Minder vogels in stedelijke gebieden

Minder vogels in stedelijke gebieden ANP

Er komen steeds minder vogels voor in stedelijke gebieden in Nederland. Oorzaken zijn het volbouwen van de stad en het voor vogels ongunstige groenbeheer. Met enkele soorten, waaronder de slechtvalk, gaat het tegen de trend in wel goed.

Ten opzichte van 2007 waren er in 2020 gemiddeld 6 procent minder vogels in steden en dorpen te vinden, zo valt te lezen in een publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek en Sovon Vogelonderzoek. Het slechtst gaat het met vogels die leven in struweel en struiken, die populatie is in het tijdsbestek van dertien jaar met gemiddeld 30 procent gedaald. Ook met andere vogels die op groene plekken in steden leven, gaat het slecht. De aantallen in bossen en parken daalden (20 procent), net als in het open groen (10 procent).

Het gaat ook niet goed met de meeste stadsvogels, waaronder de huismus, spreeuw, zwarte roodstaart en gierzwaluw. De populatie daarvan verminderde met 10 procent. Deze daling geldt alleen als de slechtvalk niet wordt meegerekend, want daarmee gaat het opvallend goed. Als die wel wordt meegerekend, is er zelfs een positieve trend van de hele categorie (22 procent toename) te zien.

Met vogels die bij voorkeur leven in stedelijke wateren en moerassen gaat het wel goed. Sinds 2007 is dat aantal in dertien jaar gemiddeld toegenomen met 30 procent. Dat komt doordat de populaties van deze soorten in het buitengebied toenemen, waardoor ze ook steeds meer de steden intrekken. Onder meer de krakeend en grauwe gans worden aangetrokken door de verbeterde waterkwaliteit en aanleg van meer water in steden, aldus de onderzoekers.

In de gebieden buiten de steden nemen de populaties toe van vier van de vijf categorieën, waarin 83 vogelsoorten zijn ingedeeld. Alleen vogels die leven in open groen, waaronder een aantal boerenlandvogels als de grutto en kievit, nemen in aantallen zowel binnen als buiten de steden al jaren sterk af.

Nieuws

menu