin bij de keuken, en een erfscheiding met een meidoornhaag. Daarnaast plaatsen ze een oelebret (uilenkast) en worden de gevels geschikt gemaakt voor vleermuizen en boerenzwaluwen. Natuurinclusief restaureren, noemen ze het.

Reuzenhamer

Terug naar Bennink en de gebintbalken. Nadat de boerderij zorgvuldig was gedemonteerd, ging de timmerman in de werkplaats van het bouwbedrijf aan de slag. Daar sorteerde hij al het oude hout: wat was nog bruikbaar en wat niet? Sommige balken bleken niet meer te redden. De goede stukken wist hij als een puzzel te combineren tot drie liggers en zes staanders. Waar nodig maakte hij daar nieuwe verbindingen aan. Daarna konden ze terug naar de bouwplaats.

Zaterdag worden de in elkaar gepuzzelde liggers teruggeplaatst. Anno 2021 komt daar dus wel een hijskraan aan te pas. Die legt de balken op de juiste plek, waarna Bennink en zijn collega ze verankeren. Een opvallend stuk gereedschap is een reusachtige hamer — een houten sleg — van wel 110 centimeter. „Die gebruik ik voor het in elkaar slaan van de houten gebintonderdelen”, verduidelijkt hij.

Drie-vier-vijf-steek

De 38-jarige timmerman werkt al 22 jaar bij Bouwbedrijf Poortman en leerde het restauratievak er in de praktijk. „In oude panden is niets standaard, niets recht. Dat maakt de klussen iedere keer weer anders en uitdagend.”

Eerder werkte hij bijvoorbeeld aan de toren van de Nederlands Hervormde kerk in Ruinen en aan Kasteel Coevorden. „Ik houd van het handwerk. De constructies en technieken die we gebruiken, zijn grotendeels dezelfde als van een paar eeuwen geleden. Bijvoorbeeld de pennen en gaten waarmee we de balken van het gebint aan elkaar lassen. Of de drie-vier-vijf-steek, een methode om rechte en haakse hoeken te maken.”

Vindt hij het nog bijzonder om met heel oude materialen te werken, zoals bij deze boerderij? „Eerlijk gezegd sta ik daar niet zo bij stil. Ik wil vooral dat het weer zo mooi mogelijk wordt.” Als geheugensteuntje gebruikt hij foto’s, die hij tijdens het sloopproces nam. „Die helpen me om zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven.”

Maatwerk

Nu de draagconstructie compleet is, breekt de volgende fase van het bouwproces aan; het opmetselen van de muren, het maken van de kozijnen en het timmeren van het dak. Dat wordt natuurlijk geen kant-en-klare kap, maar een houten constructie op maat, met tientallen daksporen en honderden schrootjes, bedekt met (lokaal gesneden) riet. Ook daarna is er voor de timmermannen trouwens nog genoeg te doen. „Dan moeten we de zolder maken en binnen alles aftimmeren”, besluit Bennink. „Hopelijk zijn we tegen kerst klaar.”

Aflevering 3 van deze serie verschijnt op zaterdag 17 juli. Daarin aandacht voor de restauratie van het glas-in-lood in de neogotische Jacobus de Meerderekerk in het Groningse Uithuizen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur