Binnendijkse vogelparadijsjes langs de Waddenkust

Binnendijkse vogelparadijsjes

Het zijn pareltjes in het open kleilandschap langs de Waddenkust. Al zijn de ‘dyksputten' onbekend bij het grote publiek, ze zijn er niet minder fraai om.

Een bruine kiekendief vliegt over de waterplas langs de zeedijk ter hoogte van Firdgum. Majestueus zwevend door de lucht kijkt hij of er wat aan prooi te halen valt. Een groep scholeksters komt omhoog, maar verder is het op dit moment rustig in het gebied. Er verblijven nog wat eenden en ganzen. De grote vogelmassa's zitten kennelijk aan de overkant van de zeedijk, op de Wadplaten, hun kostje op te doen.

Bovenop de dijk is zo'n dyksput mooi te overzien. Districtshoofd Jan Jelle Jongsma van It Fryske Gea tuurt door zijn kijker. ,,It is in prachtich plakje.'' Mooi rustig voor de vogels die hier komen te eten en te rusten als het op de Wadden hoog water wordt.

Jan Jelle Jongsma overziet de dyksput bij Firdgum.

Dat is vogelbelang van de dyks-putten, ook kleiputten genoemd: een hoogwatervluchtplaats. Elders langs de kust kunnen de vogels uitwijken naar de kwelders, maar die ontbreken tussen Harlingen en Zwarte Haan. Hier moeten de vogels twee keer per etmaal even over de dijk om een geschikte rustplek te vinden.

Barsten door droogte, in de zeeklei aan de waterkant.

Die functie maakt dat de dyksputten heeft afgesloten voor publiek. De vogels moeten ongestoord op krachten kunnen komen, legt Jongsma uit. De natuurorganisatie ziet wel wat in het plaatsen van bankjes op de dijk, om natuurrecreanten te gerieven, maar is daar als beheerder van de zeekering geen voorstander van.

Verderop, bij de put ter hoogte van Sexbierum, staat op een strategische plek wel een bankje in de berm. Een infopaneel leert de passerende fietsers en wandelaars bij welke cultuurhistorische pareltjes ze beland zijn.

Dyksput ter hoogte van Sexbierum.

Zulke informatie is nuttig, want het gros van de natuurliefhebbers heeft geen benul van de geschiedenis van de dyksputten.

Ze zijn afgegraven aan het eind van de achttiende- en het begin van de negentiende eeuw, toen de zeedijk moest worden opgehoogd. De vette zeeklei, beschikbaar direct naast de dijk, was daar ideaal voor. Het was nog de tijd van het handwerk. Met scheppen en kruiwagens en met kipwagens op smalspoor werd de klus geklaard.

Er ontstonden grote gaten van 5 tot 7 meter diep die vol met water kwamen te staan. Deze putten ontwikkelden zich in de loop van de tijd tot mooie natuurgebieden met een groot belang voor vogels. Nu ze een natuurfunctie hadden, droeg het waterschap in 1984 de kleiputten over aan It Fryske Gea. Tussen Harlingen en Dijkshoek boven Firdgum liggen er nu nog drie die echt de moeite waard zijn.

Stilleven langs de waterkant.

Een paar jaar geleden dreigde de mooiste, ter hoogte van Firdgum, veel van zijn waarde te verliezen. Jarenlang beukten bij harde wind de golven op de oever. Een doorbraak naar de tochtsloot dreigde. It Fryske Gea loste het probleem eerst provisorisch op, vertelt beheerder Jongsma, maar er was een steviger aanpak nodig.

Die kwam er toen de bestuurscommissie van de gebiedsontwikkeling Franekeradeel-Harlingen 50.000 euro beschikbaar stelde voor herstel. Waar dat nodig was, werden de oevers met stortsteen verstevigd.

Dood hoort bij het leven in de natuur.

Tegelijk kregen de sloten rond de put een nieuw profiel, met brede verlaagde oevers. Vooral kikkers profiteren er van, maar ook lepelaars die hier hun voedsel zoeken. De drinkpoel in het gebied is ook opgeknapt. Schapen kunnen nu gemakkelijker bij het water komen.

Die schapen, eigendom van pachters uit de buurt, hebben een belangrijke functie in het natuurbeheer. Ze houden de vegetatie kort in de stukjes schraalland rond de dyksputten. Die perceeltjes zijn botanisch van belang, vertelt Jongsma. ,,Yn twa fan de putten komt sâlte kwel omheech''. Zout water van het Wad dat doordringt tot onder de zeedijk om aan de andere kant weer aan de oppervlakte te komen. Dat levert zoutminnende planten op, zoals kweldergras, melkkruid en zilt torkruid.

Zicht op de recent herstelde drinkpoel.

Het is een bijzondere plantenwereld, maar al gauw eisen de vogels in en rond de dyksput de aandacht weer op. In de rietzoom broeden zangvogels, in het water zwemmen paartjes ganzen en eenden. Die hebben hier ook hun nesten. Langs de waterkant liggen twee lege eierschalen, zo te zien van een gans en een bergeend. Als bewijs dat ook roofdieren de dyksputten weten te vinden.

TEKST: HALBE HETTEMA

FOTO'S: NIELS WESTRA

Nieuws

menu