Experts slaan alarm: zicht op coronamutaties te beperkt

Om nieuwe gevaarlijke mutaties van het coronavirus zo snel mogelijk op te sporen, moeten Nederland en andere Europese landen op veel grotere schaal de erfelijke code in kaart brengen van verzameld virusmateriaal. Dat stelt onder anderen celbioloog Eelco van Anken van het San Raffaele wetenschappelijk instituut in Milaan.

Zuid-Afrikaanse virusvariant duikt op in Denemarken

Zuid-Afrikaanse virusvariant duikt op in Denemarken FOTO ANP

„'Ken uw vijand', beaamt elke militair strateeg. Onze vijand is het virus en dus moeten we weten wat het in zijn schild voert. Anders blijft het ons verrassen”, zegt Van Anken.

Hij doelt op het zogenaamde sequencing, waarbij de RNA-keten van het virus wordt uitgelezen. „Door te weten met welke variant mensen besmet zijn geraakt en vervolgens te bepalen welk ziekteverloop erop volgt, kunnen we vaststellen hoe mild of hoe gevaarlijk de verschillende mutaties zijn.”

Mondiale database

Het punt is dat deze techniek wereldwijd slechts in beperkte mate wordt gebruikt. Denemarken en Engeland zijn uitzonderingen; beide landen zijn goed voor 52 procent van alle uitgelezen Covid-genomen die vrijwillig in de mondiale database GISAID worden gedeeld. De rest van Europa volgt op afstand.

Net als, opmerkelijk genoeg, de Verenigde Staten, terwijl dat land juist kampt met één van de grootste uitbraken. Ontwikkelingslanden zijn veelal witte vlekken op de kaart.

Het beperkte zicht op mutaties baart niet alleen Van Anken zorgen, maar een reeks Europese wetenschappers. Zij publiceerden vrijdag een opinie in de Franse krant Le Figaro. „De standaardmanier om besmetting met corona vast te stellen, is de PCR-test. Die werkt goed om te bepalen of iemand besmet is, maar niet met welke variant. Zo dreigen relevante mutaties te lang onder de radar te blijven”, waarschuwt de Nederlandse wetenschapper in Italiaanse dienst.

Virussen muteren altijd. „Zo werkt de natuur nu eenmaal”, zegt Van Anken. „De meeste mutaties bieden het virus geen voordeel, maar als een aanpassing in het RNA bijvoorbeeld leidt tot een grotere besmettelijkheid, dan is dat natuurlijk wel een gevaar. Zeker als het verder even ziekteverwekkend blijft.” Dat is wat aan de hand lijkt met de Zuid-Afrikaanse en de Britse variant.

Lokale uitbraken

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gebruikt sequencing sinds het begin van de pandemie. Dat gebeurt onder andere steekproefsgewijs, stelt topexpert virologie Chantal Reusken.

„Verder sequencen we als er aanleiding is bij lokale uitbraken, reizigers die terugkomen uit bepaalde gebieden, of in bijzondere situaties die naar voren komen uit routine bron- en contactonderzoek.” Zo hielp de erfelijke speurtocht bijvoorbeeld bij het in kaart brengen van de uitbraak in de nertsenhouderij.

Willekeurige coronamonsters

Eén doel van het sequencen is ook voor het RIVM om te achterhalen of er mutanten opduiken met nieuwe risicovolle eigenschappen. Voor een steekproef sturen zeventien laboratoria wekelijks 12 tot 24 willekeurige coronamonsters naar het RIVM.

Reusken: „Wij hebben een gespecialiseerd team dat hier vol aan werkt. Zo’n team bestaat uit laboranten maar ook uit virusevolutie-experts en bio-informaticadeskundigen. Sequencing is niet zo simpel als een PCR-test en kost veel meer tijd.” En dus meer geld.

Vragen beantwoorden

Alles draait om welke vraag je wilt beantwoorden, zegt Reusken. „Belangrijker dan hoeveel je sequencet, is hoe je monsters kiest. Als je veel sequencet uit één en dezelfde uitbraak, dan vertelt dat iets anders dan wanneer je in een willekeurige steekproef een nieuwe variant ontdekt. Momenteel wordt er binnen het internationale netwerk van expertlaboratoria wel discussie gevoerd: hoeveel moet je eigenlijk sequencen? Maar dat komt altijd terug op: welke vraag ten behoeve van bestrijding en klinische behandeling wil je beantwoorden?”

Onderzoek Lansingerland

In de gemeente Lansingerland is die vraag helder. Het grootschalig onderzoek, inclusief viruscodes, moet achterhalen hoe snel de Britse mutant zich over Nederland kan verspreiden.

Moleculair bioloog Richard Molenkamp van het Erasmus Medisch Centrum werkt mee aan de gehanteerde drietrapsraket: „Vrijwilligers krijgen eerst een PCR-test om te zien of ze corona hebben. Een aangepaste PCR-test ziet vervolgens wie een andere dan de gangbare variant draagt. Ten slotte kijken we met sequencen of het gaat om de Britse of een andere mutant.”

Zorgelijke variant

Molenkamp vindt de vraag of we meer moeten sequencen terecht. Iedereen wil gevaarlijke varianten opsporen. „Punt is wel, dat je niet gelijk weet wat een zorgelijke variant is. Dat komt pas naar boven in het veld. Als zich ineens een grote uitbraak voordoet, of als meer mensen dan normaal in het ziekenhuis lijken te belanden. Klinische diagnose en sequencen gaan hand in hand. Het gaat mij daarom te ver om te zeggen dat Groot-Brittannië, waar zonder helder beleid veel meer sequencing plaatsvindt, het per definitie beter doet.”

Ernstig ziekteverloop

Van Anken ziet dit juist als aansporing om voor elke mutatie de bijbehorende medische data te verzamelen, dus hoe vaak er sprake is van een ernstig ziekteverloop. Die informatie ziet hij het liefst direct verplicht toegankelijk gemaakt via internationale databases.

„Hoe meer infecties zo worden geboekstaafd, hoe eerder de statistiek zal uitwijzen hoe mild of gevaarlijk een bepaalde virusvariant is. Vreemd genoeg gebeurt dit nog altijd in zeer beperkte mate.”

'We moeten dit echt uitbreiden'

De Wereldgezondheidsorganisatie opteert vast voor een bredere inzet van sequencing in de jacht op zorgelijke mutaties. Maria van Kerkhove, onderzoeker infectieziekten bij de WHO, stelde afgelopen week: „We moeten dit echt uitbreiden zodat we een beter zicht hebben op veranderingen in het virus, vooral in gebieden waar de overdracht het meest intens verloopt.” Ook zij vreest dat 2021 zich ontpopt tot het jaar van de coronamutanten.

Toch is er goed nieuws. Een mutatie, zo benadrukt Van Anken, kan ook rooskleurig uitpakken. „Pasgeboren biggetjes stierven ooit massaal door het coronavirus TGEV. Totdat er een variant opdook die nog veel besmettelijker bleek, maar die slechts milde symptomen veroorzaakte. Deze mutant PRCV zorgde dankzij de uitgelokte antilichamen bij varkens voor bescherming tegen het veel gevaarlijker coronabroertje. Een nieuwe variant kan dus effectief ook als vaccin fungeren.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Binnenland
Coronavirus